Rotterdam blijft zichzelf, ondanks succes

Ondanks de groeipijnen, lange rijen voor de kassa's, blijft Rotterdam de plaats waar de filmliefhebber zijn festival zelf kan kneden....

Wie twee weken geleden een verstokte filmliefhebber vroeg naar het werk van Miike Takashi, hoefde niet op een zinnig antwoord te rekenen. Miike Takashi? Nooit van gehoord.

Op het International Film Festival Rotterdam (IFFR), dat zaterdag werd afgesloten, maakte Takashi furore. In zijn film Audition zit een van naarste scènes uit de filmgeschiedenis, over de openingsminuten van Dead or Alive viel lang na te praten en Ley Lines gaf voer voor gesteggel.

Films kijken op een festival is hopen op een ontdekking. Nieuwe regisseurs leren kennen en vreemd werk ontginnen - daar is het in de eerste plaats om te doen. Het festival, dat volgens directeur Simon Field 'de meest interessante, geïnspireerde, vernieuwende en originele films van het afgelopen jaar' vertoont, is een gelegenheid om binnen enkele dagen weer helemaal bij de tijd te zijn.

De winnaars van Cannes, de geheimtips van Berlijn, successen uit Pusan en verrassingen van Locarno komen in Rotterdam samen - met daar bovenop de vondsten van de eigen programmeurs, zoals Takashi, de Argentijn Pablo Trapero (Mundo Grúa) of de Duitser Veit Helmer (Tuvalu).

De honger naar afwijkende, dwarse films is groot. Dit jaar kwamen er opnieuw meer mensen naar Rotterdam: 320 duizend bezoekers tegen 302.500 in 1999. De recette steeg van 1,6 miljoen gulden naar 1,9 miljoen.

Het succes leidt - hoe paradoxaal ook - tot wanklanken. Nog voordat het startschot was gelost, klonk er geweeklaag over de rijen voor de kassa's en het almaar uitdijende en onoverzichtelijke programma. Erger: de bijeenkomst van filmgekken zou zijn veranderd in een ordinair feest waar de macht van het getal de pioniersgeest heeft aangetast.

Scoringsdrift in plaats van passie en disco in plaats van debat - zo kunnen de kanttekeningen worden samengevat. Kanttekeningen die opzwollen tot venijnige kritiek toen bekend werd dat Field het festival opende met Michael Manns The Insider en afsloot met Sleepy Hollow van Tim Burton - films uit Hollywood welteverstaan, en daarom bij de harde kern van Rotterdam-liefhebbers a priori niet gewenst.

Het IFFR heeft al jaren last van groeipijnen, omdat de aanwas van het publiek maar niet tot een halt komt; elke ochtend om half negen slingerde zich een bleke rij filmgekken over het Schouwburgplein, hopend op toegangsbewijzen voor de films die zij per se wilden zien.

Het wachten werd overigens vaak beloond: door de extra schermen van Cinerama, dit jaar als festivallocatie toegevoegd, zakte de gemiddelde zaalbezetting naar 75 procent.

Het IFFR kiest ervoor een festival te zijn waar iedereen welkom is. Die open houding past bij het culturele klimaat van Nederland, dat stoelt op de gedachte dat kunst voor iedereen bereikbaar moet zijn. Niks gesloten deuren (zoals in Cannes) en ook geen parades van bobo's (zoals in Berlijn), maar ruim baan voor iedere liefhebber, die uit de honderden films zijn eigen festival mag kneden.

Het is curieus dat die mentaliteit wordt uitgelegd als een knieval voor de kijkcijfers. Te meer omdat het programma - door buitenstaanders nog altijd snerend met 'veel zwart-wit, zeker?' onthaald - allesbehalve een potpourri van dijenkletsers is. Kwetsbare debuten, Aziatische cinema en de grensgebieden met de beeldende kunst zijn de pijlers.

Wat doet The Insider dan in het programma, vragen festivalwatchers van het eerste uur zich bezorgd af. Of Toy Story 2 en Being John Malkovich?

Die vraag is kortzichtig. Door de creatieve uitzonderingen van Hollywood te plaatsen naast het werk uit alle andere delen van de wereld groeit de mogelijkheid om de filmkunst te leren doorzien. En op doorzien komt het nog altijd aan in Rotterdam, waar het debat dagelijks voortgaat - niet, zoals voorheen, in de luwte van de ons-kent-ons cultuur, maar in de nissen van de disco of zomaar bij een broodjeszaak op de Lijnbaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden