Rock was een aflopende zaak

De legendarische BBC-serie All you need is love uit 1976, over de geschiedenis van de popmuziek, eindigde net te vroeg om de revolte van de punk te kunnen behandelen....

Wanneer in 1976 de Britse journalist/ documentairemaker Tony Palmer klaar is met het draaien van All You Need Is Love: The Story Of Popular Music – de 17-delige, vijftien uur durende televisieserie die zou worden uitgezonden op de Britse televisie en die hem een half jaar in beslag had genomen – breekt in de rock ’n’ roll een bescheiden revolutie uit. Punkbands willen af van de steeds pompeuzer klinkende rockmuziek en terug naar de basis.

Palmer, zo vertelde hij onlangs het Britse tijdschrift Record Collector, had meteen door dat er iets bijzonders gaande was en smeekte zijn financiers om extra opnamebudget. Tussen de laatste draaidagen en de eindmontage van zijn serie was punk dankzij de Sex Pistols immers een belangrijk cultureel fenomeen geworden.

Maar Palmer kreeg geen cent meer. Het was mooi geweest, vonden zijn opdrachtgevers bij ITV. De maker van de meest prestigieuze documentaireserie over popmuziek betreurt dat uiteraard. Maar misschien is het juist wel mooi zo, kun je concluderen wanneer je All you need is love, waarvan alle afleveringen onlangs in een vijfdelige dvd-box zijn verschenen, in 2008 bekijkt.

Want nu eindigt zijn na meer dan dertig jaar nog altijd imposante serie met Mike Oldfield, die wordt neergezet als het toonbeeld van de integere rockmuzikant die gewoon zijn eigen weg gaat, wars van populariteit is en jarenlang in kluizenaarsschap werkt aan een muziekstuk van drie kwartier. Niet omdat hij er beroemd mee wil worden, maar omdat hij rockmuziek gebruikt als middel om zich creatief te uiten. Volkomen compromisloos, zonder te streven naar succes. In 1973 zou Oldfield desondanks met het in zijn eentje gecomponeerde en vol gespeelde Tubular Bells (dankzij hulp van een hier aandoenlijk jonge Richard Branson) een van de succesvolste platen van de jaren zeventig maken, en tegen wil en dank een popster worden. Mike Oldfield als belofte voor de toekomst van de popmuziek. Niemand zou dat vandaag de dag nog durven beweren, maar we spreken 1976, en Tubular Bells was ingeslagen als een bom in de popwereld. Zelfs de latere katalysator van de punkrage, John Peel, was zo enthousiast dat hij het album integraal draaide in zijn radioprogramma. Maar kort daarop stond Oldfield voor alles (pretentie, complexiteit, muzikale virtuositeit) waaraan punk juist een einde wilde maken.

Vergeefse moeite, in de ogen van de legendarische, in 1982 overleden journalist Lester Bangs. Hij was klaar met rock ’n’ roll en had de moed al opgegeven dat het ooit weer zo opwindend zou worden als in de jaren zestig. Rock ’n’ roll was opgehouden echt belangrijk te zijn, daar zouden de Sex Pistols en hun gevolg niets meer aan kunnen veranderen. In de laatste twee van de zeventien delen van All you need is love komt Bangs uitvoerig aan het woord, geestig en dwars als we hem kennen uit de bundels met zijn nagelaten werk.

Maar ook een beetje zuur, zeker met de kennis van nu. Popmuziek is in 1976 klaar, stelt hij. Er zal door de industrie wel weer een nieuwe sound of stroming belangrijk worden gemaakt, maar popmuziek heeft ergens eind jaren zestig zijn onschuld en daarmee zijn angel verloren.

Zijn niet ongeestige tirade over bijvoorbeeld de teloorgang van Eric Clapton snijdt nog altijd hout. Zelfs Clapton geeft toe dat hij misschien beter bij John Mayall had kunnen blijven spelen, de muziek van zijn latere superband Cream was wel agressief, maar niet oprecht.

The party is over, stelt Bangs. Wij weten inmiddels beter: punk, hiphop en house, waren belangrijke nieuwe stromingen die de popcultuur ingrijpend veranderden. Maar het is beslist aardig om te zien dat er in de jaren zeventig, voordat Johnny Rotten zich met zijn ‘I Hate Pink Floyd’-T-shirt de media inschreeuwde, er echt het idee was dat rock ’n’ roll een aflopende zaak was. Net als ooit ragtime, vaudeville en swing, genres die bij Palmer allemaal een eigen uitzending kregen.

Hoe verder Palmer terugkeek, hoe indrukwekkender zijn materiaal. Alles is werkelijk schitterend in beeld gebracht, met artiesten die ook echt de tijd kregen hun verhaal te doen. Jazzman Artie Shaw, countrysterren als Ernest Tubbs en Jimmy Driftwood, en de schitterend in beeld gebrachte, woest spelende Jerry Lee Lewis, zijn nog altijd onvergetelijk.

Leerzaam, geestig en altijd onderhoudend, alle vijftien uur lang dit All You Need Is Love. Anderhalf jaar is Palmer bezig geweest rechten te verkrijgen voor de ruim vierhonderd muziekfragmenten die voorbijkomen, maar het was het waard. Al zijn er veel omissies (Neil Young, de complete Californische singer/songwriterscene) en kun je je afvragen of Leonard Cohen wel de juiste persoon was om de centrale figuur te maken in de aflevering over Songs of War And Protest: een betere docureeks is er, alle latere inspanningen van de BBC ten spijt, niet over popmuziek gemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden