Ruzie in het dorpshuis om Roetheense zaak

Met de komst van president Joesjenko krijgt de Roetheense minderheid in Oekraïne de kans haar cultuur te ontplooien. Maar velen spreken nauwelijks nog hun eigen taal....

Een gesprek met Taras Vastsjoek blijkt de perfecte inleiding op hetRoetheense vraagstuk. Vastsjoek werkt als sportverslaggever voor een krantin Oesjhorod, de in een uithoek van Oekraïne gelegen hoofdstad vanTranskarpatië, het kernland van de Roetheense minderheid. Af en toe tolkthij voor buitenlandse journalisten.

Met de Roethenen heeft Taras persoonlijk weinig gemeen. Hij is inTranskarpatië komen wonen vanwege zijn studies. Vastsjoek kan het nietnalaten zijn mening te geven over de minderheid in het land, die al eeuwentegen de stroom in zijn eigenheid probeert te bewaren. Een volk dat nooiteen eigen natie wist te stichten en dat nu verspreid woont over Oost-Europa.

Onder Sovjet-dictator Stalin werden Roethenen gedwongen zich Oekraïnerste noemen. 'Transkarpatië telt nog amper tienduizend Roethenen, heeft delaatste volkstelling uitgewezen', begint Vastsjoek. 'Ze zijn de laatsterestanten van een uitstervend volk. Alleen op het platteland kun je nogRoethenen vinden. In de steden maakt men geld, in de dorpen wordt decultuur in stand gehouden.'

Volgens Vastsjoek verschillen de Roethenen niet erg van de rest van deTranskarpatische bevolking. Hij bevestigt wat wetenschappers van deOekraïense Academie der Wetenschappen hebben vastgesteld: het Roetheensis een Oekraïens dialect.

Een bezoek aan een restaurant in Moekatsjevo, de tweede grootste stadvan Transkarpatië, volstaat om die stelling op zijn minst te ondermijnen.Vastsjoek krijgt er van Jevhen Zoepan, de voorzitter van de overkoepelendeRoetheense Nationale Raad, enkele eenvoudige Roetheense woordenvoorgeschoteld. Met moeite weet hij er een te vertalen. Zoepan is nietverrast. 'Meer dan de helft van onze woordenschat komt in geen enkeleandere taal voor', vertelt hij.

Volgens Zoepan is het Roetheens een van de oudste Europese talen. 'Onzeeerste Bijbel dateert van 863, lang voor er van Oekraïens sprake was.Specialisten hebben uitgerekend dat het Roetheens meer dan dubbel zoveelwoorden telt als het Oekraïens.'

Ook over het aantal Roethenen verschilt Zoepan met Vastsjoek vanmening. Hij schat hun aantal op twee miljoen. In dat cijfer zijn deafstammelingen inbegrepen van de honderdduizenden Roethenen die vorige eeuwhun heil in Amerika zochten. De bekendste zou in de kunstwereld naam maken:Andy Warhol. Warhol heette eigenlijk Warhola, en komt oorspronkelijk uiteen Roetheens bergdorpje nabij de wintersportplaats Medzilaborce in deKarpaten.

In Europa leven de Roethenen verspreid over een trits landen. Slowakijezou er honderdduizend tellen; ook in Polen, Hongarije, Roemenië en Serviëwonen Roetheense minderheden. Maar in Oekraïne zijn ze het bestvertegenwoordigd.

In de etnische smeltkroes Transkarpatië zijn volgens Zoepan twee opdrie inwoners Roetheens. De rest van de 1,2 miljoen inwoners die de regiotelt, behoren vooral tot andere minderheden: Hongaren, Roemenen, Russen enRoma. De Oekraïners zouden in Transkarpatië met amper 150 duizend zijn.

Dat de volkstelling van enkele jaren geleden een minder flatterend beeldgeeft van de Roetheense minderheid, kan Zoepan niet verbazen. Deinterviewers hadden de opdracht gekregen om zo weinig mogelijk Roethenente registreren, zegt hij, een gevolg van een beslissing van de Oekraïenseregering om het Roetheense vraagstuk 'op te lossen'.

Over discriminatie kunnen de Roethenen een woordje meespreken. Vooralde inlijving van hun regio door de Sovjet-Unie is een zwarte bladzijde inhun geschiedenis. De oudste Roethenen denken met heimwee terug aan deperiode voor de Tweede Wereldoorlog, toen ze in de staart vanTsjechoslowakije uitgebreide autonomie genoten. In 1945 werd daar doorMoskou abrupt een eind aan gemaakt. De Roetheense scholen werden gesloten.Wie het aandurfde verzet aan te tekenen tegen de assimilatiepolitiek, werdgedeporteerd.

Voor veel Roethenen is het ondertussen uiteengevallen Tsjechoslowakijenog altijd het land van belofte. Zelfs hun vlag - blauw, wit en rood -vertoont opvallend grote gelijkenissen met de Tsjechische en Slowaaksedriekleur.

Met Oekraïne voelen de Roethenen zich veel minder verbonden. Om aan teduiden dat ze bij Europa horen, hebben de meesten hun klok gelijkgezet metPraag en Bratislava. Ze lopen een uur achter op de Oekraïense tijd. Hetmaakt het maken van afspraken er niet gemakkelijker op.

De Karpaten, die hun regio geografisch van de rest van het landafsnijden, zijn ook een mentale grens, vertelt Zoepan. 'In Transkarpatiëliggen de straten er veel verzorgder bij dan in de rest van het land. Erwordt hier harder gewerkt en minder gedronken. Wie toch een glaasje lust,houdt het vooral bij wijn.' De meeste Roethenen hebben in hun voortuinwijnranken hangen.

Een politieke vertaling heeft die aparte mentaliteit voorlopig nog nietgekregen. De Roethenen die hadden gehoopt dat na de ineenstorting van deSovjet-Unie de goede oude tijd zou terugkeren, kwamen bedrogen uit. Eenreferendum uit 1993, waarin 78 procent van de inwoners van Transkarpatiëzich uitsprak voor autonomie, vond in Kiev geen gehoor. Pas de OranjeRevolutie van vorig jaar deed de droom van zelfbestuur opnieuw opflakkeren.

'Nergens in Oekraïne genoot Joesjenko zoveel steun als inTranskarpatië', verduidelijkt Zoepan, anesthesist van beroep. Hij toonteen foto waarop hij samen met de vrouw van Joesjenko staat. Op deachtergrond is de ambulance te zien die zijn kinderziekenhuis van haarliefdadigheidsstichting gekregen heeft. Van toeval kan geen sprake zijn.Vorig jaar gaven de inwoners van Moekatsjeve een eerste stoot aan hetOekraïense democratiseringsproces door de autoriteiten te dwingen deuitslag van de lokale verkiezingen te erkennen.

Joesjenko wist die steun te waarderen. Hij beloofde als president deRoethenen als minderheid te erkennen.

'Sinds Joesjenko president is, mogen we niet klagen', zegt Zoepan.'Voor de eerste keer in onze geschiedenis hebben we op de regionaletelevisie een eigen programma. Vorige maand sponsorde het provinciebestuurzelfs een Roetheens congres. In het verleden zou zoiets ondenkbaar zijngeweest.'

Dat ze voorlopig nog niet als minderheid zijn erkend, ligt volgensZoepan aan de raadgevers door wie Joesjenko zich laat omringen. 'Ze vrezenten onrechte dat de Roethenen zich van Oekraïne willen afscheuren.'

Van de regering verwacht Zoepan vooral Roetheens onderwijs. 'Het is deenige manier om ons volk van de ondergang te redden.'

Hoe slecht het gesteld is met het Roetheense zelfbewustzijn, bewijst eenbezoek aan het platteland rond Moekatsjevo. Op de vraag tot welkenationaliteit ze behoren, antwoorden de meeste dorpsbewoners dat zeOekraïners zijn. Pas bij een volgende vraag komt de waarheid aan hetlicht. 'Ze hebben ons altijd gezegd dat we Oekraïners zijn', zegt een oudeman in het dorp Tsjervenjovo. Hij haalt zijn schouders op. Een van zijnjongere dorpsgenoten verduidelijkt: 'We zijn Oekraïners, maar eigenlijkzijn we Roethenen.'

De enigen die zich niet lijken te schamen voor hun afkomst zijn deintellectuelen die 's avonds vergaderen in het Roetheense huis vanOesjhorod. In een slechtverwarmde zaal zijn een vijftigtal sympathisantenvan de Roetheense zaak samengekomen. De gemiddelde leeftijd is vijftigjaar. Opvallend is dat veel sprekers niet eens hun eigen taal fatsoenlijklijken te beheersen.

'Als dat Roetheens is, kan ik me wel verdrinken', zegt Vastsjoek,wanneer hij de voorzitter van de vereniging hoort spreken. Hij omschrijftzijn brabbeltaaltje als gebrekkig Oekraïens.

Ook het verloop van de vergadering stemt niet tot optimisme. Het debatwordt beheerst door een discussie over het gebruik van het Roetheense huis.Het regent beschuldigingen van alle kanten. Na drie uur geroep en getierworden vijf leden uitgesloten. Het scheelt niet veel of de aanwezigen gaanmet elkaar op de vuist.

Een oudere vrouw kan het geruzie niet langer aanzien. 'Het Roetheensevolk hield een lange winterslaap', zegt ze. 'Het valt niet mee om daaruitwakker te worden.'

'O groen hoogland, o hoogland zo groen ...' De bas van Ivan Toerjanitsa(62) dreunt even later door het café in het centrum van Oesjhorod.Toerjanitsa moet nog bekomen van de mislukte vergadering in het Roetheensehuis.

Toerjanitsa ziet de toekomst van zijn volk somber in. 'De jeugd heeftnog nauwelijks belangstelling voor het Roetheense vraagstuk', bekent hij.'Ze laten zich al te gemakkelijk assimileren.' Hij probeert zijnontgoocheling weg te spoelen met een glas bier.

Toerjanitsa is het boegbeeld van de Roetheense nationalisten. In 1993werd hij door zijn volksgenoten verkozen tot hoofd van een symbolischeRoetheense regering. Hij heeft er de titel van president aan overgehouden.

Zijn liefde voor de Roethenen is Toerjanitsa met de paplepel ingegeven.Zijn vader was leraar Roetheens. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht hijtegen de Hongaarse bezetting van Transkarpatië. Ook na de inlijving doorde Sovjet-Unie bleef hij zijn volk trouw. Communist is hij nooit geworden.

Toerjanitsa, biochemicus van beroep, heeft naar eigen zeggen in zijnleven nooit een woord Oekraïens gesproken. 'Ik kan de taal niet sprekenvan een volk dat mijn volk niet erkent', zegt hij.

Onder het communisme leverde zijn koppigheid geen problemen op. Aan deuniversiteit van Oesj-orod doceerde hij in het Russisch. De problemenbegonnen toen Oekraïne in 1991 onafhankelijk werd.

Een jaar later werd hij door de Oekraïense geheime dienst van de weggereden. Hij ontsnapte aan het nippertje aan de dood.

Toen dreigementen niet bleken te helpen, gooiden zijn tegenstanders hetover een andere boeg. Toerjanitsa kreeg twee miljoen dollar aangeboden, opvoorwaarde dat hij het bestaan van de Roetheense volk zou ontkennen.

'Mijn volk is niet te koop', antwoordde hij. Uiteindelijk haalden deOekraïense nationalisten toch hun slag thuis. In 2000 werd Toerjanitsaervan beschuldigd de dood van een assistente op zijn geweten te hebben.

Hij werd door de rector van zijn universiteit ontslagen. Sinds 2002doceert Toerjanitsa aan een universiteit in Slowakije.

'De Oekraïners behandelen vandaag de Roethenen zoals de Russen vroegerhen behandelden', besluit hij. Een krachtterm moet zijn tirade tegen Kievkracht bijzetten. Toerjanitsa vindt niet dat hij te veel vraagt. 'Ik wilalleen een unieke cultuur bewaren in het hart van Europa.'

Om zijn doel te bereiken rekent Toerjanitsa op de Europese Unie.Oekraïne moet zo snel mogelijk lid worden, vindt hij. Het is zowat hetenige waarover hij het met zijn Oekraïense 'broeders' eens is.

Voor Toerjanitsa is het een gelegenheid om het glas te heffen op eenbetere toekomst. Hij begint opnieuw te zingen: 'Ik was, ik ben en ik zaleen Roetheen zijn ...'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden