Ruimte voelen

Hij hoort thuis in het rijtje met helden als Michael Brecker en Branford Marsalis. Tenorsaxofonist Joe Lovano heeft een lange weg afgelegd....

Het is een stralend warme middag in het kuststadje La Spezia, zo’n 150 kilometer onder Milaan. De winter lijkt nog ver weg aan de Italiaanse Riviera. Terwijl Joe Lovano in het Teatro Civico begint met zijn soundcheck, boenen oudere dames de marmeren vloer met ouderwets ruikend schoonmaakmiddel. Twee brandweermannen in half afgestroopte overalls komen langs voor routinecontrole en blijven gezellig treuzelen. Een handjevol carabinieri komt binnen gestruind, nieuwsgierig geworden door het geluid dat door de openstaande deuren de straat op rolt.

Alle muzikanten op het podium hebben een monitorspeaker voor zich op de grond liggen om zichzelf en elkaar goed te kunnen horen. Lovano is de uitzondering. Er is zo wel genoeg herrie op het podium. ‘Ben ik wel goed te horen in de zaal?’ zal hij even later toch vragen vanachter het toiletdeurtje in zijn kleedkamer. Joe Lovano is te gast op het 38e La Spezia International Jazz Festival. De saxofonist zal er Italiaanse filmmuziek spelen met de band van bassist Giovanni Tommaso. De communicatie met de musici gaat in het Engels. ‘Ik ben van Italiaanse afkomst, maar mijn ouders hebben me opgevoed als Amerikaan.’

Hij zou het er prima mee kunnen redden: alleen nog maar de wereld over als speciale gast en met een klein trio of kwartet. ‘Met gitaar of zo, en dan lekker de enige blazer zijn. Alleen maar focussen op mijn eigen spel.’ Het is financieel aantrekkelijk en Joe Lovano is er beroemd genoeg voor. De 53-jarige tenorsaxofonist geldt als een van de belangrijkste jazzmusici van dit moment. Op saxgebied hoort hij thuis in het rijtje met hedendaagse helden als Michael Brecker en Branford Marsalis. Maar Lovano vindt het te leuk om met andere blazers samen te werken. Hij is niet bang om het podium te delen met collega-tenorbeulen, zoals in de band Saxophone Summit met Brecker en Dave Liebman. ‘Dat was heavy. Als je je dan niet flexibel opstelt, ben je nergens meer.’

Uniek in de door kleine groepen en projectmatige bands gedomineerde jazzwereld is het Joe Lovano Nonet, waarmee hij sinds een jaar of tien de geneugten van verfijnd ensemblespel beleeft. De nieuwe plaat Streams of Expression is net uit en de dag na zijn concert in Italië begint de bijbehorende tournee. Volgende week speelt de negenkoppige groep twee avonden in het Bimhuis. Als het aan de saxofonist ligt, verschilt het programma per concert, maar ze spelen in elk geval op beide avonden The Birth of the Cool Suite, een bewerking van stukken van Miles Davis’ beroemde plaat uit 1950. Lovano werkte er voor samen met de begaafde jazzarrangeur Gunther Schuller, die hoorn speelde en een nummer dirigeerde op de oorspronkelijke opnamen van Davis.

Lovano’s liefde voor blazerssecties heeft zijn oorsprong in de tijd dat hij nog geen ster was en meer dan tien jaar elke maandag in de New Yorkse club Village Vanguard speelde met de Thad Jones/Mel Lewis Bigband, en in zijn eerste internationale tournees eind jaren zeventig, met het orkest van de legendarische klarinettist Woody Herman. ‘We waren het hele jaar op pad. Alleen met kerst en in de zomer kregen we één week vrij. Veel van de musici waar ik nu mee speel, ken ik uit die tijd.’

Joe Lovano geniet nu mainstream-faam, maar in de jaren tachtig en negentig speelde hij met alles en iedereen. Het heeft er mede toe bijgedragen dat hij als een van de weinige persoonlijkheden is komen boven drijven uit deze voor de jazz enigszins schrale jaren. ‘Van buitenaf lijkt het misschien of er toen weinig gaande was. Maar ik heb het heel anders ervaren. Ik had veel geluk: ik had een loft, man. Midden in de New Yorkse wijk Chelsea, van 1978 tot 1998.’ De goedkope zolderachtige etages waren in de jaren zestig geliefd onder muzikanten en hebben een belangrijke functie vervuld als broedplaats. Maar de veryupping van Manhattan heeft ze doen verdwijnen. ‘Mijn loft was een dinosaurus in die tijd. Iedereen met wie ik speelde in mijn leven kwam daar, ik kon met drummers repeteren tot middernacht. Daardoor heb ik ongelooflijk veel muzikale situaties kunnen creëren. Maar er waren meer jonge muzikanten die zo bezig waren.’

Het was de tijd waarin de Downtown-scene ontstond, met de club The Knitting Factory als epicentrum. Lovano was erbij en deed mee. Het trio dat hij vormde met gitarist Bill Frisell en drummer Paul Motian was een van de eerste groepen die de tent totaal uitverkochten. ‘Rijen tot om de hoek, man. Er gebeurde iets. Veel van de gasten uit die tijd worden nu ook in de rest van de wereld gehoord. Het kost gewoon tijd om dingen op een internationaal niveau te laten gebeuren.’

Het spelen in uiteenlopende muzikale situaties is volgens Lovano wezenlijk geweest voor de ontwikkeling van zijn klank. Zijn fundering is die van de vette scheurtenoren in de stijl van Gene Ammons en Illinois Jacquet. Zijn vader Tony ‘Big T’ Lovano was tenorsaxofonist en speelde veel met r & b-achtige orgelgroepen in en rond hun woonplaats Cleveland in Ohio. ‘Toen ik eenmaal 16 was en kon autorijden, kreeg ik van mijn vader gigs doorgeschoven wanneer hij niet kon. Zonder microfoon spelen met scheurende orgels en beukende drummers, zo ontwikkel je een geluid.’

Toch herinnert Lovano’s klank nog slechts in de verte aan die jaren. Er is een lichtheid in gekomen, en meer subtiliteit. ‘Dat is geen bewuste keuze geweest. Het is geleidelijk gegaan. En het verandert nog steeds. In de jaren negentig had ik nogal een eendimensionale benadering van mijn aanzet. Nu gebruik ik meer articulatie, ik buig noten en varieer met mijn toon. Een eigen geluid bedenk je niet in je studeerkamer door platen van je idolen na te spelen. Het ontwikkelt zich door samen te spelen met inspirerende mensen. Dat is wel een bewuste keuze: ik wil me ontwikkelen als individu in de wereld van muziek, niet binnen een stijl van anderen.’

Daarbij is ook de confrontatie met verschillende generaties belangrijk. Een mooi voorbeeld is de recente samenwerking van Lovano met de 88-jarige pianoheld Hank Jones. Hij speelt prachtig op de twee laatste kwartetplaten van de saxofonist: I’m All for You en Joyous Encounter. Ronduit adembenemend waren de concerten die ze begin dit jaar met zijn tweeën gaven in het Amsterdamse Bimhuis. ‘Was je er bij?’ Lovano glundert. ‘Ik heb me zelden zo gelukkig gevoeld op het podium als toen. Spelen met Hank Jones is een droom.’

Het idee voor de balladplaat I’m All For You ontstond doordat Lovano een paar keer met Hank Jones speelde via diens broer Elvin – de twee jaar terug overleden meesterdrummer, onder meer bij het legendarische John Coltrane Quartet. Lovano speelde in Elvin Jones’ band Jazzmachine. Voor de plaatopnamen ging Lovano bij Hank Jones thuis langs om alvast wat met z’n tweeën te repeteren. Het beviel zo goed dat ze een vast duo zijn geworden. In mei komt er een live-cd uit.

Het belangrijkste dat hij van Hank Jones heeft geleerd? ‘Het voelen van ruimte. Van de plekken waar je je noten plaatst. Zodat wat je speelt meer betekenis heeft. Hij heeft me beter leren luisteren, om werkelijk samen muziek te creëren, een dialoog laten ontstaan. Het gaat minder om wat ik speel, meer om hoe en waar. Spaces in different places, dat is het’, glimlacht de saxofonist. ‘Je kunt denken dat je dat hebt geleerd, maar in de hitte van het spelen vergeet je het vaak. Het is een kunst om die benadering te behouden, het is een vorm van meditatie.

‘Ik kan niet beschrijven hoe waanzinnig het voelt om mijn composities met hem te spelen, of mijn interpretaties van beroemde nummers die hij met Charlie Parker en Coleman Hawkins heeft gespeeld. Zijn zekerheid te voelen. Dat zijn grootse lessen, die je alleen kunt leren door met iemand op het podium te staan.’ De saxofonist rolt met zijn ogen. ‘Hank Jones is zo vrij en creatief, zoekend binnen de structuur van het nummer. Dat is iets waar ik altijd naar gestreefd heb, muziek te ontdekken met zo’n houding. Geen free jazz, maar jazz free.’

In het duo met de pianist komen belangrijke perioden uit Lovano’s carrière bij elkaar: de tijd met Elvin en de jaren dat hij in de Thad Jones/Mel Lewis Big Band de muziek speelde van de andere broer, trompettist en arrangeur Thad. ‘Ze zijn in het begin van hun leven erg beïnvloed door hun oudere broer Hank. Later is dat een wisselwerking geworden. Ik merk veel overeenkomsten. De manier waarop ze ademhalen bijvoorbeeld. Hank maakt dezelfde grommende geluiden als hij piano speelt als Elvin tijdens het drummen en Thad als hij dirigeerde. Ze sturen hun adem recht in wat ze spelen, een heel fysieke benadering. Dat vertaalt zich naar de ritmiek. Ze exploreren alle drie een diep polyritmisch gevoel. Hank heeft het instinct voor de tel van Elvin, terwijl Elvin het akkoordenschema accentueerde als Hank.’

De gebroeders Jones speelden nog in de tijd dat jazz nauw verbonden was met maatschappelijke bewegingen, zoals de burgerrechtenbeweging. Free jazz was een uiting van het verlangen naar vrijheid in het dagelijks leven. ‘Die periode is nog niet afgelopen, denk ik. Het is nu een zware tijd, met alle conflicten die in de wereld gaande zijn. Als reizend muzikant merk ik daar alles van. Het is een tricky situatie, ik vind het moeilijk om er een passende reactie op te vinden. Ik probeer het door zo vredelievend mogelijk te zijn in mijn muziek, in mijn geluid en mijn overdracht. Mensen samenbrengen kan volgens mij het beste met schoonheid.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden