Romeinse resten in de Vinex-wijk

Archeologen zijn opgetogen over recente opgravingen die bewijzen wat eerder werd vermoed: in de eerste eeuw na Christus liep van Nijmegen tot Katwijk een goed onderhouden 'heerweg', die de noordgrens van het Romeinse rijk markeerde....

door Philip van de Poel

ZEG 'ARCHEOLOGIE' en menigeen denkt aan het goud dat blinkt in de documentaires van Discovery Channel en National Geographic. De tv-archeoloog duikt naar mysterieuze scheepswrakken, of probeert als een Indiana Jones eeuwenoude offergaven uit handen van grafrovers te houden. De werkelijkheid is een stuk prozaïscher, weet archeoloog Erik Graafstal. In rubber laarzen en een windjack staat hij op zijn werkterrein, de weilanden rond Vinex-gemeente Vleuten-De Meern.

Op een doordeweekse werkdag is Graaf stal, als archeoloog van het Archeologisch Dienstencentrum (ADC) gedetacheerd bij de gemeente Vleuten-De Meern, terug te vinden langs de rand van een blubberige sleuf in het Hollandse land. Bergen aarde en een graafmachine markeren de werkplek. De avontuurlijkste hindernis wordt gevormd door het prikkeldraad rond het perceel. Aan de andere zijde ziet de leek niet meer dan een gat in de grond.

Graafstal herkent in het bodemprofiel echter nieuwe aanwijzingen voor een van de spectaculairste recente ontdekkingen in Nederland. 'Van het bestaan van de heerweg, die de noordgrens van het Romeinse rijk markeerde, bestond altijd wel een vermoeden', zegt hij, 'maar het is voor het eerst dat we de weg vrij liggend in het landschap hebben teruggevonden. We doen in Nederland wel eens zielig over het feit dat onze Romeinse resten zo bescheiden zijn, maar de aanleg van dit verdedigingssysteem moet een ongehoorde investering zijn geweest. Deze vondst toont aan dat er door Nederland in feite een Muur van Hadrianus loopt, niet van steen (zoals Hadrian's Wall in Engeland, red.) maar van aarde en hout.'

De 'A1 van Romeins Nederland' vormde tussen het jaar 50 en 270 de ruggengraat van het grensverdedigingssysteem. Op de lijn Nijmegen-Katwijk verbond de weg een lange rij castra (legioensplaatsen), castella (kleinere legerplaatsen) en wachttorens. Hoewel archeologen altijd al vermoedden dat de weg de stroomruggen langs de oude bedding van de Rijn volgde, kon dit pas in de Vleutense nieuwbouwwijk Veldhuizen inzichtelijk worden gemaakt. De eerste resten werden in 1997 blootgelegd. Gaandeweg is de heerbaan over een lengte van 2,5 kilometer in kaart gebracht.

Vleuten-De Meern is niet de enige plek waar onlangs Romeinse resten zijn opgediept. Door grote infrastructurele werken als de aanleg van de Betuwelijn en de bouw van de Vinex-wijken wordt het bodemarchief in versneld tempo blootgelegd.

Hoewel de vondsten natuurlijk niet louter Romeins zijn, vormen de bouwactiviteiten juist voor het onderzoek naar de betekenis van de Romeinse aanwezigheid in Nederland een belangrijke impuls. Nieuwe vragen worden opgeworpen, nieuwe inzichten worden toegevoegd aan het tot voor kort nogal statische beeld van de Romeinse geschiedenis in Nederland.

Met het onderzoeksprogramma 'Limes en landschap' concentreren Graafstal en het ADC zich op 'de dialoog' tussen de Romeinen en het Nederlandse landschap. 'Het verhaal van de Romeinse grens oftewel limes gaat over veranderingen die diep in het landschap ingrijpen. Het tot dan toe egale Nederlandse landschap groeide door de aanleg van de grens uiteen', verklaart Graafstal. 'Uit ons onderzoek blijkt dat de Romeinen het Nederlandse landschap verbluffend goed begrepen.'

De Romeinse vindingrijkheid blijkt onder meer uit hun gebruik van lokale grondstoffen. Rietbundels, grind, zand en hout waren de belangrijkste bouwmaterialen. Voor het landschap had dit grote gevolgen. Ontbossing was een rechtstreeks gevolg van de komst van de heerbaan. Ook het grondgebruik ten zuiden van de limes onderging grote veranderingen. Kleinschalige landbouw maakte plaats voor graanverbouw en paardenfokkerij, gericht op het onderhoud van de legioenen.

Waar het ADC zich richt op de fysische en ecologische aspecten van de Romeinse aanwezigheid, bestudeert het Archeologische Instituut van de Vrije Universiteit (AIVU) de wisselwerking tussen de Romeinen en de inheemse bevolking. De geschiedenis van de Bataven en Cananefaten is lang vertroebeld geweest door een historiserende beeldvorming. Met name de Bataafse opstand (69 na Christus) vormde een dankbaar aanknopingspunt voor ideologisch geladen interpretaties. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werden de Bataven opgevoerd als 'strijdb're braven' die de vrijheidszin in het bloed zat.

De 18de eeuwse Patriotten kozen de Bataven zelfs als naamgever van hun Fransgezinde republiek. In de ogen van de anti-revolutionaire politicus Groen van Prinsterer waren de Bataven daarentegen 'woeste afgodendienaars, twistgierig, verslaafd aan drank en dobbelspel'. Iets van dit beeld is beklijfd; voor velen zijn de Bataven nog altijd in berenvellen gehulde barbaren die op boomstammen de Rijn afzakten.

Volgens Nico Roymans, leider van het Bataven-programma van de VU, kunnen zulke clichés voorgoed worden opgedoekt. Dankzij een grote opgraving in de Tielse nieuwbouwwijk Passewaaij is er een duidelijker beeld ontstaan over de Bataafse samenleving. Aan de hand van duizenden opgegraven objecten kan voor het eerst het verhaal van Bataven en Romeinen worden gereconstrueerd.

'In de traditionele beeldvorming vormden de Bataven een homogene groep die vanuit Hessen naar de Betuwe kwam', vertelt Roymans. 'Ons onderzoek wijst er echter op dat het Bataafse stamverband een constructie van de Romeinse grenspolitiek was, een mix van heterogene groepen die in Nederland werd geformeerd. Het beeld van een onderontwikkelde cultuur die passief de Romeinse Hochkultur overnam klopt niet.'

Monumentale resten heeft de Bataafse cultuur niet nagelaten, maar volgens Roymans doet dat niets af aan de Bataafse rol in het Romeinse rijk. 'Onder geen enkele stam is zo intensief gerecruteerd als onder de Bataven. Van elk gezin zaten minstens een of twee leden in het leger. De officieren konden lezen en schrijven en correspondeerden met het thuisfront over hun verblijf in Afrika, Engeland of Rome. Velen maakten deel uit van het netwerk van de Romeinse elite. Al woonden ze in een boerderij met lemen muren, het waren lieden die midden in de grote wereld stonden.'

Opvallend is, hoe gemeenten proberen het pas ontdekte Romeins-Bataafse erfgoed te annexeren. De publieksfolder van gemeente Vleuten-De Meern, waar nieuwbouw hand in hand gaat met een gedeeltelijk herstel van de Romeinse weg, spreekt boekdelen. Een kleurige foto-impressie laat zien hoe de vijf meter brede weg als wandelpad in de nieuwbouwwijk kan worden ingepast. 'De confrontatie met tastbare resten van voorbije samenlevingen, juist in onze dagelijkse omgeving, kan gevoelens van identiteit versterken en zo bijdragen aan de kwaliteit van ons bestaan', zo staat er.

Probeert de gemeente hier met een toefje Romeins verleden het Vinex-woongenot aan de man te brengen? Graafstal heeft er geen bezwaar tegen: 'Door de resten in de woonomgeving zichtbaar te maken, laat je zien dat er meer is dan Gamma-schuttinkjes en barbecuen. Ik denk dat de Romeinse aanwezigheid confronterend werkt en in die zin de blik verruimt.'

Louis Swinkels, conservator van museum Het Valkhof in Nijmegen, kan de manier waarop gemeenten het Romeinse verleden voor hun pr benutten wel waarderen. 'Aandacht op lokaal niveau is goed wanneer de overheden oog krijgen voor beleidsplannen voor het bodemarchief.' Swinkels zou het echter betreuren als gemeenten koste wat kost hun eigen vondsten willen beheren. Want dan dreigt de samenhang te verdwijnen.

De trend om archeologische vondsten buiten het museum te presenteren, laat ook bij VVV's, de ANWB en de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) zijn sporen na. Of de talrijke archeologische wandel- en fietsroutes de kijk op Romeins Nederland diepgaand beïnvloeden, is nog de vraag. Vooralsnog lijkt de Hollywood-Romein, onlangs nog in The Gladiator in de bioscoop te bewonderen, meer bekijks te trekken.

Volgens Swinkels kan het archeologische bedrijf zijn voordeel doen met deze aandacht. Hij wil ook geen kwaad woord horen over de in wetenschappelijke kring bekritiseerde expositie Asterix en Europa van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Dat de Romeinen heus geen 'rare jongens' waren, ontdekt de museumbezoeker volgens hem vanzelf: 'De Romeinse collectie is heel herkenbaar. Het zijn vaak voorwerpen die je nu nog in het dagelijkse leven tegenkomt.'

De belangrijkste Romeinse erfenis is volgens ADC-archeoloog Graafstal uiteindelijk niet materieel van aard. De opgravingen maken duidelijk dat de Romeinen de eerste 'Nederlanders' waren die op grootschalige, planmatige manier het landschap naar hun hand zetten. Graafstal wijst op de vondst in Vleuten-De Meern van een brug annex dijk langs de heerbaan.

'Deze vondst laat geen andere conclusie toe dan dat de Romeinen de natuurlijke afwatering hebben hersteld om verzadiging van het dijklichaam tegen te gaan. Het wijst erop dat de Romeinen op een heel intelligente manier aan watermanagement deden.' Die anekdote moet Vinex-planners als muziek in de oren klinken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden