Rotterdam eert schepper 'Japie de Portier' met monument

Bij oudere Rotterdammers schiet het gemoed nog altijd vol als ze de tranentrekkers Ketelbinkie of Diep in mijn hart horen....

Van onze verslaggever

Hans Horsten

ROTTERDAM

Bij het horen van de naam Valkhoff gaat zelfs ras-Amsterdammers een lichtje op. Hij schreef immers O Johnny, tante Leens ode aan Johnny Jordaan. Jaap Valkhoff (1910-1992), muzikaal dier en componist van honderden liedjes, was al tijdens zijn leven een legende.

Vandaag eert de gemeente Rotterdam deze 'aartsvader van het levenslied' met de onthulling van een monument van beeldend kunstenaar Cor Kraat (52). Het eigentijdse sculptuur komt op de hoek van de Schiedamsedijk en de Schildersstraat, gewijde grond voor zowel de oudere generaties Rotterdammers als alle andere Valkhoff-adepten.

Op die plek begon vroeger het uitgaansgebied en kocht Valkhoff van zijn royalties in 1957 de Oase Bar. Dezelfde bar die zo sterk verweven was met de talrijke mythes die toentertijd over zijn persoon de ronde deden.

Zoals het verhaal dat de portier van de bar, Jaap Plugers, op een avond langs zijn neus weg aan zijn baas vroeg of die voor hem ook niet eens een hit kon schrijven. Valkhoff nam zijn accordeon, ging even naar achteren en kwam na tien minuten met de meezinger Japie de portier. Op vinyl geperst werden er van het door Plugers (artiestennaam: Jacky van Dam) gezongen lied vervolgens 300 duizend exemplaren verkocht.

'Het is toch fantastisch als je zoiets kan?', vindt beeldend kunstenaar Kraat, die zich voor zijn opdracht uitvoerig verdiepte in leven en werk van Jaap Valkhoff.

Volgens Valkhoffs zoon Martin (43) zegt de anekdote vooral ook iets over de ongerichte wijze waarop zijn vader met zijn talenten omsprong. 'Hij deed vaak dingen voor mensen die hij aardig vond, en was daarin niet zakelijk genoeg. Die combinatie zie je wel vaker bij artiesten. Een goede manager had hem daarvoor kunnen behoeden. Vooral in zijn latere carrière had hij zijn huid beslist duurder kunnen verkopen.'

Valkshoffs kracht was dat hij perfect spoorde met de tijdsgeest van na de oorlog, de periode waarin hij zijn grootste bekendheid verwierf. De multi-instrumentalist personifieerde voor veel inwoners van Rotterdam de wederopbouw van een stad die zich er door het bombardement van 1940 niet onder had laten krijgen. Katendrecht verwierf zich opnieuw een internationale reputatie als rosse buurt, de haven herleefde, en uit de rokende puinhopen van het oude Rotterdam herrees een nieuwe metropool.

Jaap Valkhoff stond erbij, keek ernaar en schreef erover in liedjes als Langs de Maas, In Katendrecht zijn de nachten lang, en Ik zie de haven al.

Martin Valkhoff: 'Mijn pa was een taaie Rotterdammer die net als de andere inwoners van die verwoeste stad ook de power bezat om iets nieuws te beginnen. Vergeet niet dat hij al een lange carrière achter de rug had toen hij in de oorlog door de bezetting gedwongen een andere weg insloeg en overstapte op Nederlandstalig repertoire. Dat vereist moed.'

Ook Kraat, zelf van de beat-generatie, vindt dat vooral de sociaal-culturele betekenis van de muzikale ambachtsman Jaap Valkhoff niet mag worden onderschat. 'Hij schreef over de stad en zijn bevolking op een wijze die Rotterdammers eigen is. Open, direct, het niet mooier maken dan het is. Een strofe als Kilometers in het rond, gaan de palen in de grond geeft in alle eenvoud perfect de sfeer uit die tijd weer.'

Een volksjongen uit de arbeidersbuurt Crooswijk, die al op driejarige leeftijd de trekzak speelde, en later ook de tenorsax en bas onder de knie kreeg. Waar het grote publiek hem kent van zijn commerciële successen uit de jaren vijftig en zestig, dankt hij zijn populariteit bij ingewijden vooral aan de muzikale activiteiten die hij daarvoor ondernam.

Hij speelde in jazzorkesten (zoals dat van Boyd Bachman), componeerde ontelbare swingnummers, en was hij de eerste accordeonist die een artistieke impuls gaf aan dit instrument van de straat.

Dat was andere koek dan de creatie Slome Japie, die hij zich in de jaren zestig door platenbaas Johnny Hoes liet aansmeren. Valkhoff als karikatuur van de benepen burgerman die ranzige liedjes ten gehore brengt vol verhulde seksuele toespelingen - het is niet het imago waar zijn zoon Martin graag aan wordt herinnerd. 'Als ik dan met mijn vader wandelde, riep iedereen op straat naar hem: ''Hé, slome Japie.'' Vreselijk vond ik dat'.

De laatste jaren heeft Martin Valkhoff met zijn broer Ben 'vergeten' bladzijden uit de geschiedenis van hun vader voor het voetlicht weten te brengen. Uit thuisopnamen met privé-favorieten die Valkhoff maakte, stelden zij een cd samen die bij zowel het publiek als de kenners een positief onthaal kreeg. 'Daarop is te horen dat hij zoveel méér kon dan alleen maar vrolijke nummers schrijven', meent Martin Valkhoff.

Het beeld dat Kraat wijdde aan Rotterdams meest muzikale zoon, bestaat uit drie elementen die met elkaar een eenheid vormen. De accordeon waarop hij speelde en componeerde, het stromende water dat zo vaak decor was in zijn liedjes, en het strakke profiel van zijn magere gezicht met de scherpe neus als overheersende contour.

'Bij zo'n beeld kan iedereen zijn eigen Valkhoff invullen. Dat doet recht aan zijn veelzijdigheid', zegt Kraat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden