Ruzie om een knieval

Eerder verschenen krantenberichten over plannen om zijn kop uit te houwen in een rots, in Amerikaanse stijl naar het voorbeeld van de in rots uitgehouwen koppen van Amerikaanse presidenten - dit alles mede ter opluistering van de Olympische Spelen in Athene. Daarover heeft niemand meer iets gehoord.

Alexander de Grote (juli 356-juni 323 voor Christus) blijft ten eeuwigen dage een mythische figuur. De vraag die altijd bij het lezen van zijn daden en werken in het achterhoofd blijft meezingen, is: hoe speelt iemand het in zijn, zeg maar, twintiger jaren klaar een wereldrijk te vestigen, dat zich uitstrekte van Griekenland tot ver in India? De geschiedenis kent genoeg 'wereldveroveraars', maar niemand van achter in de twintig.

Voor de Grieken is hij altijd 'de Grote' gebleven. Voor veel Perzen die hij aan zijn macht onderwierp, was hij 'de Vervloekte'. Hoe er ook over hem wordt gedacht: zijn optreden op het wereldtoneel heeft de verhoudingen in de streken waar hij langstrok, definitief veranderd. Alexander is de personificatie van de scheidslijn tussen het oude Griekenland en een nieuwe wereld, die uitmondde in een nieuw imperialistisch wereldrijk: dat van de Romeinen.

Het verhaal van zijn korte, maar aangrijpende leven (hij werd bijna 33 jaar) is al door velen geboekstaafd, ook in de Grieks/Romeinse Oudheid. Het is het verhaal van zijn snelle opkomst aan het Macedonische hof waar zijn vader Philippos (in 336 vermoord; Alexander was toen twintig) de scepter zwaaide, van zijn gewelddadige onderwerping van zijn Griekse buren (vooral Thebe had het hard te verduren), van zijn onstuitbare wraakexpeditie tegen de Perzen die anderhalve eeuw eerder Griekenland hadden aangevallen (Xerxes!), van zijn daaropvolgende, vrijwel onoverwinnelijke veroveringstocht die hem tot de Indus voerde, en natuurlijk van zijn onstuimige privé-leven, met de nadruk op zijn huwelijk met de oosterse Roxane ('het meisje met het stralende gezicht', plus anderen) en zijn jarenlange 'Griekse' verbintenis met zijn jeugdvriend Hephaistion (plus anderen).

Wie zich anno 2004 nog wil zetten tot het schrijven van een omvangrijke en wetenschappelijk stevig doortimmerde Alexander-biografie, moet wel beschikken over een flinke portie lef. Het is zoiets als de opgave waarvoor de jeugdig overmoedige Alexander stond toen hij zijn later onafscheidelijke paard Boukephalos in het begin moest temmen.

Jona Lendering, oud-historicus en docent aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, stelde zichzelf voor de opgave het immense historische materiaal over Alexander de Grote te temmen. Hij is daarin glansrijk geslaagd. Zijn Alexander-biografie weegt zorgvuldig alle beschikbare bronnen, geeft een evenwichtig en genuanceerd beeld van de Macedonisch/Grieks-Perzische verhoudingen, en - niet onbelangrijk bij al die veldslagen, intriges, plunderingen van onmetelijke rijkdommen, vreemde gewoonten - laat zich lezen als een roman, hoewel deze kwalificatie ongepast is bij zoveel wetenschappelijk speurwerk.

De ondertitel van zijn biografie - De ondergang van het Perzische rijk - laat meteen al zien waar het hem om begonnen is: geen hagiografie van een nog jonge Macedonische jongvolwassene die de macht van Macedoniërs en Grieken verspreidde tot de oevers van de Indus, maar een vaak subtiele analyse van hoe het mogelijk was dat het eens zo machtige Perzische rijk ten prooi viel aan een nieuwe wereldheerser. Alexander mag dan nog zo schatplichtig zijn aan zijn homerische helden (Herakles, Achilles, Patroklos), dat is niet zijn graadmeter.

Lendering lijdt niet aan de blikvernauwing die oude en nieuwe biografen vaak verleidde tot Macedonisch/Grieks-centristische halleluja-verhalen of machiavellistische helletaferelen, maar bekijkt Alexanders machtsuitoefening vooral vanuit een oosterse invalshoek, daarbij steunend op vaak opmerkelijke, pas ontsloten informatie op Babylonische kleitabletten.

Typerend is in dit geval zijn behandeling van de knieval (proskynesis). Alexander deed er alles aan om een brug te slaan tussen de Macedonisch/Griekse en Perzische culturen waarmee hij en de tienduizenden die met hem meetrokken, werden geconfronteerd. Hij ging zich op Perzische wijze kleden, nam Perzen op in zijn bestuurs apparaat en behandelde overwonnenen niet per definitie alsof het slachtvee was.

Dat leidde vaak tot spanningen, die vooral tot uitbarsting kwamen toen hij de knieval invoerde: hij liet zich als een vroegere Perzische koning begroeten met een knieval. Dat zette kwaad bloed bij de meetrekkende Macedoniërs en Grieken, die hem altijd als de primus inter pares hadden beschouwd (hij ging voorop in de strijd van de falanx) en de knieval alleen voor de goden reserveerden. Dus begon Alexander zich als een een soort god te presenteren ('koning van Azië', 'zoon van Zeus'). Om beide partijen met elkaar te verzoenen.

Volgens Lendering was dit een logische stap. Zijn Macedoniërs en Grieken beschouwden de knieval 'als slaafs en ongepast'. 'Daar stond tegenover dat de Macedoniërs drie jaren de tijd hadden gehad om aan het ceremonieel te wennen en te begrijpen hoe belangrijk het voor de Perzen was. Alexander moet hebben gedacht dat de weerstand kon worden overwonnen. Toen hij zich voor het eerst in oosterse kledij had getoond was er ook gelachen, maar men had het geaccepteerd.'

In zijn inleiding gaat hij op dit cultuurconflict in. 'De nog altijd te beluisteren opvatting dat de stralende veroveraar Alexander de niet-Grieken opstootte in de vaart der volkeren en wilde dat alle mensen broeders werden, is eeuwenoud. Dat wil echter niet zeggen dat ze juist is. Anders dan de oude Grieken kunnen wij de literatuur van de Egyptenaren, Joden, Babyloniërs, Perzen en Indiërs lezen, en hoewel tienduizenden teksten uit het oude Irak en Egypte nog wachten op een eerste uitgave, is sinds de ontcijfering van het spijkerschrift en de hiëroglyfen vast komen te staan hoe vaak en intensief de Grieken leentjebuur speelden bij de oosterse beschavingen.'

Zo ontspringt uit Lenderings Alexander-biografie het beeld van enerzijds een knap strateeg en een niets en niemand ontziende veroveraar die niet gespeend was van despotische en paranoïde neigingen, en anderzijds een gespleten persoonlijkheid: een zoekende wereldheerser (geen bestuurder) die voortdurend worstelde met de dilemma's die voortsproten uit de botsing van beschavingen waarin hij onherroepelijk verzeild raakte, en ook een man van vlees en bloed (slachtpartijen, drank en vrouwen/mannen). De echte Alexander zal altijd een mysterie blijven.

Lenderings degelijk wetenschappelijke aanpak (een rijkdom aan - ook nieuwe - bronnen) en zorgvuldige werkwijze (hij reisde veel lieux de mémoire persoonlijk langs om alle terreinomstandigheden met eigen ogen te kunnen verkennen) staan borg voor een in velerlei opzicht meeslepend verhaal. 'Het valt te verwachten dat in de nabije toekomst nieuwe ontdekkingen zullen worden gedaan en het is daarom te hopen dat dit boek snel achterhaald zal zijn', zegt hij aan het slot van zijn inleiding - met gepaste wetenschappelijke bescheidenheid.

Dit boek hebben we dan tenminste al.

Jona Lendering: Alexander de Grote - De ondergang van het Perzische rijk. Athenaeum-Polak en Van Gennep; 408 pagina's; ¿ 22,95. ISBN 90 253 31440.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden