INTERVIEW

Roem, een belangrijk thema in het werk van Connie Palmen

'Ik houd van het theater van de roem'

Ze werd beroemd als romancier, maar deze week komt Connie Palmen met twee non-fictieboeken: de dikke pil Het drama van de afhankelijkheid, en het dunne Boekenweekessay De zonde van de vrouw. Wilma de Rek sprak met haar over waarheid en verbeelding, echt en onecht, en over aardigheid.

Connie Palmen: 'Het is werkelijk een gevaarlijk iets om het publieke domein te betreden.' Foto Sanne De Wilde

'Roem is merkwaardig, dat is echt zo', schrijft Connie Palmen halverwege Het drama van de afhankelijkheid. 'Je wordt iets, iets waarvan iedereen geneigd is te denken dat het net zomin bloeden kan als Chanel No. 5.' Vijftien pagina's verder: 'Beroemdheden zijn een gemakkelijke prooi voor het verscheurende oordeel van de pers, voor de strop van de roddelbladen. Ze zijn loslopend wild, blootgesteld aan ieders oordeel en vervolging.'

In de woonkamer van haar Amsterdamse grachtenpand schenkt Palmen (1955) een kopje thee in. 'Wil je een pompadoereikeltje?' vraagt ze met een lief en hoog stemmetje, dat even later een halve octaaf zakt als in verband met dat 'verscheurende oordeel van de pers' de naam van een enigszins valse literatuurcriticus van een landelijk dagblad valt. 'De pers kan je leven stukmaken. Door je onheus te bejegenen, door het op de persoon te spelen; en dat gebeurt vaak.'

Bij jou ook?

'Ja, onmiddellijk. Na de publicatie van De wetten werd ik bejubeld en toegejuicht en op een sokkel gehesen, maar ik wist meteen: dezelfde mensen die denken dat ze je groot maken, zullen op een gegeven moment ook proberen die sokkel onder je weg te slaan. Het is werkelijk een gevaarlijk iets om het publieke domein te betreden.'

Roem is vanaf het begin van haar carrière een belangrijk thema in Palmens werk, blijkt ook uit haar nieuwe boek dat komende week uitkomt. Hoewel voor de schrijfster nog altijd niets boven de roman gaat, 'die kunstvorm waarin de kaart van een ziel wordt getekend', is Het drama van de afhankelijkheid non-fictie. Het boek omvat de verzamelde essays, lezingen en andere beschouwende teksten die ze in de kwart eeuw van haar schrijverschap produceerde. Het trapt af met Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates, haar afstudeerscriptie filosofie, en eindigt met een serie odes aan haar liefdes: Ischa Meijer en Hans van Mierlo uiteraard, met wie ze haar leven deelde, maar ook schrijvers als Harry Mulisch, Jean-Paul Sartre, Harold Brodkey, Thomas Mann, Hugo Claus.

Tegelijk met Het drama van de afhankelijkheid verschijnt De zonde van de vrouw, het essay dat de CPNB uitgeeft in het kader van de Boekenweek die komende vrijdag begint. Ook daarin zijn roem en de eigen identiteit belangrijke thema's. In vier biografische miniatuurtjes beschouwt Palmen de levens van actrice Marilyn Monroe en schrijfsters Marguerite Duras, Jane Bowles en Patricia Highsmith. Hoe zag het grote publiek hen, wie waren ze echt? Waarom kozen ze stuk voor stuk voor een andere naam, welke rol speelde de afwezige vader in hun levens en welke rol de verbeelding; heeft die hen gered of juist vernietigd?

Zelf werd Palmen in 1991 een beroemdheid, na de publicatie van haar debuut De wetten. Ze was 35 jaar oud.

Foto RV

Bekendheid verandert mensen, het kan ze onuitstaanbaar maken.

'Ik stond behoorlijk stevig in mijn schoenen, door al die jaren studie die ik achter de rug had en dankzij goeie vriendschappen, maar het was een idioot iets. Het had bijna rock 'n' roll-achtige trekken. Maar dat amuseerde me ook wel.'

Wat is er leuk aan bekend zijn?

'Ik houd van het theater van de roem, überhaupt het theatrale aan het bekend zijn. Daar ben ik van gaan genieten. Ik ben het ook aan het bespelen. Het gaat om beheer van je imago. Een heel gecontroleerd beheer, dat er niet gecontroleerd moet uitzien. Als je schrijft zoals ik, in wat ik noem autobiografische stijl, dan weet je dat lezers de hoofdpersoon gemakkelijk identificeren met mij als persoon. Dus hanteer ik, zodra ik het publieke domein betreed, of dat nu in een interview is of op de televisie of in de theaters waar ik lezingen geef, diezelfde autobiografische stijl.'

Betekent dat dat je meerdere persoonlijkheden hebt?

'Nee, het is één persoonlijkheid, maar een deel ervan is een als het ware beheerd karakter. Niet een gespeeld karakter, wel een beteugeld karakter. Een beheerd merk; een beheerd imago.'

Dat beheren van het imago is overigens niet iets wat alleen beroemdheden doen. In haar essaybundel schrijft Palmen dat er een existentiële overeenkomst is tussen het werk van de schrijver en het werk dat iedereen in zijn leven verricht: 'We maken van onszelf een karakter, we leven als personages in een verhaal.'

Palmen: 'Het gebeurt ook in een dorp, je krijgt een naam, er wordt goed of slecht over je gesproken. Maar als je beroemd wordt, is dat dorp het land. En als het nog extremer is, de wereld. Voor Michael Jackson of Amy Winehouse was het dorp de wereld, en dan krijgt roem beangstigende trekken. Dan moet je je er sterk van bewust zijn dat je het publieke deel van je persoonlijkheid zorgvuldig moet beheren.'

Verboden vruchten

Verboden vruchten: dat is het thema van de 82ste Boekenweek, die komende vrijdag aftrapt met het traditionele Boekenbal, dit keer niet in de Amsterdamse Stadsschouwburg maar in Paradiso. Vanaf zaterdag 25 maart krijgt iedereen die een boek koopt, er het Boekenweekgeschenk Makkelijk leven van Herman Koch bij cadeau - zie de recensie verderop. Op 2 april geldt het Boekenweekgeschenk tevens als treinkaartje. Voor euro 3,50 is ook het Boekenweekessay te verkrijgen, dat dit jaar is geschreven door Connie Palmen. In De zonde van de vrouw beschrijft ze de levens van vier roeszoekende, beroemde vrouwen. De boekenweek duurt tot en met zondag 2 april.

Wanneer wist jij dat?

'Al voordat ik bekend werd; ik ben op roem afgestudeerd, omdat ik wist dat ik ooit met een boek dat publieke domein zou gaan betreden. Ik was niet zozeer gefascineerd door roem als wel door het effect van het gesproken en het geschreven woord op het leven van anderen. Ik ben dol op biografieën, maar biografieën hebben ook iets engs. Een mensenleven dat zo beschreven en uiteengerafeld wordt...'

Dat doe je zelf ook in je romans.

'Jazeker. Ik heb in het extreme het biografische als mijn vorm genomen, en ook als mijn inhoud, dus datgene wat ik in de filosofie als intellectueel thema koos - het effect en de macht van taal op een mensenleven - is ook literair mijn thema.'

Aan haar eigen lijf geen biografie, als het aan Palmen ligt: 'Niet bij mijn leven. Je kunt mensen niet verbieden er een te schrijven, maar ik zal bij mijn leven geen enkele biografie autoriseren. Ik moet er niet aan denken. Wéérzin roept het in me op.'

Zou uit zo'n biografie een heel andere Connie Palmen naar voren komen dan het zo zorgvuldig beheerde beeld dat nu in het publieke domein bestaat?

'Ja, dat denk ik wel. Dan worden er wel wat meer rafelige randjes ontdekt.'

Je hebt nog nooit een Privé-domeindeel gemaakt; heeft dat ook met dat imagobeheheer te maken?

'Laat Peter Nijssen me nou net deze week gevraagd hebben. Ik weet het nog niet. Ik denk er tóch over. Maar ook daar zou ik met het autobiografsche willen spelen, het als onderwerp nemen. In mijn notitieboekjes staan voornamelijk ideeën voor boeken. En dagboeken houd ik niet bij - ja, vroeger wel, maar ik sta steeds op het punt ze te verbranden omdat ik er niet aan moet denken dat iemand ze ooit zou lezen. Ik houd van de autobiografische stijl als literair middel, maar niet van autobiografisch schrijven: dat staat me enorm tegen. Het gaat om het verhaal.'

Vanaf het moment dat ze begon met schrijven is Palmen, zegt ze, bezig het begrip van fictie te veranderen. 'Het is de aard van mijn schrijverschap, het is het meest experimentele van mijn schrijverschap ook: morrelen aan dat fictiebegrip, wat een heel filosofische doelstelling is. In de gezondverstandopvatting staat fictie gelijk aan leugen. Bij mij staat het voor macht, de macht van taal. Wat je nu op sociale media ziet, dat is allemaal taal, met bedoelingen. Bedoelingen om te kwetsen, om te onthullen, om te schimpen, om cynisch te zijn. Dat behoort voor mij allemaal tot het terrein van de fictie. Ook roddel is fictie, een roddel kan een leven vernietigen.'

Wat is dat toch met schrijven dat het de macht heeft het echte leven weg te maken?, vraagt Palmen zich in haar Boekenweekessay af. Het thema komt in Het drama van de afhankelijkheid uitgebreider aan de orde, vooral in het (eerder bij Athenaeum gepubliceerde) essay Het geluk van de eenzaamheid, over de kunst van de roman. Het is het beste essay dat ze ooit geschreven heeft, zegt Palmen: 'Omdat het zo'n tour de force was om eindelijk eens te formuleren wat ik van de roman verwacht, wat ik een goeie roman vind - dichterbij kom ik niet.

'Ik heb het altijd wel lekker gevonden om essays te schrijven, zeker na een roman. Het is een andere manier van schrijven en een andere manier van denken. Je probeert op een analytische manier een onderwerp te benaderen, waar je in een roman meer bezig bent onverwachte verbintenissen te leggen.'

Foto RV

Welke vorm is waarachtiger, echter?

'Met dat soort termen kun je de roman noch het essay benaderen. Het zijn allemaal gemaakte dingen. In Het geluk van de eenzaamheid probeer ik dat fictiebegrip een beetje weg te trekken uit die tegenstelling 'verzonnen werkelijkheid' tegenover 'waarheid'. Fictie is óók een waar iets. Het is niet per se het verzonnene of het onechte. Fictie maakt zo'n groot deel uit van ons leven. En niet omdat het onecht is, maar omdat het een gemaakt iets is. Een bedacht, gemaakt, ongrijpbaar iets. In een essay beloof je de lezer een ontdekkingstocht en zeg je ook wát je aan het ontdekken bent. In een roman toon je wat je ontdekt, of liever gezegd: dat laat je een personage doen. Maar altijd zit in de roman ook de reflectie dat het de gemaakte werkelijkheid is.'

De laatste pagina's van Het drama van de afhankelijkheid schreef Palmen toen de inmiddels aan botkanker overleden denker des vaderlands René Gude, met wie ze bevriend was, afscheid nam als directeur van de Internationale School voor Wijsbegeerte. 'René zegt iets aardigs waar ik sneer', schrijft ze. 'Hij zegt 'laat maar komen' waar ik zeg 'weg ermee', bemoedigt waar ik ontmoedig, hij is optimistisch waar ik pessimistisch ben, vol vertrouwen waar ik sceptisch ben, hij ziet in iemand een schattige lieverd, waar ik een aanstellerige hypocriet ontwaar, hij zegt meestal ja waar ik nee zeg.'

Hou je eigenlijk wel van jezelf?

'Eigenliefde slaat nergens op. Liefde is een gedrag, een emotie die naar buiten gaat, niet naar binnen. Het heeft geen zin om voor de spiegel te gaan staan en ik hou van mij! Ik hou van mij! te roepen.'

Maar ben je tevreden, vind je jezelf aardig?

'Hm... Nee. Ik vind mezelf niet alleen maar aardig. Het kost me vaak moeite te zien waar ik wél aardig in ben. Ik heb ook altijd heel goed begrepen als mensen me absoluut niet mogen. Als ze zeggen: o, die vreselijke vrouw - dat begrijp ik echt erg goed. Dat kan ik ook over mezelf vinden.'

Wat is er niet leuk aan jou?

'Ik heb de neiging mijn hand te overspelen. Ik ga mezelf vaak overschreeuwen. Ik kan veranderen van een stil iemand die ik in huis ben en die niemand kwaad doet, in een lawaaiig en onaangenaam persoon zodra ik buiten ben en onder de mensen kom. Het is ook een vorm van verlegenheid. Soms heb ik een intuïtieve afkeer van iets of iemand, dat gebeurt ook weleens in interviews, dan ben ik geïrriteerd. Daarna denk ik: waarom dóe je dit nou. Waarom verander je opeens zo?'

Heb je dat ook wel met vrienden, in klein gezelschap, dat onaangename?

'Nee, binnenshuis zelden, alleen als ik te veel gedronken heb. Maar meestal ben ik thuis heel verzorgend, ik kook graag, ik ben gezellig.'

De vrouwen uit haar Boekenweekessay De zonde van de vrouw zijn beschadigde vrouwen, vaderloos en onbemind of juist verstikt door de liefde van een overbezorgde moeder. Alle vier proberen ze aan zichzelf te ontsnappen door een nieuwe identiteit te creëren, een verbeelde ander, een imago dat wel gekoesterd wordt.

'Het zijn buitenstaanders', zegt Connie Palmen. 'Ze staan buiten de gemeenschap. Maar ergens buiten staan levert ook altijd een schuldgevoel op. Daarom zie je ook bij kinderen dat ze niet apart willen zijn, niet slimmer dan de rest; je verloochent desnoods je intelligentie om maar bij de groep te horen.

'De vrouwen herscheppen zichzelf in iemand anders, maar je krijgt altijd een soort schizofrenie. Houden mensen van de schrijfster Marguerite Duras of van de echte Marguerite? Bewonder je Marilyn Monroe of Norma Jean Baker? De eigenlijke vraag is: kun je houden van dat wezen dat je hebt weggemaakt? Kan iemand überhaupt van een kind houden waarvan in de jeugd nooit gehouden is?

'Ik heb het zelden over eigenliefde, maar er bestaat wel zoiets als eigenwaarde; iemand moet jou in je jeugd een grote waarde hebben toegekend, wil je het redden in je leven. En als dat niet zo is, krijg je het niet meer goed. Ik zag het ook bij Susan Sontag, die hier zó bij had gepast. Zij schreef: de enige manier om van mezelf te kunnen gaan houden, was door schrijver te worden.'

Foto Sanne De Wilde

Waarom fascineert je dat zo?

'Omdat ik het zo'n ongelooflijk drama vind, een geschonden persoon. Ik kan niet tegen zielige kinderen en ik kan niet tegen zielige oude mensen. Heel die uiteinden van het bestaan, dat is bijna onverdraaglijk. Ik kon vroeger helemaal gek worden van medelijden. Arme mensen, dacht ik de hele dag - dat heeft natuurlijk ook iets arrogants. Ik moet het van mijn vader hebben, die had een zachte ziel; als de doodsklokken in het dorp luidden, kreeg hij tranen in zijn ogen, al wist hij nog helemaal niet wie er was gestorven. Ergens was leed.'

Maar dat gevoel buitengesloten te zijn, is dat iets dat je zelf ook had?

'Ja, ik was slim en ook daardoor voelde ik me altijd anders dan de anderen, ik had voortdurend het gevoel: waarom pas ik hier niet?'

Vind je het niet jammer dat je zelf geen kinderen hebt?

'O nee! Ik zat op mijn 18de al bij de dokter: haal het allemaal maar weg, ik ga er niks mee doen. Maar dat heeft hier ook mee te maken. Ik zou ten onder gaan als ik zo'n kind had als ik zelf ben. Mijn broers zijn ook van die sensitieve, zachte mannen. Ik had altijd het gevoel dat we niet goed waren toegerust voor het leven, te weinig eelt hadden, te weinig harnas. Onwerelds.

'Ik heb wel genoeg eigenwaarde gekregen, maar ik voel ook een erfenis van grote nervositeit en overgevoeligheid. Mijn moeder was een nerveus iemand. Overbezorgd ook, ze had zelf een uiterst moeizame relatie met haar moeder. Ze wordt dit jaar 90, ze woont nog altijd in het geboortehuis van mij en mijn broers.'

Leest ze je boeken?

'Niet meer, ze heeft staar en ziet niet goed genoeg. Daarvoor heeft ze wel alles gelezen, altijd vol bewondering maar ook geschokt: o kind, dat dit allemaal in je om gaat! Je geeft als schrijver een inzicht in je geest waarvan je helemaal niet wilt dat je ouders het hebben.

'Mijn vader is begonnen in De wetten en moest na een paar hoofdstukken stoppen. Al die gedachten die hij aantrof op de eerste pagina's, hij kon er niet tegen. Ik zei: papa, dat vind ik helemaal niet erg. Ik vond dat ook echt niet erg, ik begreep het goed.'

In Het drama van de afhankelijkheid beschrijf je hoe Hans van Mierlo worstelt met zijn memoires. Je zegt dan tegen hem dat hij een veel te aardige man is om schrijver te zijn.

'Een schrijver kan niet aardig zijn. Je moet breken met je familie. Je moet weg, liefst emigreren, buiten het bekende treden. Je moet weten wat het is om niet meer geborgen te zijn in het bekende. Datgene wat een kind nooit wil - buiten de groep staan - is voor een schrijver onontbeerlijk. Hij moet aan de kant van de weg staan en zeggen: ja maar de keizer heeft geen kleren aan, jongens! Dat durf je niet zolang je nog veel belang hebt, bij welke groep ook. En een familie is de meest beminde groep die er bestaat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.