Rome maakte de Prix bijzonder

De Prix de Rome, de oudste kunstprijs van Nederland die in 1808 door Lodewijk Napoleon werd ingesteld, bestaat tweehonderd jaar en dat wordt gevierd met onder meer een overzicht in de Kunsthal in Rotterdam....

En dus is het makkelijk hoofdschudden om de jury van de Prix de Rome, die Piet Mondriaan tot twee keer toe, in 1898 en 1901, wegstuurde. Maar wie nu de naaktstudie ziet waarmee Mondriaan meedeed aan de wedstrijd van 1901, kan de jury van toen geen ongelijk geven. De oudere man op zijn schilderij is een moeizaam, lomp geval met benen van natte klei. De meester van de geometrie is nog ver weg.

Bij een schilderij van Erik van Lieshout (Brixxx uit 1999, een hurkende/poepende vrouw in zwart en felgroen) vraag je je juist af hoe de jury dit niet kon belonen: in vliegende vaart, met rotsvaste hand is de sculpturale reuzin op het doek gezet. En zo zijn er nog wel een paar. Gelukkig houdt de tentoonstelling zich nauwelijks bezig met hinein-analyse.

Prijswinnaars en verliezers (later kregen die een ‘tweede’ of een ‘basisprijs’) krijgen de ruimte, vaak naast en door elkaar in een tentoonstelling die vrij schools in onderwerpen is verdeeld, maar daarom wel effectief is. Meer dan over kwaliteit gaat het over tijdgeest en veranderende inzichten. Niet alleen met kunstwerken maar ook met documentatie en voorwerpen wordt een beeld geschetst van veranderende mores en modes.

Zo is er een ‘logedeur’, een deur met een luikje erin waar maaltijden doorheen werden geschoven en waarachter de kandidaten tot ver in de 20ste eeuw anoniem zwoegden op hun meesterproef. Een voorstudie, waarvoor maar een paar uur de tijd was, werd verzegeld bewaard in een kistje met een glazen deksel.

Recentere kandidaten zagen juist af van de werkplek die hun op de Rijksacademie inmiddels facultatief werd geboden en gingen liever naar hun eigen atelier. Of in een auto naar Rome om die daar te laten inzegenen, zoals Yvonne Dröge-Wendel in 1994 deed: een werk en een Romereis ineen.

Die lange tijd verplichte reis, aanvankelijk naar Rome maar later naar de rest van Europa, Noord-Afrika of Japan, is sowieso een mooi onderdeel: je ziet de kunstenaars en architecten in hun notities opbloeien, losraken van hun idioom en avontuur toelaten. De schetsen en verslagen die bijvoorbeeld de architect Cornelis van Eesteren in Duitsland en Finland (1921), en Arthur Staal in Noord-Afrika (1935) maakten, zijn veel interessanter dan de verplichte ‘studies’.

Dat element verdween. Evenals het bespottelijk lage prijzengeld en de traditionele categorieën. In 1985 werd de prijs verhoogd en gemoderniseerd en hoewel dat meer recht deed aan de inmiddels fors uitgebreide kunst (met film en video, theater, de publieke ruimte en nog wat categorieën die inmiddels gewoon ‘beeldende kunst’ heten) begon de Prix daardoor ook steeds meer te lijken op alle andere kunstprijzen die de afgelopen twintig jaar als paddestoelen uit de grond schoten en vaak hetzelfde soort werk belonen. Om de Prix een eigen gezicht terug te geven, is het herinvoeren van zo’n reis, hoe anachronistisch ook, misschien geen gek idee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden