Sciencefiction

RoboCop

Alle ernst in deze 'remake' van Robocop maakt de film topzwaar

Een remake? Die term gebruikte de Braziliaanse succesfilmer José Padilha liever niet, toen de Volkskrant hem ruim twee jaar geleden vroeg naar zijn plannen om Paul Verhoevens satirische sciencefictionklassieker RoboCop (1987) opnieuw te maken. Riekt te veel naar ideeëloosheid en een ordinaire poging tot makkelijk cashen, tenslotte.

In eigen land was Padilha's misdaadspektakel Tropa de Elite 2 recentelijk uitgegroeid tot de best bezochte Braziliaanse film aller tijden. Hollywood lag aan zijn voeten en bij die nieuw verworven status paste enige ambitie: geen remake dus, maar een herinterpretatie, beloofde hij, waarin onderwerpen aan bod komen die in het origineel onbesproken blijven.

De premisse van RoboCop is min of meer dezelfde: in het Detroit van de toekomst, waar alles misdadig en corrupt is en de politie wordt bestuurd door een malafide wapenbedrijf, raakt agent Murphy (Joel Kinnaman uit de Amerikaanse versie van The Killing) zwaar gewond bij de explosie van een autobom. Voor zijn superieuren is hij het ideale proefkonijn om hun controversiële robotproject van de grond te krijgen. Ze verbinden Murphy's intact gebleven hersenen en longen aan het metalen lichaam van een gevechtsrobot, waarmee ze eindelijk beschikken over een machine die de Amerikaanse burger zal accepteren als wethandhaver - eentje die niet uitsluitend beslissingen maakt op basis van ijzig computerratio, maar met echte mensengevoelens beslist over levens van anderen.

Met de uitvoerige aandacht voor de psyche van de mens-machine maakt Padilha zijn belofte waar. In tegenstelling tot Verhoeven neemt hij zijn hoofdpersonage volstrekt serieus. Over de relatie tussen lichaam en geest gaat het. En over de illusie van vrije wil. De actie, in schokkerige guerrillastijl gefilmd, komt veelal op het tweede plan.

Die aanpak resulteert in opvallend slim entertainment, temeer omdat de film zich afspeelt in een wereld die niet ver is verwijderd van de onze, met haar omvangrijke cameratoezicht, ophitserige 24-uursmedia en immer groeiende afhankelijkheid van technologie. Geen moderne technofobie gaat aan de makers van de film voorbij: in de context is een politierobot een geloofwaardige opvolger van een vliegende drone in een ver oorlogsgebied.

Tegelijk maakt al die ernst RoboCop ook topzwaar, daar brengt ook een aanhoudende verwijzing naar de Tin Man uit The Wizard of Oz geen verandering in. De scène waarin Murphy in robotgedaante voor het eerst zijn vrouw en zoontje weer ontmoet, ontaardt zelfs onbedoeld in kolderieke schmalz.

Zo'n moment maakt de film niet direct tot een mislukking, maar het haalt wel de zorgvuldig opgebouwde geloofwaardigheid onderuit. Daarmee laat RoboCop zien dat een interessante, ideeënrijke remake niet hetzelfde is als een goede film.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden