Recensie Quichot

Rushdie snijdt zichzelf in Quichot in de vingers met zijn onbeteugelde verteldrang ★★★☆☆

Salman Rushdie stuurt in Quichot een tv-verslaafde immigrant op een roadtrip door Trumpland. Maar met zijn onbeteugelde verteldrang snijdt hij zichzelf soms in de vingers.

Beeld Martyn Overweel

In zijn vorige roman, De familie Golden (The Golden House), presenteerde Salman Rushdie een verhaal over een uit India afkomstige vastgoedtycoon die naar de Verenigde Staten migreert en daar onder een nieuwe naam, Nero Golden, een nieuw leven begint. Het boek was te lezen als een wervelende persiflage op het Trump-tijdperk.

Kennelijk was Rushdie met dit boek nog lang niet uitgeschreven over Trumpland, want in Quichot voert hij de lezer opnieuw naar het ‘Tijdperk van Alles-Is-Mogelijk’. En opnieuw zijn personages die vanuit India naar de Verenigde Staten migreren daarin de drijvende krachten.

Op de eerste bladzijde, beginnend met de semi-sprookjesfrase ‘Er woonde eens’, maken we kennis met de in Mumbai geboren Ismail Ismail, wiens achternaam na zijn overtocht naar Amerika is verhaspeld tot Smile. Hij is handelsreiziger in farmaceutische producten en het gaat niet goed met hem. Als gevolg van overdadig televisiekijken leidt hij aan een hersenbeschadiging, al zal de beroerte van enkele jaren geleden de zaak er ook niet beter op hebben gemaakt.

Al televisiekijkend heeft Smile een obsessie ontwikkeld voor de beeldschone televisiepresentator Salma R, de nieuwe Oprah, ook al oorspronkelijk afkomstig uit Mumbai. Als hij zijn baan verliest, besluit Smile Miss Salma R te bewijzen dat hij haar waard is. Hij neemt de naam Quichot aan, stapt in zijn oude loodgrijze Chevy Cruze en begint aan een heuse roadtrip.

Maar natuurlijk niet alleen. Een Quichot heeft een Sancho nodig, dus creëert de voormalige handelsreiziger een zoon, die aanvankelijk alleen in zijn verbeelding bestaat, maar gaandeweg ook voor anderen zichtbaar wordt. 

De manier waarop Quichot zijn nieuw verworven zoon direct na diens ‘geboorte’ aanspreekt, is illustratief voor de schrijfstijl waarmee Rushdie de lezer confronteert: ‘Mijn gekke kleine Sancho, mijn grote lange Sancho, mijn zoon, mijn maatje, mijn schildknaap! Als Hutch van Starsky; als Spock van Kirk; als Mulder van Scurry; als BJ van Hawkeye; als Robin van Batman! Als Peele van Key; als Stimpy van Ren; als Niles van Frazier; als Arya van Hound! Als Peggy van Don; als Jesse van Walter; als Tubbs van Crockett, ik hou van je!’

Niet alleen blijkt ook Rushdie zelf zorgelijk goed op de hoogte van het populaire televisieaanbod, hij zal het niet snel bij een of twee verwijzingen laten als je er ook tien of elf kunt geven. Natuurlijk is de opsomming een symptoom van Quichots hersenbeschadiging. Maar toch: hoewel Rushdie in dit boek 472 pagina’s lang alleszins erudiet, goedgeïnformeerd, inventief en dikwijls echt wel grappig in de weer is, zijn er iets te vaak momenten dat je als lezer verzucht: genoeg, grote meester, wij hebben uw boodschap begrepen.

Het verhaal van Quichot en Sancho, zo ontdekken we vervolgens, wordt niet verteld door Rushdie, maar door een oorspronkelijk uit India afkomstige schrijver van weinig succesvolle spionageboeken, die nu eens een andere richting in slaat. Hij noemt zich Sam DuChamp: niet zijn echte naam, maar ‘tenslotte was dit het tijdperk van de verzonnen naam. De sociale media zorgden daarvoor. Iedereen was tegenwoordig iemand anders.’ De twee verhaallijnen zullen zich naast elkaar ontwikkelen, maar ook af en toe elkaars pad kruisen.

Rode draad in de uitbundige reeks picareske verwikkelingen die deze roman beschrijft, is de vraag hoe waarheid en fictie zich tot elkaar verhouden, een vraag die in het Trump-tijdperk terecht dagelijks wordt gesteld. Wortelend in de Arabische verteltraditie, waarin elk verhaal begint met de frase ‘er was en er was niet’, het equivalent van ons ‘er was eens’, is dit een thema dat Rushdie aan het hart is gebakken. In De duivelsverzen is het een voortdurend terugkerende frase en ook in andere werken exploreerde hij het uitvoerig.

Nu hij in de herfst van zijn loopbaan is aanbeland, lijkt Rushdies onbeteugelde vertellersdrang steeds vaker met hem op de loop te gaan.

Salman Rushdie: Quichot. Vertaald uit het Engels door Karina van Santen en Martine Vosmaer. Atlas Contact; 472 pagina’s; € 24,99.

Beeld Atlas Contact
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden