Roomwitte schelpen en vlinders 47ste Biënnale van Venetië is een vitale oude dame

Er wordt een schatkamer uit modder gemaakt, er worden vlinders gekweekt, tuinen aangelegd en rugzakjes genaaid. Op de 47ste Biënnale van Venetië heeft artistiek directeur Germano Celant de commissarissen van de diverse landen de vrije hand gegeven....

LUCETTE TER BORG

MERDA. Er kinkelt een bord met eten naar beneden het water in. Het bord breekt, de stroom verspreidt de scherven, de scherven zinken naar de bodem. Even is het daar oproer, maar al snel keert de rust weer. Zand, algen en vuil spoelen tegen de scherven op, vissen cirkelen eromheen en laten er hun poep vallen. Er ontstaan piepkleine bergjes slib.

Merda - drek. Venetië is ervan vergeven. Het is bij wet verboden, maar iedere Venetiaan gooit afval over z'n balkonrand of vanuit het raam de gracht in. En iedereen heeft wel eens wat in het water verloren: een speelgoedbeest, een mes, een horloge, potten en pannen, een schoen. Elke dag opnieuw varen de platte baggerschuiten uit. De baggeraars schrapen de bodems van de kanalen, rio's en watersteegjes kaal, en varen met de zwarte blubber de blauwgroene lagune op. Ver buiten de stad kieperen ze hun ballast overboord. Negen kubieke meter per scheepslading. Opdat Venetië niet dichtslibt.

De Amerikaanse kunstenaar Mark Dion (1961) is de afgelopen weken bevriend geraakt met het Venetiaanse drek. Op de Rio della Sensa, het 'riviertje van het gevoel', baggerde hij met de baggeraars mee. Eén kubieke meter drek nam hij mee naar de Giardini di Castello, waar de 47ste Biënnale van Venetië wordt gehouden, en hij stortte die in een houten kist voor de deur van het Scandinavische paviljoen. De rest van het slib begon hij te ontleden. 'Je kunt hier geen balpen in de modder steken zonder dat je iets vindt', zegt Dion. Hij diepte potscherven op, flessenhalzen en roestige sardineblikjes. Hij sorteerde ze naar kleur en vorm.

Dions bijdrage aan de Biënnale noemt hij zelf een 'reis naar de bodem van de kanalen en de lagune van Venetië'. Maar zijn project is meer. Hij drenkte zich niet alleen in het slib, hij stapte ook op de vaporetto, voer naar het Lido en verzamelde er schelpen. Hij scheepte zich in naar Murano en ging bij de blazerijen op zoek naar glasafval. Op de markt in San Polo kocht hij vissen afkomstig uit de lagune. Hij schepte water en waterplanten op. Dion verzamelde kortom alles wat de zee uitbraakt en inneemt.

Hij heeft er een koel kabinetje mee gevuld, vlak naast het Scandinavische paviljoen. In vitrines staan weckflessen met vissen en planten, uit kisten puilen roomwitte schelpen, azuurblauwe en smaragdgroene glasbollen, op planken staan afgebroken flessenhalzen in het gelid. Dit is een schatkamer, waar alle clichés die over Venetië bestaan, over elkaar heen tuimelen en versmelten tot wonderlijke associaties van vormen, kleuren en geuren.

Dion voert de bezoeker verder. Het is maar één stap van sprookjesachtige schatkamer naar prozaïsche werkkamer. Hier is de kunstenaar bezig met zeven, schoonkwasten en opplakken. Zijn rariteitenkabinet zwelt aan tot en met volgende week. Dan verlaat hij de lagune en plakt hij de slordige werkruimte af met tape. Die ruimte beschouwt Dion als bewijs van zijn aanwezigheid. Ze maakt onlosmakelijk deel uit van het verhaal van zijn reis.

Het is kenmerkend voor de Biënnale die de Italiaanse Arte Povera-kenner Germano Celant dit jaar organiseert, dat de bijdragen van de jongste kunstenaars in Venetië verandering als eigenschap in zich dragen. Op deze Biënnale toont Fabrice Hybert in het Franse paviljoen een filmstudio waar steeds andere beelden worden vertoond. In de Corderie dell'Arsenale, buiten het Biënnale-terrein, laat Marie-Ange Guileminot in een naaiatelier mensen van panty's rugzakken knopen. En in het Scandinavische paviljoen (alweer) kweekt de Zweed Henrik Hakansson in een aangelegde tuin vlinders.

De kunstenaars zijn veelal zelf aanwezig in hun installaties en blijven, zoals in het geval van Hakansson, zolang de Biënnale duurt. Ze maken deel uit van het eigen werk, legden zichzelf en toeschouwers op video vast, en spelen dit weer af voor publiek. Het is allemaal part of the game. 'Het gaat om de metamorfose, niet om de rups, pop of vlinder op zichzelf', vindt vlinderkweker Hakansson (1968). En dat klinkt bijna boeddhistisch. De reis naar het doel wordt even belangrijk als het doel zelf.

Al decennialang wordt er geklaagd dat de Biënnale van Venetië op sterven na dood zou zijn. Maar nu de Biënnale een oude dame van honderdtwee is en de Belg Thierry de Cordier bovendien in het Belgische paviljoen een 'omhelsbaar klaagmuurtje' tentoonstelt waar iedere jammeraar zijn klachten verliest, kan er weer ruim worden ademgehaald, hier en daar. Celant liet de commissarissen van de achtenvijftig deelnemende landen los van enig thema of concept hun keuze voor kunstenaars bepalen.

Sommige curatoren, zoals die van Frankrijk, Scandinavië, Groot-Brittannië (Rachel Whiteread), Canada (Rodney Graham) en ook Nederland (Aernout Mik en Willem Oorebeek), zijn daardoor met verrassend avantgardistische selecties verschenen. Scandinavië heeft bovendien het hele Biënnale-idee van nationale inzendingen aan zijn laars gelapt, en toont behalve Zweedse en Finse kunstenaars de in Amerika wonende Japanse Mariko Mori en de voor het grootste deel van zijn tijd in Europa werkende Amerikaan Dion.

De voedingsbodem voor dit fijne laissez-faire principe ligt echter in praktisch tijdgebrek. Pas eind vorig jaar werd besloten dat er in 1997 een Biënnale zou komen. Celant zelf werd pas in januari benoemd. Vijf maanden slechts stonden hem ter beschikking, een tijd die hij vulde met het samenstellen van een 'galactische thematentoonstelling' in het Italiaanse paviljoen en de Corderie. Je moet kunst beschouwen als een sterrenstelsel, vindt Celant. Hij en zij, jong en oud, wij allemaal, zijn ruimtereizigers die ons van 'ster' naar 'ster', van kunstenaar naar kunstenaar, verplaatsen.

De naam die de Italiaan zijn geesteskind heeft meegegeven is even wereldomvattend als nietszeggend: Future Present Past. Onder deze paraplu brengt Celant drie generaties kunstenaars bijeen uit de jaren zestig tot en met nu. Van de conceptuele en minimalistische schilderkunst, Arte Povera en Pop-Art, via het neo-expressionisme, body-art en het postmodernisme, tot en met de jongste generatie kunstenaars van nu.

Het Italiaanse paviljoen toont het historische overzicht, met nieuw of recent werk van de meeste grote helden van vroeger en nu. Mario Merz is er, Gerhard Richter, Luciano Fabro, Roy Lichtenstein, Enzo Gucchi en - supernova - Anselm Kiefer. In deze statische, museale opstelling zijn de minste verrassingen te verwachten, al houdt Marina Abramovic een bloedstollende performance in de gewelven van het paviljoen, is ook een 'babyster' als de Belg Panamarenko aanwezig, en heeft de Brit Tony Cragg een zaal met prachtig uitgebalanceerde beelden gevuld. Het ware intergalactische avontuur dat Celant zo hartgrondig wenst, laat hij afspelen buiten het Biënnale-terrein, in de Corderie.

JE KUNT JE schouders ophalen over de idealistische kunstopvatting van de Belgische theatermaker en beeldend kunstenaar Jan Fabre. Op een heel andere plaats in de stad, op de tentoonstelling Vlaamse en Nederlandse schilderkunst uit de 20ste eeuw in het Palazzo Grassi die niets met de Biënnale van doen heeft, zegt Fabre: 'Wij kunstenaars moeten tovenaars blijven, die met liefde en toewijding de kijker in een wilde beer veranderen of een rustig lammetje. We moeten de kijker genezen of op het juiste moment ziek maken, zodat hij voelt dat hij nog een lichaam heeft en een ziel.'

Fabre stelt ook werk tentoon in de Corderie. Met zijn bewondering én afschuw opwekkende insectenbeelden moet hij zich in deze 316 meter lange, voormalige scheepswerf in goed gezelschap voelen. Want hier wordt het hart verbijsterd door de jonge Britse videokunstenaar Douglas Gordon (1966), die in een totaal verduisterde ruimte de kijker dertig 'lichtseconden' geeft om een beschrijving te lezen van het morbide experiment dat de Franse arts Baurieux in 1905 deed.

Baurieux vroeg zich af hoe lang je kon communiceren met een afgehouwen hoofd. Hij nam een test af met de misdadiger Languille die tot de guillotine was veroordeeld. Direct na de onthoofding van de crimineel ging de arts aan de slag. 'Languille', zei hij tegen het hoofd, en kijk, de ogen sperden zich open. Nog twee keer sprak de arts met steeds meer nadruk de naam van de veroordeelde uit. Nog twee keer draaiden de ogen van het lichaamloze hoofd in zijn richting. Pas na 25 à 30 seconden, noteerde de arts, vielen de ogen definitief dicht.

Het is precies het aantal seconden dat Douglas de kijker het lees-licht schenkt. De wrangheid van het experiment wordt vertienvoudigd door deze analogie. Aangeslagen schuifelen de bezoekers de ruimte uit.

Verderop in de hal is er plaats voor pure pret met zomerse wapperjurken. De Zwitserse kunstenaar Pipilotti Rist (1962) was twee jaar geleden te zien op de tentoonstelling Wild Walls in het Stedelijk Museum in Amsterdam, met een filmpje dat hartverscheurend was voor iedereen die weleens verliefd is geweest.

In haar nieuwe filmloop voor de Biënnale klinkt geneurie en ook weer muziek. Een jonge vrouw wandelt in slow motion het beeld in. Ze is zo blij dat ze bijna springt van vreugde. Haar lichtblauwe jurk springt mee. De camera volgt, bespiedt en moedigt aan. In haar hand houdt de vrouw een grote staaf, ze jongleert ermee alsof ze een majorette is, en bij elke beweging lacht ze, dat zie je, dat hoor je niet. Maar de grootste pret komt als de staaf een stuk gereedschap wordt, gehanteerd om autoramen in te slaan. Dan pas verandert de lach in uitbundige schaterlach, het lichaam in lachspier.

Rist daagt iedere lafbek en brave burger uit burgerlijk ongehoorzaam te worden. Haar film is het beste begin van een bezoek, waar ook ter wereld, en het bewijs dat de Biënnale nog lang niet sterven mag. Nog ten minste drie generaties niet.

De 47ste Biënnale van Venetië: van 15 juni tot en met 9 november in de Giardini di Castello en de Corderie dell'Arsenale. Openingstijden tot 25 oktober 10-18u, na 25 oktober 10-17u. Maandags gesloten (met uitzondering van 16 juni). Algemene catalogus 70.000 lire, monografie 120.000 lire.

Belangrijke nevententoonstellingen:

Europarte - met Graham Gussin, Pierre Huyghe, Oleg Kulik, Avery Preesman en Markus Schaller; tot en met 1 september in de Galleria della Fondazione Bevilacqua La Masa op het San Marco-plein.

Retrospectief Anselm Kiefer; tot en met 9 november in het Museo Correr op het San Marco-plein.

Retrospectief Dennis Oppenheim; tot en met 12 oktober in de voormalige Pilkington-fabriek op Marghera.

Artists for Serajevo, met o.a. Nan Goldin, Cindy Sherman, Ilya Kabakov en Rosemarie Trockel; tot en met 9 november in de Fondazione Querini Stampalia (Castello).

De Biënnale heeft ook een internet site: http://www.labiennale.it.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden