'Rocket' Gene Pitney was onnavolgbaar crooner

Een machtige tenor en een perfect gevoel voor dramatiek: Gene Pitney voerde muzikale melodrama’s op. Woensdag overleed de Amerikaanse zanger (65) in een hotel in het Britse Cardiff, op zijn zoveelste tournee...

Aardige kwisvraag: wie bracht voor het eerst een Rolling Stones liedje naar de Amerikaanse hitparade? Antwoord: Gene Pitney.

Nadat Pitney (Hartford, Connecticut, 1941) in 1963 met de heren had kennisgemaakt tijdens een Britse tournee, nam hij That Girl Belongs To Yesterday op, een van de eerste composities van Mick Jagger en Keith Richards. In eigen land scoorde Pitney er een bescheiden hit mee.

Gene Pitney was toen, anders dan de Rolling Stones, al wereldberoemd. Zijn machtige tenor en perfecte gevoel voor dramatiek, soms nog benadrukt met een falset leende zich goed voor muzikale melodrama’s. Groots bleek Pitney als vertolker van liedjes van het songschrijverduo Burt Bacharach en Hal David. Hun (The Man Who Shot) Liberty Valance, Only Love can Break A Heart en Twenty Four Hours From Tulsa, werden door Pitney naar de bovenste regionen van de hitlijsten gezongen.

Al kon Pitney het best uit de voeten met liedjes van anderen, hij schreef zelf ook veel nummers voor anderen. Zo was hij in 1961 mede-auteur van Ricky Nelsons monster hit Hello Mary Lou en componeerde hij He’s A Rebel voor Phil Spectors meidengroep The Crystals.

Phil Spector zou in 1961 overigens ook bij een door Pitney gezongen liedje voor het eerst zijn roemruchte Wall Of Sound optrekken. Deze Goffin/King compositie Every Breath I Take was in 1961 de tweede grote hit van Pitney.

Op de middelbare school kreeg de jonge Gene al snel de bijnaam ‘Rockville Rocket’, maar een echte rocker is hij nooit geweest. Wel een onnavolgbaar crooner en zanger van melodramatische nummers waar de popwereld begin jaren zestig van vergeven was. In die jaren 1961-1968 scoorde Pitney al zijn hits, voor het Musicor-label van zijn manager Aaron Schroeder.

En met nummers als Town Without Pity en Something’s Gotten Hold Of My Heart zou hij ook na 1968, toen rockmuziek zangers als Roy Orbison, Del Shannon en ook Gene Pitney uit de hitparade had verdreven, nog een kleine veertig jaar blijven optreden.

Hij zou met vrouw Lynne en drie zonen in Connecticut blijven wonen, en tot ver in de jaren zeventig nog platen uitbrengen, maar het publiek verlangde van hem eigenlijk alleen maar dat hij Twenty Four Hours From Tulsa, Town Without Pity en nog een dozijn hits uit de jaren zestig zou zingen. Aan die wens kwam hij veertig jaar tegemoet.

Het is dan ook niet verwonderliujk, dat Gene Pitney gisteren in een hotel in Cardiff, waar hij voor een zoveelste Britse tournee was neergestreken, is overleden.

Juist in Groot-Brittannië werden zijn dramatische liefdesliedjes altijd het meest gewaardeerd. Zangers als Morrissey en Marc Almond liepen in de jaren tachtig weg met deze ‘Prince Of Pain’ en het was Almond van de Engelse groep Soft Cell die hem in 1989 zelfs zijn eerste Britse nummer 1 notering bezorgde. Almond vroeg Pitney om samen met hem Something’s Gotten Hold Of My Heart uit 1967 opnieuw te zingen. Het werd in de hele wereld een grote hit. Pitney’s laatste.

Gene Pitney in 1966. (AP) Beeld AP
Gene Pitney in 1966. (AP)Beeld AP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden