Rümke laat acteurs dansen als poppetjes

De Vliegende Hollander van Jan Veldman, door Theater het Amsterdamse Bos. Regie: Matthijs Rümke. Openluchttheater, Amsterdam, 10 juli. Herhaling t/m 29 augustus....

THEATER

'Hebben jullie de vliegtuigen gezien die hier rondcirkelen?' roept de oude architect die met wapperende haren over het toneel draaft. Ja, we hebben ze gezien en vooral gehoord. Nog een reden om de groei van Schiphol binnen de perken te houden: de zomerse voorstellingen in het Openluchttheater in het Amsterdamse Bos moeten wél verstaanbaar blijven.

Maar als symbolen van de ontstuitbare vooruitgang spelen de donderende luchtschepen een mooie rol in De Vliegende Hollander, het nieuwe toneelstuk dat Jan Veldman schreef over het mythische spookschip dat eeuwenlang over de zeeën heeft gezworven. Alleen een vrouw die eeuwige trouw zou beloven aan de schipper, zou de on-dode bemanning kunnen verlossen. Maar welke vrouw is zo gek om verliefd te worden op een man die eigenlijk in z'n graf hoort te liggen?

In Veldmans toneelstuk is Senta zo gek. Bodil de la Parra speelt het meisje dat haar hart verliest aan een dolende schim en vervolgens twee keer zeven jaren op hem wacht. Om haar opgewekte, rustgevende gestalte heen is iedereen zoekende of gestrand.

De acteurs van dit bonte, hedendaagse sprookje rennen af en aan, ze spelen het ene moment de opvaarders van het zeventiende-eeuwse schip en het volgende moment de tijdgenoten van Senta. En naarmate de chaos toeneemt, beginnen de kostuums van hun dubbelrollen in elkaar over te lopen. De enige standvastige figuur is De la Parra als Senta, met haar geloof in liefde die de dood overstijgt.

De samenleving waarin Veldman de spookschipper met zijn bemanning aan wal laat gaan, lijkt wel wat op de onze. Materialisme viert hoogtij, en de mensen ontkennen als nooit tevoren hun eigen sterfelijkheid. Het laatste stukje uitzicht op zee wordt verborgen achter een foeilelijk mega-hotel. De oude architect die op de vliegtuigen wees, heeft dit hotel ontworpen in opdracht van Senta's vader, die met dit monument onsterfelijk hoopt te worden.

Het is dat de metershoge schrootjeswand met witte vitrines een foeilelijk gebouw moet verbeelden, anders zou je bijna denken dat het decor van Sanne Danz foeilelijk is. Maar de kromme wand schijnt grote akoestische voordelen te hebben. En bovendien onstaat er door die enorme achterwand een zee van ruimte, waarin regisseur Matthijs Rümke zijn acteurs laat dansen als poppetjes op het schouwtoneel van de wereld. Alleen al voor de grappige, vertederende klompendans waarmee de spookschip-bemanning haar op- en afkomsten maakt, zou je een avond tussen de muggen van het Amsterdamse Bos moeten gaan zitten.

Dat het stuk bij vlagen een beetje drakerig is, moeten de toeschouwers maar voor lief nemen. En ook dat sommige personages niet helemaal uit de verf komen. Daar staat genoeg tegenover. De verrassingsopkomsten van Jaap ten Holt als de doorgedraaide architect. De transformaties van Wimie Wilhelm: van rijzige matrone naar straatschoffie, naar zeventiende-eeuwse zeeman en weer terug. De trompetscène van de hele cast. En het Jesus Christ Superstar-achtige einde van de voorstelling, dat de toeschouwers doet beseffen dat het meisje Senta met haar rotsvaste geloof in een dodelijke liefde haar eigen leven heeft weggegooid.

Die duivel, die in het begin van de voorstelling de Vliegende Hollander kwam vervloeken, was dat bij nader inzien niet óók Bodil de la Parra?

Marijn van der Jagt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.