Rushdies roman laat zich lezen als satire op politicus die nauwelijks nog te persifleren valt

En aan het eind zet Rushdie zijn Joker in

Salman Rushdie schetst op virtuoze wijze de wereld waarin een figuur als Donald Trump president kon worden.

Salman Rushdie. De wervelende vertelwijze sluit naadloos aan bij de rest van zijn oeuvre. Foto Hollandse Hoogte

'Het is mijn enige ambitie alle Amerikanen te doen beseffen dat zij het grootste Ras op de aardbodem zijn en zullen blijven. En om ervoor te zorgen dat wij allemaal, hoezeer we ook mogen verschillen in rijkdom, vaardigheden, afkomst of kracht, broeders zijn, met elkaar verbonden door een grote en geweldige band die Nationale Eenheid heet. Al geldt dit natuurlijk niet voor mensen die qua ras van ons verschillen.'

Fictie
Salman Rushdie
De familie Golden
Uit het Engels vertaald door Karina van Santen en Martine Vosmaer
Atlas Contact
496 pagina's
€26,99

Jawel, hier is een Amerikaanse presidentskandidaat aan het woord. Niet een die zich opmaakt voor de verkiezingen van 2016, maar voor die van 1936. Berzelius 'Buzz' Windrip gaat het opnemen tegen Franklin D. Roosevelt. En hij gaat winnen, waarna hij een totalitair en plutocratisch bewind instelt.

Zo gaat het in de dystopische roman It Can't Happen Here (1935) van Sinclair Lewis, een van de sombere toekomstromans die zich de afgelopen maanden in een hernieuwde belangstelling mochten verheugen. Vooral George Orwells Nineteen Eighty-Four (1949), de populairste 'moderne' dystopie, werd plotsklaps opnieuw een bestseller (Signet Classics constateerde een verkooptoename van 9.500 procent), maar ook Brave New World (1935) van Aldous Huxley en Fahrenheit 451 (1953) van Ray Bradbury bestegen de bestsellerlijsten.

In al deze romans leggen vrijheid, democratie en individualisme het af tegen een onderdrukkend regime. Bradbury focust daarbij vooral op censuur van bovenaf: zijn hoofdpersoon heeft als taak illegale literatuur te verbranden (zie pagina 37 voor de recensie van de nieuwe vertaling). Bij Orwell is de onderdrukking nog veel totalitairder en is elk zelfstandig denken uitgeroeid. Oorlog is Vrede, Onwetendheid is Kracht en 2+2=5 als de staat het zegt. Als de waarheid van gisteren vandaag is achterhaald, heeft gisteren nooit bestaan.

In Brave New World is het totalitarisme het subtielst. Hier zorgen slimme indoctrinatie, drugs, brood en spelen - lees: entertainment en materieel bezit - ervoor dat iedereen blij is met wie hij is en wat hij heeft. Een tevreden roker is geen onruststoker.

Huxley liet zich inspireren door de technologische ontwikkelingen in de vroege 20ste eeuw. Bij veel collega was de bron van zorg politieker: nazi-Duitsland (Lewis), het Sovjetsysteem (Orwell), senator McCarthy's 'rode heksenjacht' (Bradbury).

Hoewel geen van hun dystopieën een-op-een over de huidige werkelijkheid is heen te leggen, zien velen verontrustende overeenkomsten tussen Orwells herschreven geschiedenis en Kellyanne Conway's 'alternative facts'. Tussen Bradbury's censuur en Trumps consequente omschrijving van kritische berichtgeving als 'fake news'. Tussen het 'grootste Ras' van Lewis' hoofdpersoon en Trumps 'America first'.

Het is pas negen maanden geleden dat Donald Trump tot president werd verkozen en pas in het voorjaar van 2016 werd duidelijk dat hij weleens een serieus te nemen politieke factor zou kunnen blijken. De opvolgers van Lewis, Orwell, Huxley en Bradbury hebben dus nog maar weinig tijd gehad voor hun antwoord op actuele politieke ontwikkelingen in de VS.

Toch verscheen al dit voorjaar de satirische roman Pussy van Howard Jacobson. Daarin wordt Trump opgevoerd als erfgenaam van een dynastie die een ommuurde stadstaat bestuurt en is geboren in een paleis met gouden poorten. De aanblik van de stadstaat wordt gekenmerkt door chique woontorens, casino's met golfbanen, sauna's en zwembaden met gigantische tv-schermen.

Jacobsons boek was amusant en venijnig, maar stak toch wat bleek af bij de werkelijkheid. Waar Orwell en zijn collega's ons een afschrikwekkend toekomstbeeld presenteerden, werd Pussy links en rechts door zijn inspiratiebron ingehaald.

Toen rond de verschijning van Jacobsons boek bekend werd dat ook Salman Rushdie werkte aan een roman over het Trump-tijdperk, waren de verwachtingen hooggespannen. Zou de meester van het magisch-realisme slagen waar de satiricus tekortschoot?

Rushdie's roman heet De familie Golden (The King in the Golden House) en vertelt hoe een vastgoedtycoon kort na de inauguratie van Barack Obama in 2008 ('toen Isis nog een Egyptische moedergodin was') van India naar de Verenigde Staten emigreert en zich vestigt in Manhattan.

Waar Jacobson zijn hoofdpersoon vergelijkt met het Beest uit de Openbaring van Johannes, schrijft Rushdie: 'Hij kleedde zich duur, maar straalde iets opzichtigs, iets dierlijks uit dat deed denken aan het Beest uit volksverhalen'. De nieuwkomer heeft redenen om een geheel nieuw leven te willen beginnen en besluit ook een nieuwe naam aan te nemen, Nero Golden. Dat klinkt omineus, en al op de eerste bladzijden van de roman laat de verteller ons weten dat Nero's tijdperk zal eindigen met een grote 'en in metaforische zin apocalyptische' brand.

Salman Rushdie's roman heet De familie Golden (The King in the Golden House

Nero krijgt drie zonen: de intellectuele alcoholist Petya, de flamboyante kunstenaar Apu en de met genderproblemen worstelende Dionysus, meestal D genoemd.

De roman wordt verteld door de aankomende filmmaker, René Unterlinden, die in de familie Golden een prachtig onderwerp voor een film ziet. René is aanvankelijk een soort vriend van de familie, maar als zeventiger Nero hertrouwt met de jonge Russische Vasilia en vergeefs probeert een kind bij haar te verwekken, zal zijn rol prominenter worden.

Toen Rushdie's Britse uitgever De familie Golden in februari van dit jaar aankondigde, werd gesteld dat het hier - vrij bijzonder voor deze auteur - om een realistische roman zou gaan. Als dat zo is, dan toch realistisch à la Rushdie. De wetten van de natuurkunde worden (geloof ik) niet overtreden, maar de wervelende, onvermoeibaar overal verhalen vandaan plukkende vertelwijze in deze roman sluit naadloos aan bij de rest van Rushdie's oeuvre.

De familie Golden is op een bijna adembenemende manier associatief, waaiert voortdurend uit naar de wereld van film, literatuur, Griekse, Romeinse, Slavische en Indiase mythologie, popmuziek, striphelden en wat al niet. Ook een variatie op De tuinman en de dood maakt zijn opwachting, ditmaal met de Iraakse stad Samarra in de rol van het Iraanse Isfahan.

De verteller vergelijkt zich aanvankelijk met Ishmael uit Moby Dick, maar neemt later meer de gedaante aan van Nick Carraway uit The Great Gatsby. Keizer Nero, kapitein Achab, Jay Gatsby - Rushdie laat zijn lezers niet in het ongewisse over hoe dit verhaal gaat aflopen. Het gaat hem meer om de route dan de bestemming. Al vertellend schetst René - gretig gebruikmakend van allerlei filmische technieken - een chaotische en steeds meer gepolariseerde Amerikaanse samenleving.

Tegen het einde van de roman, bij de presidentsverkiezingen van 2016, duikt er ineens een nieuwe kandidaat op: de Joker, 'zijn haar groen en lichtgevend van triomfantelijkheid, zijn huid wit als de kap van een Ku-Klux-Klanlid, zijn lippen druipend van anoniem bloed'.

De laatste hoofdstukken van De familie Golden zijn doordrenkt met René's (en naar je mag vermoeden Rushdie's) frustratie over de 'zestig miljoen landgenoten die de gruwel aan de macht hebben gebracht' en de 'negentig miljoen die hun schouders ophaalden en thuis bleven'. Verbijsterd constateert hij dat 'dingen weten' anno nu als elitair en dus verachtelijk wordt beschouwd.

Waar Howard Jacobson in Pussy voor de frontale aanval koos, besluipt Rushdie zijn onderwerp via een omtrekkende beweging. Hij kiest Nero Golden, symbool van plat opportunisme, moordlustige geldingsdrang en geesteloos materialisme, als onderwerp en laat zijn Trump-lookalike pas in de laatste bladzijden opdraven. Mogelijk was zijn aanvankelijke boek al goeddeels af toen hij, naar aanleiding van Trumps verkiezing, besloot de figuur van de Joker op te voeren.

Het resultaat is een roman die zich niet in de eerste plaats laat lezen als een satire op een politicus die nauwelijks nog te persifleren valt. Wat Rushdie doet is het op virtuoze wijze in beeld brengen van de wereld waarin een figuur als Donald Trump het uiteindelijk tot president kon schoppen. Het resultaat is een grimmig, virtuoos geschreven, zoals altijd veel van de lezer vragend portret van een verward, verwarrend en meedogenloos tijdperk.