Rudi Wester neemt afscheid van het Institut Néerlandais

Na zes jaar neemt Rudi Wester afscheid als directeur van het Institut Néerlandais in Parijs, waar ze de Fransen liet kennismaken met de Nederlandse cultuur. Literatuur, schilderkunst, muziek, maar ook Sinterklaas. ‘Parijs is natuurlijk de culturele hoofdstad van de hele wereld.’

Het gebeurde na afloop van weer een symposium ergens in de Franse hoofdstad.De aanwezigen vormden groepjes om nog eens grondig na te praten, terwijl een ober met vol dienblad tussen hen door laveerde. Toen hij bij Rudi Wester aankwam, ontsnapte haar een verzuchting: ‘Nee hè, niet weer champagne.’

Het zou een mooie kop zijn boven het afscheidsinterview met de directrice van het Institut Néerlandais, ze zag het meteen in. Maar Wester wil er niets van weten. Het zou de indruk wekken dat ze een feestbeest is. Het mag dan zo zijn dat haar stralende verschijning zelden ontbreekt bij recepties en openingen, met feesten heeft dat hoegenaamd niets te maken.

‘Recepties en ontvangsten, dat is werk. Ik ga er heen met een agenda, anders voel ik me verloren. Tevoren weet ik wie ik wil spreken en wat ik van hem of haar wil. Ik geef jou wat opdat jij mij iets geve – dat is de kern van netwerken.’

En trouwens: waarom moet het altijd champagne zijn als er zulke heerlijke witte wijn geschonken kan worden?

Ze ontvangt op de vierde verdieping van het Institut Néerlandais (IN), het appartement de fonction, al vijftig jaar gereserveerd voor de directeur van dienst. Een sierlijke smeedijzeren lift in glazen kubus brengt je er, glijdend langs verdiepingen met kantoren, expositieruimte, bibliotheek en lokalen voor Nederlandse les, gevuld door een groeiend aantal cursisten.

Anders dan haar voorgangers zette Wester de deuren van dat appartement wagenwijd open. De buffetten die ze aanrichtte, verwierven in een paar jaar een reputatie. ‘Ik wilde dat het hele huis leeft, het is per slot de staat die het je ter beschikking stelt. Dit is een geweldige ruimte: alleen al de hal meet zeventien bij vijf meter. Mijn idee was een salon culturel, zoals die in de 18de eeuw bestonden. Franse en Nederlandse kunstenaars moesten elkaar hier treffen.’ Parijse Nederlanders als Hugo Brandt Corstius, Bernard Holtrop (tekenaar Willem) en Adriaan van Dis behoren tot de regelmatige gasten. ‘Maar ook Fransen komen graag. Hier kan iedereen vrij bewegen.’

En dat is waar het om gaat. Nederlanders over de vloer krijgen – dat is zo moeilijk nog niet. De opdracht van het Institut Néerlandais is Fransen laten kennismaken met de Nederlandse cultuur. Die kan de vorm aannemen van prenten van Rembrandt, van muziek door het Mondriaan Kwartet, of een film over Johan Cruijff. Het kan zelfs Sinterklaas zijn. Bij concerten en exposities is 95 procent van het bezoek Frans, weet Wester.

Het directeurschap van het Institut Néerlandais is een van de deftigste banen die Buitenlandse Zaken te vergeven heeft. Het pand is gehuisvest in de chique Rue de Lille op de linkeroever, pal naast de stichting van Jacques Chirac en vlakbij het parlementsgebouw. In Westers salon hangen schilderijen van Ruysdael en Koekkoek aan de muren. ‘Franse gasten zijn gevoelig voor grote gebaren’, legt de directrice uit. De rest van het huis liet ze naar eigen inzicht schilderen: de tussenkamer – ‘buitengewoon gedurfd’ – rozerood, de hal grijs en geel. Siamees Pico springt op de grote tafel, collega Bello vertoont zich niet.

Toen Wester zes jaar geleden solliciteerde, had ze tweehonderd concurrenten. ‘Veel van hen ben ik de afgelopen jaren tegengekomen. Je doet het waarschijnlijk wel goed hoor, zeggen ze dan als een boer met kiespijn. Maar ik had het ook gekund.’

Eerder was ze directeur van het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds, de instelling die het Nederlandse boek in het buitenland aan de man moet brengen. ‘Ook een prachtige baan’, verzekert ze met nadruk. Tot in Japan en Zuid-Amerika mocht ze leuren met literatuur. Maar hier, in Parijs, kwam alles samen: haar au-pairschap als meisje van zestien bij het gezin van een herenboer in Saint-Quentin, haar studie Frans, de paar jaar voor de klas, haar kennis van de Franse cultuur, haar huisje in de Berry, haar werk als literair journaliste. ‘Ik zegen de dag dat ik Frans leerde op school. Breng alsjeblieft het taalonderwijs op middelbare scholen weer op niveau, zou ik willen zeggen. Het opent je ogen voor andere culturen. We zijn per slot een klein land met veel buitenland, zoals Luns al zei.’

Het instituut stelt de Parijse bevolking bloot aan een spervuur van debatten, exposities, concerten, publieke interviews, taallessen en filmavonden. Bij alles is ze zelf aanwezig. ‘Voor mijn voorgangers was dat geen vanzelfsprekendheid. Het legt een flink beslag op je avonden en weekeinden. Maar zo zie je wat er met het geld gebeurt. En vooral: het maakt het instituut herkenbaar.’

Dat ze daarmee haar medewerkers wel eens aan het gezicht onttrok, neemt ze op de koop toe. ‘Mensen dachten misschien: Rudi is het instituut. En dat is niet vreemd. Zo’n instituut moet op de kaart worden gezet. Dan schuif je jezelf als pion naar voren. Maar dat is nooit voor eigen roem.’

Het betekende dat ze veel uren van de dag en nacht in touw was. ‘Maar een workaholic ben ik niet. Ik vind het leuk wat ik doe, dat geeft energie. Het scheelt ook dat ik vrouw alleen ben; geen zeurderige echtgenoot die informeert waar je nu weer was. Vrouwen zijn vaak noodgedwongen laatbloeiers. M’n dochter werd geboren in 1972. Je kunt doorwerken met één kind, maar een functie als deze kun je niet doen.’

Ze legt uit hoe ze de representatieve verplichtingen overleeft. ‘Fransen drinken minder, dat scheelt. Je laat veel onaangeroerd, ook van de maaltijden. En de zaterdag is voor mezelf. Dan ga ik in m’n eentje naar de bioscoop, twee films achter elkaar zien. En daarna naar La Hune; wat een feest, zo’n boekhandel die tot middernacht open is.’

Haar energie bleef niet onopgemerkt. Wester is voorzitter van het forum waarin 44 buitenlandse culturele centra in Parijs verenigd zijn. ‘Nergens ter wereld vind je er zo veel.’

Frankrijk heeft meer dan tweehonderd instituten die in het buitenland de roem en glorie van de Franse cultuur bevorderen. Die heten Alliance Française, Institut Français, Centre Culturel of – zoals in Amsterdam – Maison Descartes. Ze leiden, gebiedt de eerlijkheid te zeggen, wegens gebrek aan middelen vaak een kwijnend bestaan. Buitenlandse Zaken bezint zich al maanden op een drastische reorganisatie.

Nederland steekt daar met drie vooruitgeschoven culturele posten schamel bij af. In Djakarta is het Erasmushuis gevestigd, Brussel heeft het Nederlands-Vlaams Huis de Buren. En dan is er dus het Institut Néerlandais, in 1957 ontstaan uit privé-initiatief. Naast het IN staat Hôtel Turgot, een stadspaleis dat onderdak biedt aan een indrukwekkende verzameling 17de- en 18de-eeuwse schilderijen, prenten, tekeningen en voorwerpen, bijeengebracht door de Nederlandse kunstverzamelaar Frits Lugt.

De stichting Custodia, die de collectie beheert, wilde een plek om de werken te tonen. Vanuit die behoefte, dus in feite als vitrine voor Custodia, is het IN ontstaan. Het Franse Maison Descartes diende als voorbeeld.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken financiert het Institut. Het IN bleef altijd een eenling, maar met een aardig budget: 1,8 miljoen euro, inclusief huur. Daar worden 27 mensen van betaald, plus huur en programma’s.

Wester vindt het logisch, een IN in Parijs. ‘Rembrandt, Rubens, dat heeft niemand. Daar komen de Fransen op af. Dat wissel je af met Lidewij Edelkoort of Erwin Olaf. We doen aan koppelverkoop: oude kunst op de eerste verdieping, tegelijk iets hedendaags in het sous-sol. Daar gaan ze dan toch vaak ook even kijken.’

‘Parijs is natuurlijk wel de culturele hoofdstad van de hele wereld. Die internationale naoorlogse scene heeft zich dan wel verplaatst, naar New York, naar Londen, nu naar Berlijn waar de ateliers nog goedkoop zijn. Maar wie z’n werk wil verkopen komt toch weer naar Parijs, met z’n galeries en musea en veilinghuizen. Cultuur is hier een levensnoodzaak. Daarom voel ik me thuis. Het is hier niet raar je met mooie dingen te willen omringen. En er is een intellectueel debat. Elitair is geen scheldwoord.’

Thuisvoelen, dat lukt straks in Nederland ook, daar twijfelt ze niet aan. ‘Maar van een afstand kijk je toch naar een wat exotisch volk. Nederland kleineert de eigen cultuur. Dat is een omgekeerde vorm van hautain gedrag. We roepen dat we weinig voorstellen, in de hoop dat een buitenlander zal zeggen hoe geweldig het is. Valse bescheidenheid is dat. Terwijl we grote kunstenaars hebben, op alle gebied. Talent wordt in Nederland snel herkend, de opleidingen zijn goed. Jonge kunstenaars zijn bang voor niks, ze hebben – anders dan in Frankrijk – geen last van tradities en zijn ondernemend.’

Er is nog iets wat dat exotische van Nederland versterkt. ‘In Franse ogen waren we vrijdenkend, tolerant, gastvrij. Verschijnselen als de moorden op Fortuyn en Van Gogh en de populariteit van Wilders kunnen ze niet plaatsen. Ik kijk niet uit naar een klimaat waarin elke moslim een extremist is. Al wil ik graag een toespraak van het fenomeen Wilders in levenden lijve meemaken.’

Nederland ziet de eigen welvaart niet, vindt Wester. Een Franse burgemeester, op werkbezoek in Rotterdam, keek zijn ogen uit toen hij zag wat daar voor een arme wijk doorgaat. ‘Vergeleken met onze banlieues is dit een paradijs’, zei hij. Fransen verdienen minder, sociale woningbouw bestaat amper; ze heeft medewerkers die getweeën in een appartement van 28 vierkante meter wonen, slapen en koken – al twintig jaar.

Op sommige momenten ziet ze Parijs als een dode stad voor rijke mensen. ‘Om de stad staat een groot hek. Het leven zit in de voorsteden, en ver buiten Parijs. In Lille, Bordeaux of Lyon gebeurt meer.’

Dat in Franse boekwinkels veel Nederlandse auteurs in vertaling liggen, is mede aan haar inspanningen te danken. Het bureau van Voskuil zou ze graag nog eens in het Frans vertaald zien. ‘Dat zou het in dit bureaucratische land goed kunnen doen.’

Ze weet van uitgevers die belangstelling hadden, maar terugdeinsden voor de eis van de Nederlandse uitgever, die de rechten voor de eerste twee of drie delen in één keer wilde verkopen.

Van de hedendaagse Franse literatuur raakt ze niet opgewonden. Ze noemt Houellebecq, is blij dat Toussaint en Modiano nog schrijven, verwacht veel van Jonathan Littell. Maar verder? ‘De bestsellerliteratuur rukt op.’ Wester is mannelijker gaan lezen, zegt ze zelf: essays, biografieën, geschiedenis.

Nog één klus doet ze voordat ze haar dienstwoning ontruimt. Dat is het jaarlijkse rondje langs de zestien directeuren van Nederlands-Franse firma’s als KLM-Air France, Shell, Philips, Randstad, Robeco, Euronext, verenigd in de Cercle d’Amis de la Culture Néerlandaise. Eenmaal per jaar komen de heren bijeen, om de plannen het institut aan te horen. Ook dat behoort tot haar takenpakket. ‘Het is een sport zo veel mogelijk sponsorgeld los te krijgen. Dat wordt lastiger. Je voelt de crisis.’

Als ze van haar Institut naar metro Concorde loopt, over de Seine, met aan haar linkerhand het Grand Palais, rechts de Tuileriën en in de verte de Madeleine, dan voelt ze zich rijk. Of dat gevoel in Nederland terugkomt? ‘Ik huur een huis aan het IJ, boven pakhuis Afrika. Een plek met een dergelijke architecturale kwaliteit zou in Parijs onbetaalbaar zijn. En als ik in Amsterdam het Centraal Station uitstap, vind ik Nederland multicultureler. Het is een smeltkroes. Terwijl Parijs een blank getto is, de kleur zit in de buitenwijken.’

Straks gaat ze door met haar levenswerk, een proefschrift over schrijver, reiziger en idealist Jef Last, vriend van André Gide en strijder in de Spaanse burgeroorlog. Ze duikt ook weer het bestuurscircuit in, en wil best ergens commissaris worden.

Aan een pied à terre in Parijs heeft ze geen behoefte. ‘Fransen zijn zeer statusgevoeIig. Ze zijn nu aardig voor me, maar als ik hier als functieloos burger kom, is dat anders. Dat bespaar ik me.’

Rudi Wester (Julien Chatelin)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden