Ruth Rendell was de 'queen of crime fiction'

Vandaag overleed de veel gelauwerde misdaadauteur Ruth Rendell. Ze gold als 'the queen of crime', hoewel ze zelf toegaf nooit een misdadiger te hebben ontmoet. Als eretitel zou 'queen of crime fiction' ook gepaster zijn geweest.

Ruth RendellBeeld getty

Ruth Barabara Graseman begon haar professionele bestaan in de jaren vijftig als verslaggever bij de Chigwell Times, een lokale krant, waar ze ook haar echtgenoot Don Rendell ontmoette. Toen liet ze al graag haar fantasie spreken. In een artikel over een huis dat bekend stond als spookhuis verzon ze de geest van een oude vrouw die daar 's nachts rondwaarde. De eigenaar van het huis dreigde de krant een proces aan te doen omdat het huis in waarde zou zijn gedaald. In het verslag van het jaarlijkse feestdiner van de tennisvereniging vermeldde ze niet dat één van de sprekers halverwege zijn speech dood neerviel; ze had dat diner ook niet bijgewoond. Voordat ze kon worden ontslagen, had ze zelf al ontslag genomen.

Je zou kunnen zeggen dat op deze manier de Dood de weg vrijmaakte voor een carrière als thrillerauteur waarin ze tientallen veel geroemde misdaad- en moordverhalen schreef. Die carrière begon in 1964 met From Doon with Death, een politieroman met als hoofdpersoon inspecteur Reginald Wexford en als 'tweede man' Mike Burden. Ze schreef nog 24 Wexford-boeken, vrijwel allemaal opgebouwd als een traditionele speurderroman,maar wel met typische Rendell-kenmerken, zoals veel aandacht voor maatschappelijke omstandigheden en psychologische aspecten, en een hoofdpersoon die graag een passende zin uit de wereldliteratuur, met name van Shakespeare, citeert.

Rendell heeft zelf wel eens gezegd dat Wexford veel op haarzelf lijkt wat betreft zijn ideeën en principes. Daarom schetst ze hem waarschijnlijk ook als een sympathieke, sociaal voelende politieman. Hij is ook nog eens gelukkig getrouwd en heeft een goede relatie met zijn kinderen. Hierin verschilt hij opvallend van de rechercheurs en andere speurders die de laatste decennia in veel thrillers optreden. Dat zijn meestal cynische, gescheiden mannen die in morsige huizen wonen, haastige magnetronmaaltijden eten, problemen met hun kinderen hebben en bovendien aan de drank zijn of met een andere verslaving worstelen. Wallander (de politieman die de Zweedse succesauteur Mankell ten tonele voert) en Wexford: beider naam begint met een W, maar qua karakter verschillen ze hemelsbreed. Wie in de misdaadliteratuur een geestverwant van Wexford zoekt, komt eerder uit bij Simenon's commissaris Maigret.

Schemergebied tussen misdaad en literarie fictie

Er zijn meer aardige parallellen met Simenon. Die was ook een veelschrijver - net als Rendell, hoewel Simenon haar daarin verre overtrof - en hij publiceerde naast zijn policiers tientallen psychologische romans, die voor een groot deel te karakteriseren zijn als psychologische thrillers. In juist dat type misdaadroman blonk Rendell uit. Ze schreef liefst 41 van die stand alone boeken, dus zonder een vaste hoofdpersoon, waarvan 14 onder het pseudoniem Barbara Vine. In die boeken, soms whydunits genoemd tegenover de whodunits met Wexford, gaat het nog sterker over de psychologische achtergrond van de misdaad. Aan die misdaden zelf, het gruwelijke handwerk van het moorden, besteedt ze weinig aandacht. Voor Rendell kwamen ook de karakters voor de plot, terwijl het omgekeerde juist voor veel misdaadauteurs geldt. Vanuit de wisselwerking tussen de personages, hun obsessies, verlangens en frustraties wist de koningin van de misdaad (zoals ze lang werd genoemd) altijd een interessante en spannende intrige op te bouwen.

Vaak werden de verhalen ook voor een groot deel vanuit de dader verteld, wat Rendell uiteraard meer mogelijkheden gaf om haar of zijn karakter te beschrijven, zonder dat ze daarbij uitleggerig was. Op die manier schoof ze in het schemergebied tussen misdaad- en literaire fictie (of tussen lectuur en literatuur) steeds meer op naar de literatuur, vooral in het werk van Barbara Vine, dat in het Nederlands overigens verscheen met de naam Ruth Rendell op het omslag.

A judgement in stone (1977) is één van haar beste psychologische thrillers, al is het alleen maar door het gewaagde begin. De eerste zin luidt: 'Eunice Parchman doodde de familie Coverdale omdat ze niet kon lezen of schrijven.' En op de volgende pagina, aan het eind van het korte eerste hoofdstuk staat: 'Twee weken later werd Eunice voor deze misdaad gearresteerd.' Dus alles wat een misdaadroman voor veel lezers interessant maakt - wie is het slachtoffer, wie is de dader en weet de politie hem of haar te pakken? - geeft Rendell al weg in de eerste twee bladzijden.

Meer dan whodunnits

A judgement in stone (1977) is één van haar beste psychologische thrillers, al is het alleen maar door het gewaagde begin. De eerste zin luidt: 'Eunice Parchman doodde de familie Coverdale omdat ze niet kon lezen of schrijven.' En op de volgende pagina, aan het eind van het korte eerste hoofdstuk staat: 'Twee weken later werd Eunice voor deze misdaad gearresteerd.' Dus alles wat een misdaadroman voor veel lezers interessant maakt - wie is het slachtoffer, wie is de dader en weet de politie hem of haar te pakken? - geeft Rendell al weg in de eerste twee bladzijden.

Opvallend genoeg is dat juist de kracht van het boek. De lezer weet dat Jacqueline Coverdale het doodvonnis van haar gezin tekent als ze de analfabete Eunice Parchman in dienst neemt als inwonende huishoudster. Ze heeft geen zin of is te lui om referenties op te vragen; anders had ze geweten dat er meer dan een steekje los is aan Eunice. Die voelt zich absoluut niet thuis in het geletterde middle-classgezin, waarvan de leden zich (misschien ongewild) superieur gedragen tegenover haar. Rendell past de suspense techniek van 'de lezer weet meer dan de personages' zo knap toe, dat lezers door het boek worden heengetrokken terwijl ze zich tegelijkertijd als het ware schuldig voelen omdat ze de aanstaande slachtoffers niet kunnen waarschuwen.

De sociale tegenstelling in het boek - arbeidersklasse versus (hogere) middenklasse - is karakteristiek voor het werk van Rendell. Die komt terug in veel van haar thrillers, zoals in The tree of hands uit 1984. Hoofdpersoon is een schrijfster, de alleenstaande moeder Benet. Haar zoontje James overlijdt in het ziekenhuis en haar enigszins geschifte moedert kidnapt een jongetje dat hem moet vervangen. Dat kind, Jason, komt uit een door mishandeling en verwaarlozing getekend, disfunctioneel gezin. Rendell wisselt regelmatig van perspectief tussen Benet en Barry, de twintigjarige samenwonende vriend van Jasons sletterige moeder, die de schuld krijgt van de verdwijning van zijn 'stiefzoon'.

Veelzijdig

Rendell was als misdaadauteur onovertroffen in het portretteren van mensen uit verschillende sociale lagen en groepen en het inhaken op belangrijke maatschappelijke thema's: racisme, milieukwesties, migratie, religieus fanatisme, feminisme enz. Het is geen wonder dat zij, met haar sociale belangstelling, zich aangetrokken voelde tot de Labour Party. Sinds 1997 zat ze daarvoor ook in het Hogerhuis als The Baroness Rendell of Babergh.

Veel van Rendells boeken hebben als basis gediend voor tv-films en -series onder de titel The Ruth Rendell Mysteries, maar over één mysterie heeft ze zich nooit uitgelaten: in 1975 scheidde ze van haar man Don om in 1977 opnieuw met hem te trouwen. Waarom, wat zat hierachter?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden