Interview

Robert Plant: 'Ik heb een hekel aan al die nostalgie'

Laat hij voor muziekliefhebbers, afhankelijk van hun leeftijd, gelden als rocklegende of ouwe lul, Robert Plant doet alles liever dan blijven hangen in zijn (Led Zeppelin)verleden. Zijn nieuwe album is net uit. 'Fuck off and listen to this!'

Robert Plant eerder dit jaar op Pinkpop.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De man die in juni 2014 uit een Londense taxi stapt, draagt een spijkerpak en cowboylaarzen. Zijn lange blonde krullen zitten in een staartje gebonden. Op zijn rug draagt hij een gitaar. Helaas zal die vanmiddag in zijn foedraal blijven zitten. Robert Plant (66) heeft zich niet bij het luxehotel downtown laten afzetten om te komen spelen, hij woont er een door vele internationale media bezochte luistersessie van zijn nieuwe plaat bij. Zijn tiende solo-album Lullaby and... The Ceaseless Roar, dat vorige week verscheen. Hij is er apetrots op, meldt hij de verzamelde journalisten na afloop. 'Ik heb het gevoel te zijn thuisgekomen. Jarenlang heb ik rondgezworven en alles geabsorbeerd, en dat vindt hopelijk zijn weerslag op deze nieuwe plaat.'

Het zal dan nog drie maanden duren voordat de plaat verschijnt, maar tijdens Pinkpop, een paar dagen na de luistersessie, laat Plant er al het een en ander van horen. Met zijn band, de Sensational Space Shifters, maakt hij op het festival indruk. Niet alleen met nieuw materiaal, een mix van Amerikaanse folk, Afrikaanse gitaarblues en zware trage dansritmes (Plant noemt het Bristolbeat). Maar ook met oud Led Zeppelin-werk.

Want wat Plant sinds het einde van die band in 1980 ook heeft geprobeerd, hij zal nooit meer loskomen van zijn verleden als zanger van wat in de jaren zeventig de grootste rockband ter wereld was. Op Pinkpop speelt hij prachtige, in nieuwe arrangementen gestoken versies van onder meer Black Dog en Whole Lotta Love. Hij lijkt meer aardigheid in het materiaal van zijn oude band te hebben dan gedacht.

Geen Zeppelin meer

Was hij dan niet helemaal klaar met Led Zeppelin? Werd hij niet doodmoe van al die vragen of de reünie, na dat ene Londense optreden in december 2007, nog een vervolg zou krijgen? Was hij niet zelfs openlijk in onmin geraakt met Led Zeppelin-gitarist Jimmy Page, die maar bleef speculeren over de terugkeer van Plant op het oude nest?

Ja, daar is hij inderdaad klaar mee. Plant wil het er niet meer over hebben. Dus als er in augustus een uitnodiging komt voor een interview wordt het nog even ingepeperd: vraag alsjeblieft niet naar Led Zeppelin of Jimmy Page; Robert is met andere dingen bezig.

'Natuurlijk hou ik nog van Led Zeppelin-nummers. Hoe kan ik die ooit loslaten? Ik ben trots op die Black Dog en Whole Lotta Love, en hé, laten we wel wezen, mijn bijdrage aan die nummers mag je best substantieel noemen.' Robert Plant grijnst. Het zijn van die momenten in het gesprek dat zijn ogen een glinstering krijgen. We zitten in een theater in Birmingham op pluche stoeltjes. De plek heeft hij zelf voor zijn interviews bedacht. Dicht bij huis en toch op gepaste afstand. Comfortabel en toch 'anders dan die deprimerende hotelkamers'.

Beeld -

Onrust

We hebben beloofd niet over Led Zeppelin te beginnen. Dat doet Plant zelf wel, blijkt wanneer zijn Pinkpop-show ter sprake komt. 'Heerlijk vond ik dat: nieuw materiaal presenteren en af en toe een cadeautje geven. Want ja, ik weet dat mensen op zo'n festival denken: hé, Robert Plant, die was toch van Led Zeppelin? Misschien speelt-ie Stairway to Heaven wel.'

Nee, die niet. 'Dat lukt me niet meer, maar zo'n liedje als Black Dog, daar kan ik me nog steeds bij inleven.' Hij begint een beetje te zingen 'Hey, hey, mama, said the way you move.'

Weet je, zegt hij, 'het gevoel dat ik daarin bezong heb ik nog steeds. I gotta roll, can't stand still. Got a flamin' heart, can't get my fill. Ik pas de toon en het tempo aan, want ik ben geen 20 meer, maar verder klopt het. Die onrust is nooit weggeweest. Ja, nu misschien een beetje. Sinds ik weer terug ben waar het allemaal begon, hier in de Midlands, lijk ik rust te vinden.'

Eigen liedjes

Plant woont sinds begin 2013 in Ludlow, niet ver van zijn geboorteplaats Stourbridge, vlak bij Birmingham. Hier ontmoette hij boezemvriend John Bonham, de drummer van Led Zeppelin, die in 1980, 32 jaar jong, overleed. Jimmy Page leerde hij later kennen dan John.

'Jimmy was een paar jaar ouder en dat heeft hij me altijd laten voelen', grijnst hij. 'Nee, I love Jimmy, maar we waren nooit de maatjes die ik met John was. Hoe dan ook, ik ben hier heel lang weggeweest, heb een jaar of zeven vooral in het zuiden van de Verenigde Staten doorgebracht, maar op een gegeven moment had ik er genoeg van. Noem het heimwee. Ik verlangde ernaar de oude bandleden die ik in 2005 had achtergelaten weer op te zoeken. Ik wilde ook weer zelf muziek maken. Nieuwe nummers. Britse muziek, geen Amerikaanse.'

Plant was aanvankelijk naar Nashville en Mississippi vertrokken omdat hij zich wilde verdiepen in de pure americana. 'Een zoektocht naar de wortels van country en folk die me jaren bezighield.'

En hem uiteindelijk ook veel succes opleverde. Hij ontmoette T Bone Burnett, Buddy Miller en Alison Krauss, de succesvolle bluegrass-zangeres, met wie hij in 2007 het met prijzen en gouden platen overladen album Raising Sand opnam.

'Ik vond het geweldig al die oude liedjes te ontdekken en zong ze graag. Er zijn zo veel prachtige Amerikaanse folk- en countryliedjes, zo veel goede songschrijvers ook. Ik leerde dagelijks bij, maar uiteindelijk zong ik liedjes die niet van mezelf waren. Dat miste ik toch, het zingen van eigen liedjes. Daarom ben ik teruggekomen. Daar werd ik te veel geïntimideerd door de enorme muzikale geschiedenis van Memphis en Nashville. Schrijven lukte gewoon niet.'

Beeld Ed Miles

Chemie

Twee zangeressen speelden een belangrijke rol in Plants Amerikaanse jaren. Van Alison Krauss leerde Plant naar eigen zeggen 'een nieuwe manier van zingen', Patty Griffin werd zijn geliefde.

Robert Plant: 'Alison was eigenlijk de eerste met wie ik echt duetten zong. Daardoor moest ik mijn stem aanpassen. Dat was een van de mooiste dingen die me overkwam: het vinden van een rustigere, misschien ook wel mooiere stem. Ik ben altijd getypecast als rockzanger, maar sinds ik met Alison zong, voel ik me meer een allroundzanger.'

Raising Sand won alles wat er te winnen was en Plant rekent het tot zijn beste werk. 'Maar een vervolg zat er niet in. Het lukte gewoon niet meer. Producer T Bone Burnett was er met zijn oren niet bij, Alison en ik vonden de chemie niet meer. Het was op, denk ik.'

Americana

Plant werkte daarna samen met gitarist en producer Buddy Miller die hem introduceerde bij Patty Griffin. Er was meteen een klik. Plant maakte een nieuwe plaat, Band of Joy, waarop de Amerikaanse muziektraditie opnieuw centraal stond, en begon een relatie met Griffin.

'Alles was prachtig, maar Patty wilde toch muzikaal alleen verder. Er was voor mij in haar muziek domweg geen plek meer. Prima, maar wat moest ik dan? Ik kreeg een beetje genoeg van alle americana en werd onrustig. Ik sprak toen een keer met Justin Adams (de Britse gitarist en producer met wie Robert Plant tussen 2002 en 2005 al platen maakte, red. ) en wist: ik moet terug'.

Het voelde meteen goed, vertelt Plant. Samen met Justin Adams en andere muzikanten ging hij aan het werk. De meesten kende hij nog van de platen Dreamland (2002) en Mighty Arranger (2005), die al een brede schakering aan muzikale invloeden kenden. Lullaby and... The Ceaseless Roar is nog veelzijdiger. Het Afrikaanse juju-gitaartje van Juldeh Camara vormt een mooi contrast met de folk en psychedelica die Liam Tyson in zijn spel legt.

'Justin, met zijn kennis van Afrikaanse en westerse pop, kon dat heel knap tot één geluid samensmeden en liet ook nog ruimte voor de diepe triphop-beats van John Baggott en Billy Fuller, twee mannen die ook met Portishead werken.'

Beeld Ed Miles

Ontrgroeid

Heel verraderlijk begint Plants nieuwe plaat met de bewerking van een oud Amerikaans folkliedje: Little Maggie. 'Mijn afscheid van een mooie tijd', zegt Plant. 'Het begint ook echt traditioneel. Ik hoor de mensen al zeggen: o gelukkig, Robert maakt nog americana. Maar na een minuut ben je in Bristol en hoor je meer Massive Attack dan The Carter Family.'

Tekstueel lijkt het album persoonlijker dan zijn vroegere werk. In een liedje als Turn It Up zingt hij over zijn uiteindelijke falen echt met de Amerikaanse cultuur te assimileren: 'I'm lost inside America.' 'Het hele Amerikaanse avontuur was bepaald geen mislukking, maar ik moest er gewoon weer weg. Zelf liedjes maken, met mijn Britse vrienden rondhangen en gaan spelen. Ik heb nog zo veel plannen, maar in Texas kwam er niks meer uit.'

Tot die plannen behoort dus niet een hereniging met de nog levende Led Zeppelin-leden John Paul Jones en Jimmy Page. Voor Robert Plant is het simpel: 'Ik heb nog zo veel lol in de muziek van nu en hoor telkens weer geweldige dingen, of dat nu de Arctic Monkeys zijn of Tinariwen uit Mali. Ik zing sommige Led Zeppelin-nummers graag en zoals je op Pinkpop hoorde, kan ik nog best de strot opzetten die ik in 1975 had. Maar veel nummers zeggen me niks meer. Die ben ik ontgroeid.'

Geen nostalgie

Voor Jimmy Page liggen de zaken anders. Anders dan Plant, bouwde hij na Led Zeppelin geen succesvolle solo-carrière op. Hij kwam nooit los van Led Zeppelin. De laatste jaren besteedt hij zijn tijd vooral aan het opnieuw masteren en uitbrengen van oud Led Zeppelin-materiaal en doet hij het tot ergernis van Plant voorkomen of een Led Zeppelin-reünie het beste zou zijn voor iedereen.

Robert Plant laat er geen misverstand over bestaan. 'Ik heb een hekel aan al die nostalgie. Ik wil in mijn nieuwe nummers ook niet al te veel terugkijken, niet klinken als een oude man die herinneringen ophaalt hoe mooi het vroeger was.

'Het heden is veel leuker, ik ben zelden zo gelukkig met mijn muziek geweest als nu', zegt een tevreden, rustig formulerende Plant. Hij is blij met de keuzes die hij maakte. Hij wil vooruit met de muziek, iets nieuws creëren. 'Als Elvis altijd die hillbilly-jongen gebleven was, hadden we nooit It's Now or Never of Suspicious Minds gehad. Je moet altijd verder en niet blijven hangen in je succesverhaal.'

Led Zeppelin was geweldig, Raising Sand met Alison Krauss was prachtig, en nu wil Robert Plant door naar iets nieuws. 'Ik waarschuw nog maar eens dat mijn nieuwe plaat niet gaat over ouder worden in de rock 'n' roll. Voor je het weet, worden je concerten aangekondigd als An Evening with Robert Plant. Je weet wel, zoals je An Evening with Neil Diamond hebt, of Tony Bennett. Dat is het voorportaal van de dood. Ik heb nog te veel te doen.'

En na een korte stilte: 'Weet je, ik ben zo trots op deze plaat dat ik eigenlijk wil roepen: lazer op met al die nostalgie. Fuck off and listen to this!'

Trap naar de hemel

Op 2 december 2012 kregen de drie nog levende Led Zeppelin-leden van de Amerikaanse president Obama een belangrijke onderscheiding. Tijdens de uitreiking bracht de band Heart van de gezusters Wilson een ode door Stairway to Heaven te spelen. Robert Plant zelf zingt het niet meer, maar het is mooi om te zien (YouTube) hoe hij in gezelschap van behalve de Amerikaanse president, cellist Yo-Yo Ma en Jimmy Page geëmotioneerd raakt en zelfs een traantje wegpinkt. De versie is dan ook verbluffend goed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden