Rotterdam heeft superlijm voor de brokken van Mahler

Nadat pianist Lang Lang vanavond na een vermoedelijk blits recital zijn laatste kus de Doelen in heeft geblazen, is het in de grote zaal voorlopig even gedaan met het fijnzinnige toucher. Vijf maanden lang, tot half september, heersen hier het breekijzer en de klopboor. Na ruim veertig jaar is de Rotterdamse concertlocatie toe aan een beter klimaat, nieuwe stoelen en geavanceerde belichting.

Het betekent wel dat het Rotterdams Philharmonisch Orkest tijdelijk op de schopstoel zit. Vrijdagavond, met een jubelend ontvangen Vijfde symfonie van Mahler, zwaaiden de musici en hun chef Yannick Nézet-Séguin alvast gedag. De orkestbak van het Amsterdamse Muziektheater biedt in mei en juni soelaas tijdens Janáceks opera De zaak Makropoulos. En verder wordt het zwerven tussen Delft (Matthäus Passion, vanaf woensdag) en gastoptredens elders.

Vooruitlopend op hun vernieuwde zaal hadden de Rotterdammers Mahler alvast fris gerenoveerd. Er klonk geen power-Mahler, geen frutsel-Mahler en al helemaal geen neurotische Mahler. Wel was het Adagietto om te janken zo mooi.

Tijdens zijn eerste Mahlersymfonie in Rotterdam schetste Nézet-Séguin een toondichter die zich rond 1900 met tegenzin ontworstelt aan de voorgaande eeuw. De wals, een mars, het symfonieorkest – al het vertrouwde gaat kapot en een componist zit met de brokken. Hij kan plakken wat hij wil, terugblikken tot hij een ons weegt, maar de muziek marcheert onverbiddelijk verder.

In de eerste delen toonde Nézet-Séguin hoe Mahler, tamelijk radeloos, zijn innerlijke behang aan flarden krabt. Het Adagietto bood heling, en in het slotdeel leek het aanvankelijk of alles niet meer was dan een boze droom. Allegro giocoso, staat er immers, en frisch!. Maar genadeloos stelde de dirigent zijn diagnose: hier hebben we te maken een componist die, hoe begrijpelijk ook, zichzelf overschreeuwt.

Verbrokkeling ging Nézet-Séguin te lijf met superlijm: even vertragen, slim plakken, en verder. Net zo bijzonder waren de orkestsecties die hun eigen koers mochten varen, zodat tussen melodielijnen een schurend contrapunt ontstond.

Mahler die omkijkt naar een dierbare, verloren eeuw – zo beschouwd was het een geniale ingeving van Janine Jansen om het geplande Vioolconcert van Dvorák in te ruilen voor Tsjaikovski’s Souvenir d’un lieu cher. Met intieme toon en melancholiek vibrato hield ze Yannick aan het elastiek. Succes had ook Ron Ephrat, de aanvoerder van de Rotterdamse altviolen. Als een fiedelaar in de traditie van de Appalachian Swing bereikte hij het slot van Mayke Nas’ To Hell!. Het publiek riep stijlvol terug. ‘Ji-haa!’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.