Romeinse Keizers zijn onderwerp van smeuïge biografie en politieke analyse

Twee nieuwe biografiën over het Romeinse Rijk

Waar in de smeuïge biografie van keizer Tiberius de familiaire perikelen domineren, biedt De Gouden Eeuw van Rome meer politieke analyse. De opvolgingskwestie heeft menig Romeinse keizer hoofdbrekens gekost.

Buste van Tiberius. Beeld getty

Het behoort tot de vaste topoi van de geschiedschrijving: de tweedeling van heersers in goede en slechte. Dit zwart-witdenken gaat vanouds sterk op voor het Romeinse keizerrijk, al hebben hedendaagse historici zich beijverd de nodige nuanceringen aan te brengen. Tot de onomstreden weldadige keizers behoren Augustus, Trajanus en Marcus Aurelius; tot het vaste corpus van beruchte Caligula, Nero en Marcus Aurelius' zoon Commodus. Een van de belangrijkste figuren over wie het oordeel minder eenduidig is, is Tiberius, die werd zwart gemaakt door Tacitus. Menig moderne biograaf ziet zich nog steeds tot een rehabilitatiepoging geroepen.

Smeuïge biografie

In haar smeuïge biografie De opvolger ontkomt ook Willemijn van Dijk hier niet aan. De titel is raak gekozen, en zet meteen de toon: het feit dat hij uiteindelijk zijn stiefvader Augustus zou opvolgen, bepaalde Tiberius' leven voor zijn verheffing tot princeps in het jaar 14, en het oordeel over hem na zijn dood 23 jaar later. Hij is altijd met zijn voorganger vergeleken, en komt er dan wat karakter betreft negatief vanaf.

Ook Van Dijk wil zijn duistere kanten niet verhelen, maar zet er - eveneens gebruikelijk - zijn verdiensten tegenover. Vooral het feit dat Augustus überhaupt werd opgevolgd en zo de Julisch-Claudische dynastie kon grondvesten, ziet zij als cruciaal, omdat daarmee een terugkeer naar de Republiek werd afgesneden.

Dat Tiberius die opvolger werd, was voor Augustus bepaald niet vanzelfsprekend geweest: veertig jaar lang was hij in de weer om dit te vermijden, maar alle eerdere kandidaten gingen voortijdig dood. Omdat Van Dijk zich vooral op die opvolgingsproblematiek richt, draagt haar biografie sterk het karakter van een familiekroniek, en dat karakter behoudt het boek ook nadien, omdat Tiberius evenzeer problemen had om zijn opvolging fatsoenlijk te regelen. Het is een chronique scandaleuse: het was namelijk geen erg gezellige familie, er werd onderling lustig op los gemoord, en ook Tiberius had geen schone handen.

De opvolger - Tiberius en de triomf van het Romeinse keizerrijk
(non-fictie) - Willemijn van Dijk
Ambo | Anthos; 216 pagina's; euro 18,99

Adoptiefkeizers

Wat daarbij opvalt, is hoe weinig aandacht aan Tiberius' feitelijke regeren wordt besteed. Van zijn militaire activiteiten afgezien blijft onduidelijk wat hij eigenlijk als bestuurder deed en in hoeverre alle hofintriges enig effect hadden op het 'overheidsbeleid'. Voor een biografie over een koning uit pakweg de zeventiende eeuw zou zo'n beperkte familiaire invalshoek inmiddels ondenkbaar zijn.

Dan heeft Anton van Hooff het in De Gouden Eeuw van Rome veel breder aangepakt. Zijn boek behandelt de periode van de zogeheten adoptiefkeizers, van Nerva tot Commodus (96-190).

Met uitzondering van de laatste, de ontaarde zoon van de keizer-filosoof die zijn dagen bij voorkeur te midden van zijn driehonderd concubines en driehonderd lustknapen sleet en zijn nachten in kroegen en bordelen, gelden ze als 'goede keizers'; alleen voor Hadrianus is die kwalificatie toch wel enigszins omstreden. Het adoptiefsysteem bood bekwame opvolgers; toen met Commodus voor het eerst in een eeuw weer een natuurlijke zoon aantrad, ging het prompt mis.

Het Romeinse Rijk was in deze dagen op zijn hoogtepunt: zo groot, stabiel en welvarend werd het nooit meer. 'De stralende nazomer van de antieke wereld', aldus Van Hooff. Het was voor de zestig miljoen inwoners (zoveel als Frankrijk nu) de meest gelukkige en vreedzame eeuw, waarin volgens menig schoolboek 'weinig gebeurde', met het bewind van Antoninus Pius (138-161) als de saaiste periode, want de gelukkigste, bij uitstek. Omdat de familiaire perikelen minder domineren, is er bij Van Hooff meer ruimte voor politieke analyse. Achtereenvolgens passeren - daarbinnen wel weer chronologisch keizer na keizer - kwesties de revue als de verhouding van de keizers tot leger en senaat, hun openbare optreden (brood en spelen), hun bouwpolitiek, sociale, religieuze en culturele activiteiten, en hun al dan niet moreel voorbeeldige rol, na hun dood uitmondend in ofwel vergoddelijking ofwel verdoeming. Zeker bij de thema's cultuur, wetenschap, rechtspraak en religie verandert zijn schets van de heersers daarbij in een schets van het hele imperium.

Maar ook bij Van Hooff blijft één aspect onderbelicht, dat bij het vorstelijk absolutisme van Lodewijk XIV alle aandacht zou krijgen: hoeveel invloed hadden de keizers in Rome echt op de ontwikkelingen in hun Rijk? Welk bestuursapparaat stond hen ter beschikking, hoe omvangrijk was dit, hoe functioneerde dit? Vaak lijkt het toch alsof de keizer alles in zijn eentje deed. Zoals weleens is opgemerkt over zo'n standaardzin dat 'Julius Caesar Gallië veroverde': deed hij dat alleen? Had hij niet minstens zijn kok bij zich?

De Gouden Eeuw van Rome - Van de volmaakte Trajanus tot Commodus de gladiator
(non-fictie) - Anton van Hooff
Ambo | Anthos; 264 pagina's; euro 19,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.