Rommelen en ritselen

Toen W.L. Brugsma begin 1967 toetrad tot de hoofdredactie van Elseviers Weekblad, kreeg hij van zijn vrienden de wind van voren....

'Boebie' Brugsma liet zich niet van de wijs brengen. Niet alleen hadMulisch een paar jaar eerder zélf voor het blad gewerkt - met zijnhistorisch geworden reportage over het proces tegen Eichmann in Jeruzalem -, ook andere progressieve schrijvers en kunstenaars leverden geregeldbijdragen aan het blad. Brugsma had er dan ook alle vertrouwen in dat hijElseviers Weekblad in een andere richting zou kunnen loodsen.

Boebie zou het een halfjaar volhouden. Niet hij, maar Ferry Hoogendijk,zijn collega in de hoofdredactie, wist de leiding over het blad, laterElseviers Magazine geheten, geleidelijk naar zich toe te trekken - om dezevoorlopig niet meer uit handen te geven, ondanks de vele problemen enaffaires die hij teweegbracht. Hoogendijk, gedreven door een matelozeambitie, gebruikte Elseviers Magazine als een politiek instrument termeerdere glorie van zichzelf en zijn politieke vrienden, te beginnen metHans Wiegel en diens leermeester Harm van Riel, de altijd tegendraadsesenator met zijn onafscheidelijke sigaar. En hij oogstte succes met zijnramkoers tegen de 'rode dictatuur', bij de lezers én bij de eigenaren.Zijn rechtse geluiden deden het goed in de gepolariseerde politiekeverhoudingen van de jaren zeventig.

Onderwijl moest een aantal vooruitstrevende redacteuren en medewerkershet veld ruimen. Degenen die bleven, kregen steeds meer de vrije hand, nietalleen om te schrijven en te reizen, maar ook om wat extra te verdienen bijde radio, televisie, andere bladen en bedrijven, en vervolgens ook nog eensgepeperde declaraties in te dienen. De hoofredacteur gaf hierin zelf hetgoede voorbeeld: ter redactie sprak men over 'mr. Schnabbel' en, verwijzendnaar Hoogendijks spichtige uiterlijk, 'de enige muis met een eigenzendtijdvergunning'.

'Herrie om Ferry' luidt de titel van een hoofdstuk in een doorElsevier-redacteur Gerry van der List geschreven geschiedenis van het blad:Hoogendijk veroorzaakte veel problemen. Toch duurde het lang voordat eringegrepen werd. Men liet de omstreden, maar onbedwingbare rommelaar enritselaar lang zijn gang gaan, niet alleen omdat de oplage en de winststegen, maar ook omdat zijn gedrag nauwelijks afweek van wat men daargewend was. Bij Elsevier liet men het nu eenmaal graag breed hangen en nammen het niet zo nauw met de grondregels van de journalistiek.

In de geschiedenis van Elseviers Weekblad, Elseviers Magazine en nu danElsevier, zoveel maakt Van der List wel duidelijk, wemelt het van deeigenzinnige snuiters, grand seigneurs en politieke activisten. Dat begonal met de man die met Elsevier-directeur Teddy Krautz aan de wieg van hetblad stond en vooral de eerste jaren, en misschien zelfs de eerste twintigjaar, onmiskenbaar zijn stempel op het blad drukte: voormaligTelegraaf-redacteur Hendrik Arie Lunshof.

Het bonte gezelschap dat zich rond het einde van de oorlog aandiende alsde redactie - onder wie de socialistische journalist Piet Bakker, detekenaar Jo Spier en de katholieke schrijvers Van Duinkerken en Bomans -wilde een fris, onafhankelijk en veelzijdig weekblad maken. Mr. G.B.J.Hilterman, eveneens afkomstig van De Telegraaf, vertaalde dat verlangen inzijn masterplan als een stijlvol, koel en lyrisch opinieblad, naar hetvoorbeeld van Time, met veel aandacht voor internationaal nieuws,reportages en interviews. De formule sloeg aan: Elseviers Weekblad wist denette, goedopgeleide burger in het land voor zich te winnen.

Ondanks - of misschien dankzij - dit succes openbaren zich al snelenkele verschijnselen die de Elsevier-redactie vóór 1985 kenmerken: veelconflicten, vorstelijke honoraria en vergoedingen, een gebrek aanorganisatie, een corporale mentaliteit en een eigenzinnig hoofdredactioneel beleid, dat niet gespeend is van een sterk polariserende,conservatieve tendens. Van die karakteristiek is Lunshof deverpersoonlijking: hij schrijft niet, hij dicteert, hij houdt van grandeur,provoceert, lijkt voor niemand ontzag te koesteren. Tijdens de kolonialeheroveringsoorlog in Indonesië drijft hij het blad in een zeernationalistische en behoudende richting, die hij niet meer zal verlaten -ook al geeft hij als hoofdredacteur wel wat ruimte aan redacteuren met eenafwijkende visie

De avonturen van Lunshof, Hoogendijk en andere smaakmakende figuren terredactie worden door Van der List breed uitgemeten. Sterker nog: ze vormenhet hart van het boek, dat daardoor enigszins het karakter heeft gekregenvan een jongensboek, vol verhalen over samenzweringen, drankmisbruik,sjoemelarijen, vriendschap, verraad en politieke kamikaze, verhalen diezich afspelen in een boze wereld - en dat alles met een onmiskenbaarromantische inslag. Dat maakt het boek aardig, maar vormt tegelijk dezwakte ervan. Nog afgezien van het feit dat er nogal wat voorkennis wordtvereist, blijven de journalistieke aspecten en de maatschappelijkeachtergronden, maar ook de positie van Elsevier in het medialandschaponderbelicht. Pas in het laatste deel van het boek krijgen we daarop watmeer zicht.

Dat laatste deel begint met de diepe crisis die volgt op deuiteindelijke val van Ferry Hoogendijk in 1985. Hoofdredacteuren enadjuncts komen en gaan, wat niet zelden gepaard gaat met redactionelekoerswendingen, ruzies, veldslagen en ontslagen. Zo wilde André Spoor, dieeerder NRC Handelsblad uit het slop had gehaald en op voorspraak van Elsevier-topman Pierre Vinken in 1986 tot hoofdredacteur werd benoemd, het'rechtse ballenblad met een dubieuze reputatie' omvormen tot eenspraakmakend politiek en cultureel magazine, dat niet alleen in Zutphen enWassenaar maar ook in Amsterdam en Den Haag zou worden gelezen. Ook ditavontuur faalde. Spoor en zijn adjunct Sytze van der Zee moesten binnen eenpaar jaar vaststellen dat ze er niet in waren geslaagd hun doel tebereiken.

Het duurde lang voordat de crisis werd overwonnen. Keerpunt vormde debenoeming van Hendrik-Jan Schoo tot adjunct-hoofdredacteur in 1991. Hij namdirect de leiding over en zette - met de bestaande lezersgroep voor ogen - een nieuwe, herkenbare journalistieke lijn uit. Bovendien wist hij deredactie met straffe hand op orde te brengen.

Het leverde Elsevier niet alleen een helder profiel op - analyse enduiding, trends en ontwikkelingen, met name op het terrein van de economie,binnen- en buitenland, onderwijs, wetenschap, gezondheid - maar ook eengroeiend aantal lezers en adverteerders, in een tijd waarin andereweekbladen met ernstige problemen kampten. Het blad, sinds 1999 onderleiding van Schoo's rechterhand Arendo Joustra, plukt er nog altijd devruchten van.

Frank van Vree

Gerry van der List: Meer dan een weekblad - De geschiedenis vanElsevierBert Bakker292 pagina's 18,95ISBN 90 351 2874 5Bert Bakker292pagina's 18,95ISBN 90 351 2874 5

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden