Interview Rupert Everett

Rupert Everett is gebóren om Oscar Wilde te spelen – al vond hij de schrijver op de toneelschool nog ‘saai en stoffig’

Colin Morgan (links) en Rupert Everett in The Happy Prince.

Een rol die een acteur op het lijf is geschreven, ja, ja, dat praatje kennen we. Maar bij Rupert Everett (59) als Oscar Wilde is het echt zo. Hij ís de Ierse schrijver, in zijn eigen film The Happy Prince.

Bestaat er voor acteurs zoiets als het definitieve filmpersonage? Een rol waarvoor hij of zij op aarde is gezet? Eén rol die móét worden gespeeld, omdat de acteercarrière anders onvolledig of zelfs mislukt zou zijn?

Het is misschien een wat ouderwets en romantisch ideaal, zo’n vertolking die alle eerdere en toekomstige vertolkingen overbodig maakt. Wie vaker acteurs over hun nieuwste personage hoort vertellen, weet hoe vaak zo’n op-mijn-lijf-geschrevenverhaal wordt ingezet als ronkende publiciteitspraat. Maar luister naar de Engelse acteur Rupert Everett (59) over zijn rol als de Ierse schrijver en dichter Oscar Wilde (1854-1900) en je raakt er gaandeweg van overtuigd dat hier geen onzin wordt verkocht.

De eerste bevestiging kwam begin dit jaar van de Britse critici. Het door Everett geschreven, geregisseerde én geacteerde drama The Happy Prince werd enthousiast onthaald op het Amerikaanse Sundancefestival en het filmfestival van Berlijn. De recensenten hadden het over ‘een rol waarvoor hij geboren is’. En dat klopt.

‘Ik herinner me nu vooral dat iedereen op de toneelschool Oscar Wilde háátte’, gniffelt Everett – stropdas, volle baard – eerder dit jaar in Berlijn. ‘Saai en stoffig, vonden we. Maar het zijn teksten, ontdekte ik, waar je langzaam in kunt groeien. Wildes taalgebruik is complex: taal was voor hem een schild om zich te beschermen tegen de buitenwereld. Met een paar eenvoudige trucs slaagde ik erin zijn teksten heel natuurlijk te laten klinken.’

Rupert Everett als Oscar Wilde in The Happy Prince.

De belangrijkste: doe je best om de tekst vooral níét gewichtig te laten klinken. ‘Daar gaat het bij moderne interpretaties van klassieke teksten vaak mis: acteurs voelen plots de neiging alles met nadruk te spelen. Als alles wordt ge-dra-ma-ti-seerd haak je inderdaad af, ik ook. Wat juist zo leuk is aan de teksten van Wilde, is dat je ze op een terloopse, ongedwongen manier kunt uitspreken, waardoor ze in één klap fris klinken. Ik benaderde het een beetje als lichte komedie, ook al wordt dat in mijn vak als een vies woord beschouwd. Voor mij werkte het: ik ben altijd vrij goed geweest in komedie.’

Rupert Everett brak in de jaren negentig door met zijn bijrol in de romkomklassieker My Best Friend’s Wedding (1997), met Julia Roberts en Cameron Diaz. Zijn stem werd nadien zo mogelijk nog bekender, als de ijdele Prince Charming in de immens populaire animatiefilms Shrek 2 (2002) en Shrek the Third (2007). Aan de andere kant van het filmspectrum speelde hij rollen in deftige toneelverfilmingen, waarvan ook twee naar een stuk van Oscar Wilde: hij was de dandyeske Lord Goring in An Ideal Husband (1999) en de eigengereide Algy in The Importance of Being Earnest (2002). Tien jaar later trad hij op als Oscar Wilde zelf, in een heropvoering van het theaterstuk The Judas Kiss. Zijn gelauwerde optreden in dit stuk kan achteraf worden beschouwd als voorstudie van zijn optreden in zijn eigen film. Vooral zijn fysieke transformatie tot Wilde in de laatste jaren van zijn leven – pafferig gezicht, zich steeds trager bewegend – werd in de kritieken uitvoerig geprezen.

In The Happy Prince, vernoemd naar een vroeg kort verhaal van Wilde over een standbeeld dat dagelijks de ellende van een stad in zich opneemt, beschrijft Everett de droevige laatste levensjaren van Wilde, vanaf ongeveer 1895. In een losse flashbackstijl dwarrelt de film langs Wildes huwelijk met Constance (Emily Watson) dat zijn destijds illegale homoseksualiteit diende te maskeren, zijn vriendschap met schrijver Reggie Turner (gespeeld door Colin Firth), zijn affaire met Lord Alfred ‘Bosie’ Douglas (Colin Morgan) en zijn veroordeling vanwege ‘onzedelijke handelingen’ met mannen en een daaropvolgende gevangenisstraf. ‘Er zijn weinig verhalen over Wilde die de jaren ná zijn gevangenisstraf laten zien, daar wilde ik de draad oppakken’, zegt Everett. De dandy die hij eerder speelde, wordt onder zijn eigen regie geperfectioneerd met behulp van even eenvoudige als subliem gecamoufleerde hulpmiddelen. ‘Neptanden en een dikmaakpak, met depressieve mannenborsten en een hangende kont. Ik ben geen acteur die zich helemaal in een rol hoeft te verliezen. Na een uiterlijke transformatie volgt de rest vanzelf.’

Beschonken filmstijl

The Happy Prince heeft in de beste scènes iets bedwelmends, alsof regisseur Rupert Everett er met zijn beweeglijke visuele stijl op uit is zijn publiek net zo dronken te maken als zijn hoofdpersonage, schrijver Oscar Wilde. Inspiratie voor die stijl ontleende Everett aan de theatralere films van Luchino Visconti (de Italiaanse film- en theatermaker die beroemd werd om zijn realistische en later meer romantische stijl) en de Dardenne-broers, specialisten in realisme én in het volgen van een enkel personage. Everett: ‘De camera is de stalker van Oscar Wilde.’

Hij praat erover alsof het hem nauwelijks moeite kostte, zo’n speelse en tot in de vezels overtuigende vertolking van een beroemd schrijver. Dat de populaire acteur Stephen Fry de auteur eerder verdienstelijk speelde, in de biopic Wilde uit 1997, werkte hem allerminst op de zenuwen. ‘Zo kon ik juist een ándere Oscar laten zien, kwetsbaarder, gevoeliger ook.’

Hij schreef het scenario met zichzelf in de hoofdrol, omdat hij zich geen enkel personage kon voorstellen met wie hij zo veel verwantschap voelt. ‘Ik ben opgevoed als katholiek, maar heb op een gegeven moment Jezus ingewisseld voor Oscar Wilde. Ik ben openlijk gay, werk sinds de jaren tachtig in de filmindustrie en Jezus en zijn volgelingen bleken daar niet de ideale bondgenoten. Een aanbod voor een rol in een grote Hollywoodfilm werd eens ingetrokken vanwege mijn geaardheid. De regisseur wilde me graag, maar volgens de studio, hoewel ze het niet letterlijk durfden te zeggen, was ik te gay.’

Acteur Rupert Everett. Foto Getty

Dat maakt het verhaal van Oscar Wilde zo tijdloos, zegt Everett. ‘De strijd om  acceptatie van gays in Nederland, Duitsland of Engeland is niet meer zo groot als decennia geleden, al kun je daar tegenwoordig over twisten. Maar in Rusland, Oeganda, India of China is de strijd van levensbelang. En die strijd begon bij het leven van Oscar Wilde. Homoseksualiteit was daarvoor niet eens een woord. Er werd pas over gesproken nadat Wildes leven was uitgegroeid tot een schandaal. De homobevrijdingsbeweging? ­Begonnen met Wilde.

Het voortraject van The Happy Prince, dat ongeveer tien jaar geleden begon, was zwaar. Everett liet een handvol bevriende acteurs, onder wie Emily Watson en Colin Firth, op een papiertje hun belofte krabbelen: ze deden mee wanneer hij erin zou slagen een goede crew en voldoende budget te verzamelen. ‘Colin en ik ontmoetten elkaar dertig jaar geleden voor het eerst: ik was stiekem verliefd op hem, maar toen we voor het eerst samenwerkten, kregen we ogenblikkelijk een hekel aan elkaar. Hij zong het liefst protestliedjes op de gitaar, ik was een glamourjongen. Later werden we de beste vrienden en nu kan ik met zekerheid zeggen dat ik de film zonder Colin nooit had kunnen maken.’

The Happy Prince.

Firth groeide het afgelopen decennium uit tot superster, met de Oscar voor zijn rol als de stotterende koning George VI in The King’s Speech (2010) als hoogtepunt. ‘Telkens als we elkaar daarna weer zagen, wapperde ik iets wanhopiger met dat papiertje – denk je aan je belofte, Colin? Iedereen die ik aan boord probeerde te krijgen, vertelde ik doodleuk dat de beroemde Colin Firth sowieso meedeed. Je liegt in mijn business hè, keihard. Maar ik had geen idee of hij zich aan onze afspraak kon houden. We waren weliswaar vrienden, maar een samenwerking met een vriend op het niveau van Colin is niet vanzelfsprekend.’

Ondertussen begon ook voor Everett persoonlijk de tijd te dringen. Oscar Wilde stierf in 1900 op zijn 46ste, Everett stortte zich pas na zijn 50ste op dit project. Hoe dichter hij ‘een zekere middelbare leeftijd’ naderde, hoe spannender het werd. Hij liet aanbiedingen voor andere rollen steeds vaker aan zich voorbijgaan, omdat zijn Wilde-film zomaar opeens door kon gaan. Het afgelopen decennium herinnert hij zich vooral als stressvol. ‘Als de film onverhoopt niet doorgaat, dacht ik, betekent dat einde carrière. Het geheugen van het merendeel van het publiek is tegenwoordig zo kort, je moet jezelf voortdurend laten zien om interessant te blijven. Ik had inmiddels zó veel rollen geweigerd, mijn hele bestaan als acteur hing zo’n beetje af van Oscar Wilde.’

Met gespeelde lichte overdrijving: ‘Het werd een kwestie van leven of dood. Die gedachte gaf me het laatste zetje: de film móést er komen.’

De zoektocht naar een goede regisseur leidde tot de grootste vertraging: hij wilde niet de eerste de beste, maar de goede regisseurs waren allemaal te druk. ‘Omdat een scenario gewoon niet bestaat als het niet wordt verfilmd, wende ik langzaam aan het idee om zelf te regisseren.’ Zijn regiedebuut als late vijftiger bleek opmerkelijk genoeg een gouden vondst, zegt Everett. ‘Ik zag mijzelf tot deze film als een vrij middelmatig acteur, maar ik ben echt veel beter geworden.’

Dat bedoelt hij minder hoogdravend dan het klinkt. ‘Mislukte acteerprestaties zijn vaak te wijten aan een slechte communicatie tussen acteur en regisseur, weet ik uit ervaring. Er zijn regisseurs die nooit de moeite nemen alle opnamen tot in de kleinste details te bekijken, die zo nooit ontdekken wat de acteur precies probeerde te doen. Doen ze dat wel, dan verhogen ze in de montage de kwaliteit van hun acteurs met 50, 60, wellicht zelfs 70 procent. Mijn advies aan jonge acteurs is ook altijd: zorg dat je goed kan opschieten met je regisseur, hij kan je spel maken of breken.’

Interpretaties van Wilde: intellectueel of gevoelig

Rupert Everett wordt de beste Oscar Wilde genoemd, maar wie gingen hem voor?

Op Oscar Wilde zelf na is niemand een betere Oscar Wilde dan acteur Rupert Everett in The Happy Prince. Dat zei althans Wildes enige kleinzoon Merlin Holland vorige maand in de Engelse krant The Guardian. Holland, tevens biograaf van zijn opa, verklaarde zich ‘vreselijk ontroerd’ na het zien van de film. Everett is emotioneler, echter en menselijker dan eerdere acteurs, vinden ook andere critici.

De bekendste en meest gewaardeerde filminterpretatie van Wilde stond tot voor kort op naam van Stephen Fry, die in de biopic Wilde uit 1997 een meer gedistingeerde versie van de auteur opvoerde. Hij slaagde erin sceptici te overtuigen – ze vonden de acteur in eerste instantie te lichtvoetig – en werd genomineerd voor een Golden Globe. ‘Wel erg intellectueel’, vond kleinzoon Holland de interpretatie van Fry. De Wilde van Fry is, zeker vergeleken bij die van Everett, ook wat lastiger te peilen. Waar Everett kwetsbaarheid toont, houdt Fry zijn schild omhoog.

Eerdere interpretaties gaan verder terug: zo is er een bijkans vergeten driedelige BBC-miniserie met Michael Gambon (Oscar, 1985) en het curieuze The Trials of Oscar Wilde (1960) met Peter Finch. Die film werd gemaakt zeven jaar vóór het verbod op een relatie tussen twee mannen in Engeland werd opgeheven. Finch kreeg daardoor niet de mogelijkheid te laten zien wie Wilde echt was, aldus Holland.

In de Nederlandse cinema vallen ook de eerste minuten van Tonio op, de verfilming van de roman van A.F.Th. van der Heijden over zijn overleden zoon, waarin de bekende foto op de boekomslag van Tonio als Wilde wordt geënsceneerd. Tonio tegen zijn schrijvende vader: ‘Heb je iets van Oscar Wilde?’ Vader, zonder op te kijken van zijn typemachine: ‘Ga je eindelijk eens een boek lezen?’ Maar Tonio is slechts op zoek naar een mooie foto. Het gaat hem om de pose van de schrijver: halflang haar in een middenscheiding, bontjas, in de rechterhand een stok, de linkerhand ondersteunt nonchalant het hoofd, met aan de pink zijn kenmerkende forse ring met groene scarabee. Dat de zoon niet geïnteresseerd is in het werk van Wilde, wordt in Tonio ingezet om de afstand tussen de vader en zijn overleden zoon te schetsen. Een afstand, hoopt de vader, die door het schrijven mogelijk overbrugd kan worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.