boekrecensie

Roxane van Iperen wil ons een geweten schoppen ★★★☆☆

Na haar bestseller ’t Hooge Nest kreeg Van Iperen honderden lezersbrieven, vaak van overlevenden van de Holocaust. Die zijn nu gebundeld, om álle stemmen te laten horen.

null Beeld Avalon Nuovo
Beeld Avalon Nuovo

Na de oorlog is er over de gruwelen van de Duitse bezetting, het geweld en de Holocaust hartgrondig gezwegen. Door slachtoffers, uit mentale nood en onvermogen. Door daders en toeschouwers, uit schaamte of onverschilligheid. Door doden, omdat zij niet meer spreken konden.

Historici hebben een cruciale rol gespeeld bij het openbaren van de ontluisterende feiten over de Jodenvervolging. Jacques Presser begon in 1965 De ondergang met de zin: ‘Dit boek behelst de geschiedenis van een moord.’ Schrijvers nuanceerden al direct na de bevrijding het beeld van een bevolking die eenvoudig in goed of fout viel in te delen. Een held, schreef Willem Frederik Hermans, is iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest.

Tussen de ‘waargebeurde’ oorlogsverhalen die tot op de dag van vandaag de letteren overspoelen vervult ’t Hooge Nest van Roxane van Iperen een belangrijke rol. Toen zij een villa in ’t Gooi betrok, kwam zij op het spoor van het verhaal van vroegere bewoners, de Joodse zussen Janny en Lien Brilleslijper. Die jonge moeders doken midden in de oorlog met hun kinderen onder in ’t Hooge Nest en boden op hun beurt een schuilplaats aan andere Joodse gezinnen en onderduikers.

In een vijandige omgeving, waarin het ritselde van welgestelde NSB’ers, bloeide het Joodse leven op. Er werd muziek gemaakt, gedanst. Maar ’t Hooge Nest werd verraden. De beruchte jodenjager Eduard Moesbergen pakte de onderduikers op. De zusjes Brilleslijper werden op het laatste transport naar Auschwitz gezet. Ze overleefden. Ternauwernood. Toen Janny werd bevrijd, woog ze nog geen 28 kilo.

Roxane van Iperen constateerde tijdens het schijven dat weinigen wisten van het lot van de Joodse zusjes, en dat al even weinigen zich er echt voor interesseerden. Toch werd ’t Hooge Nest een onverbiddelijke bestseller. In de drie jaar na publicatie werden tweehonderdduizend exemplaren verkocht. De Engelse vertaling, The Sisters of Auschwitz, prijkt deze week hoog op de bestsellerslijst van The New York Times.

Hoeveel het boek voor lezers betekent, blijkt ook uit de honderden brieven die Van Iperen ontving na publicatie ervan. De meeste briefschrijvers getuigen van hun eigen, tragische oorlogsgeschiedenis. ‘Niemand kent dit verhaal nog en ik wilde het toch eens aan iemand kwijt, vindt u dat erg?’

Zonder commentaar

Van Iperen bundelde fragmenten uit deze Brieven aan ’t Hooge Nest zonder commentaar, net als de Duitse schrijver Walter Kempowski deed in de vier kloeke delen van Das Echolot. Toch heeft Van Iperen het niet gelaten bij ‘Ein kollektives Tagebuch’. Ze laat de brieven voorafgaan door haar 4 mei-lezing van dit jaar, een Cleveringa-lezing uit 2019 en een verhaal over ‘de vergeten slachtoffers’ van het Apeldoornsche Bos.

Het Apeldoornsche Bos was een joodse psychiatrische inrichting die in de nacht van 21 op 22 januari 1943 door de nazi’s is ontruimd. Patiënten – zwakzinnigen, gehandicapten en kinderen – werden in veertig treinwagons gesmeten en rechtstreeks naar Auschwitz gereden. ‘Het gekrijs en gejammer dat uit de wagons opstijgt wordt tot in de wijde omgeving gehoord.’

Roxane van Iperen confronteert ons niet alleen met de gruwelijke feiten, maar beschrijft die ook zo intens mogelijk. Bovendien ziet ze er niet tegenop in het hoofd van haar historische personages te kruipen, hun gedachten dramatisch te verwoorden. ‘Zwijgen is geen optie’, schrijft ze. En: ‘Niets is onbeschrijflijk.’

Voor dat streven is lef en talent nodig en over beide beschikt Van Iperen. Toch wringt er iets. ‘Als ik nu een echolood zou laten afdalen in het verleden’, stelt ze, ‘is er een goede kans dat ik blijf steken in ondiep, troebel water. Het schemergebied tussen mythe en kennis, waar iedereen roept ‘Dit nooit meer!’ zonder dat het werkelijke lijden dat daaraan ten grondslag ligt ten volle is aanschouwd.’

Is dat wel zo? Van Iperen schrijft dat ‘de mythe’ plaats moet maken voor ‘het weten’. ‘Dat vergt rouwarbeid. Afdalen, stil zijn en álle stemmen aanhoren, ook de diepste uithalen van smart en angst.’ Grote woorden, die suggereren dat anderen dat hebben nagelaten of ‘rouwarbeid’ zouden tegenwerken – en dat lijkt me niet het geval.

Schrille toon

De slachtoffers van het Apeldoornsche Bosch zijn niet ‘vergeten’. Hun tragische lot is beschreven door onder anderen Loe de Jong en Jacques Presser. Hetzelfde geldt voor de vlammende rede die professor Rudolph Cleveringa op 26 november 1940 hield tegen het ontslag van zijn Joodse collega’s aan de Leidse Universiteit. In talloze publicaties is die met meer oog voor complexiteit verbeeld dan Van Iperen doet.

Waar historici niet willen moraliseren, daar wil Van Iperen ons een geweten schoppen. De schrille toon in haar lezingen vormt een wonderlijk contrast met het besluit om de brieven voor zichzelf te laten spreken én met de ingetogen stem van de heldin van ’t Hooge Nest. ‘Je kunt jezelf niet ontrouw worden’, heeft Janny Brilleslijper gezegd. ‘Je kunt jezelf ook niets wijsmaken. We stonden ervoor. We hebben gedaan wat we moesten doen, wat we konden doen. Niet meer en niet minder.’

Zonder Roxane van Iperen was deze uitspraak misschien nooit in het volle licht gezet. In ’t Hooge Nest heeft zij de poort naar ons duistere verleden geopend. Uit Brieven aan ’t Hooge Nest blijkt hoeveel behoefte daaraan bestaat. De brieven bevatten kiemen voor verhalen die verteld mogen worden. De oorlog is nog altijd niet voorbij.

null Beeld Lebowski
Beeld Lebowski

Roxane van Iperen: Brieven aan ’t Hooge Nest. Lebowski; 162 pagina’s; € 19,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden