Romantische komedie Claire Denis weigert onbedaarlijk grappig te worden

Claire Denis verliest zich in deze praatgrage romkom in een niet aflatend discours van taal en ironie. Je zou bijna de momenten missen waar iets van de oude vertrouwde Denis is te zien.

De Franse meestercineast Claire Denis (71) mag zichzelf graag vernieuwen. Waar ze voorheen een rasverteller van verbrokkelde, raadselachtige verhalen was, is Denis' nieuwste film opvallend helder en rechtlijnig. Nog opmerkelijker: er wordt in Un beau soleil intérieur zowat méér gekletst dan in al haar vorige films samen.

Un beau soleil intérieur; Romantische komedie; Regie: Claire Denis;
Met: Juliette Binoche, Xavier Beauvois, Philippe Katerine, Josiane Balasko, Sandrine Dumas, Nicolas Duvauchelle, Alex Descas, Paul Blain, Valeria Bruni-Tedeschi, Gérard Depardieu
94 min., in 19 zalen.

Het kan dus flink wennen zijn dat Denis zich hier aan het praatgrage genre van de romantische komedie waagt. Het is haar eerste noch laatste genreoefening: voor volgend jaar staat het sciencefictiondrama High Life op het rooster, en eerder wist ze met de intellectuele kannibalenfilm Trouble Every Day (2001) zowel haar vaste publiek als horrorfans flink van zich te vervreemden.

Iets dergelijks zou met Un beau soleil intérieur opnieuw kunnen gebeuren. Het hoofdpersonage, kunstenaar Isabelle, stort zich van de ene onbevredigende affaire in de andere. Ze kan haar ex niet loslaten, wordt te makkelijk verliefd, klampt zich als minnares vast aan een lompe zakenman en gooit regelmatig haar eigen glazen in. Zit ze daar weer, in haar Parijse appartement, terwijl het verlangen en de zielensmart blijven knagen. Een indrukwekkend rusteloze rol van Juliette Binoche, die voor het eerst met Denis samenwerkte en in haar rood-zwarte outfits elke scène moeiteloos naar zich toetrekt.

Intussen weigert het voortdurend naar de juiste toon tastende Un beau soleil intérieur unverfroren romantisch of onbedaarlijk grappig te worden. Daarvoor is de film, naar een scenario van Denis en schrijver Christine Angot, te bedachtzaam én bedacht. Eerder dan over de liefde gaat het over de woorden die mensen aan de liefde en relaties wijden. Of over hoe ze in films over de liefde en relaties praten. En dan Franse films in het bijzonder: met finesse en zelfbeheersing. Met afwisselend bloemige en repetitieve zinnen, en hier en daar een vleugje klassenstrijd.

Zelfs wanneer Isabelle alleen is gaat het praten door. 'Ik ben moe.' 'Is dit mijn leven?' 'Ik loop tegen een muur op.' Het wordt bijna een running gag, dat constante expliciteren van gevoelens, op momenten die Denis voorheen juist zwijgend en zwoel zou hebben gehouden.

De oude vertrouwde Denis (Beau Travail, Les salauds) is wel degelijk aanwezig in Un beau soleil intérieur. Zoals in de uitgebreide vrijscène waarmee de film opent en waar Denis' vaste cameravrouw Agnès Godard de zwoegende lijven in close-up vastlegt tegen een egaal grijze achtergrond. Of in Isabelles aanvankelijk solistische, ingetogen smachtende dans op At Last My Love Has Come Along.

Maar zulke zinnelijke momenten zijn ingelijfd in een niet aflatend discours van taal en ironie, tot en met de therapeut (Gérard Depardieu) die Isabelle inschakelt en die zelfs tijdens de aftiteling blijft doorzwammen. Je zou door dat gezever bijna over het hoofd zien hoe eindelijk die 'mooie innerlijke zon' opkomt in Isabelle en Binoches huid daadwerkelijk begint te stralen.

Interview Claire Denis

Regisseur Claire Denis maakte - onbewust - een komische film. Nu eens niet vreemd en duister.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden