Necrologie Robert Frank

Robert Frank fotografeerde recht in de ziel van Amerika

De invloedrijke fotograaf en filmmaker Robert Frank is maandag op 94-jarige leeftijd overleden. Hij werd beroemd met de ongemakkelijke zwart-witfoto’s waarop hij het echte leven in Amerika laat zien. 

Fotograaf en filmmaker Robert Frank in 1996. Beeld Getty

‘Een triest gedicht voor zieke mensen’, was het oordeel van een criticus over het fotoboek. ‘Anti-Amerikaans’, rapporteerden andere recensenten, een spottende verwijzing naar de titel, The Americans. Het beeldverslag dat de fotograaf Robert Frank in 1955 en 1956 had gemaakt van zijn reizen door de Verenigde Staten werd bepaald niet mals ontvangen. Toch zou hij met het boek een van de invloedrijkste fotografen van de 20ste eeuw worden.

Maandag overleed Frank, die zichzelf vooral als een film- en documentairemaker beschouwde – hij heeft er een dertigtal op zijn naam staan – maar die voornamelijk zal worden herinnerd vanwege dat ene boek met zijn zwart-witte afdrukken. De ‘dichter met een camera’ is 94 jaar oud geworden.

Van Duitsland naar Amerika

Robert Frank wordt op 9 november 1924 in Zürich, Zwitserland geboren als de tweede zoon van een Duitse amateurfotograaf en zijn Zwitserse vrouw, beiden Joods. Zijn rebelse aard, die later tijdens interviews vaak de kop op zou steken, zit er al vroeg in. In 1947 emigreert hij naar Amerika; zijn landgenoten vindt hij maar bekrompen en op geld belust, verklaart hij later.

In New York krijgt Frank, die bij Zwitserse fotografen het vak had geleerd, een aanstelling bij het modetijdschrift Harper’s Bazaar, waar hij voor een rubriek accessoires moet kieken. Een weinig eervolle opdracht, maar het loon en de mogelijkheid onbeperkt gebruik te maken van de donkere kamer maken veel goed. Ondertussen bekwaamt hij zich in straatfotografie.

Om eigen werk te ontwikkelen, maakt hij reizen, waarbij hij telkens inzoomt op een thema: boeren, mijnwerkers, bankiers. Veel van wat hij schiet zal vermaard worden, zoals de foto uit 1951 van het mistige straatje met passanten in het zakencentrum van Londen. Een tegemoetkomende heer kijkt vanonder zijn hoge hoed stoïcijns in de lens. Frank in de documentaire Leaving Home, Coming Home (2005): ‘Het was prachtig, want ze besteedden geen aandacht aan je. Vandaag de dag zouden ze tegen je zeggen dat je moet oprotten en zich omdraaien. Maar deze mensen hadden zo’n klasse, die negeerden je totaal.’

Ondanks zijn talent lukt het hem niet om zijn werk in het tijdschrift Life geplaatst te krijgen, het mekka van de fotografie; zijn beelden worden als te poëtisch gezien. Dankzij de steun van zijn oudere collega Walker Evans weet Frank wel bij een fonds een flink bedrag los te peuteren om een boek over de Verenigde Staten te maken. Met een speciaal voor de gelegenheid gekochte auto, een Ford Business Coupe, trekt hij in negen maanden door dertig staten, soms vergezeld door zijn vrouw en twee kleine kinderen.

767 rolletjes schiet hij vol, ruim 27 duizend opnamen. Slechts 83 kiest hij uit voor de dummy (proefboek) die hij daarna maakt. Daarin bezingt Frank niet, zoals veel van zijn vakgenoten, de Amerikaanse droom, maar laat hij het echte leven zien. De eerste foto spreekt boekdelen: twee vrouwen kijken naar een parade, de een is half verdwenen achter de Amerikaans vlag die de ander heeft uitgehangen. Het is de aankondiging van de blik op de ziel van Amerika die Frank, de migrant die tijdens zijn rondreis geregeld antisemitische opmerkingen naar zijn hoofd geslingerd heeft gekregen, op de pagina’s daarna biedt.

Beroemd wordt zijn foto waarop blanken en zwarten gescheiden in de tram zitten. Over de donkere vrouw die hij elders fotografeert met een spierwitte baby op haar arm zegt hij later: ‘Ik dacht: hoe vreemd is het dat de mensen daar dat voortdurend in hun hoofd hebben, de kwestie van zwart en wit, en hun baby’s aan een zwarte vrouw toevertrouwen.’ Ook door de ordening van zijn foto’s levert Frank commentaar op de Amerikaanse maatschappij; het beeld van een schoenpoetser in een ruimte vol urinoirs laat hij volgen door dat van een chique cocktailparty. ‘He sucked a sad poem right out of America on film’, schrijft Jack Kerouac, de auteur van On the Road, later in een voorwoord.

In het patriottische, anticommunistische Amerika van eind jaren vijftig zit geen uitgever op zo’n boek te wachten. In Frankrijk lukt publicatie wel: daar verschijnt het fotoboek in 1958 als Les Américains. Pas in het jaar daarna wordt het ook in de VS uitgebracht, in de vormgeving die Frank had ontworpen maar door zijn Franse uitgever was genegeerd: op elke rechterpagina een foto, op de linker alleen een aanduiding waar die genomen is. Die opmaak bewijst dat Frank behalve een goede fotograaf ook een vernieuwer van het fotoboekengenre is.

Jongere fotografen realiseren zich na het boek één keer te hebben doorgebladerd, zo bekennen ze later, dat ze op zoek moeten gaan naar een ander thema – Frank heeft het gras al voor hun voeten weggemaaid.

Na de slechte ontvangst duurt het ‘minstens tien jaar’, aldus Frank, voordat succes zich aandient. Dat duurt nog steeds voort: een facsimile uitgave van The Americans in 2008 wordt een bestseller. In het jaar daarna wijdt de National Gallery of Art in Washington een grote tentoonstelling aan het fotoboek, vanwege de verschijning van de Amerikaanse versie een halve eeuw eerder. De directeur van het museum stelt bij die gelegenheid dat daarin kwesties zijn blootgelegd ‘waarmee het land in veel opzichten nog worstelt tot op de dag van vandaag’.

Van foto naar film

Kort na de publicatie van The Americans hangt Frank, tot verbazing van de kleine groep die wél bewondering heeft voor zijn boek, zijn Leica aan de wilgen. Hij stort zich op het maken van films. Fotografie vindt hij maar statisch vergeleken bij bewegend beeld, verklaart hij, en hij wil zichzelf niet herhalen.

Hij gaat samenwerken met geestverwanten als Kerouac en Allen Ginsberg, de dichter die wordt beschouwd als een van de leiders van de Beat Generation, de literaire beweging die materialisme en censuur afwijst, vrije seks predikt en met drugs experimenteert. Hun eerste film, het 26 minuten lange Pull My Daisy (1959), over een stel beatniks dat een huisbezoek van een bisschop in de war schopt, is zo experimenteel dat het tegenwoordig als een belangrijk tijdsdocument wordt beschouwd.

Frank maakt ook documentaires, waarvan Cocksucker Blues (1972) ongewenst een mythische status krijgt. Hij mag de Rolling Stones achter de schermen volgen tijdens een toer door de VS, maar het eindproduct wordt door de Britse popgroep nooit uitgebracht – vermoedelijk vanwege de expliciete beelden van seks en drugsgebruik, die een nieuwe toelating tot Amerika in de weg zouden kunnen staan.

Steeds meer kruipen er autobiografische elementen in zijn werk. Zo interviewt Frank in 1969 voor een documentaire zijn twee kinderen. Een ‘pijnlijke ervaring’, stelt hij later; zijn zoon Pablo en zijn dochter Andrea bekennen dat ze liever minder vrijzinnige en meer zorgzame ouders hadden gehad.

Vijf jaar later komt Andrea, dan 20 jaar oud, om bij een vliegtuigongeluk in Guatemala. Niet lang daarna wordt bij Pablo kanker en schizofrenie geconstateerd. Hij komt in tal van psychiatrische klinieken terecht en overlijdt in 1994, op 43-jarige leeftijd. Vol zelfverwijt – Frank vindt dat hij geen goede vader is geweest – doet hij met een camera verslag van de aftakeling van zijn zoon.

Vijftig jaar lang produceert Frank bewegende beelden, waaronder zelfs een commerciële film, maar dat oeuvre is altijd in de schaduw blijven staan van The Americans. Ten onrechte, meent Richard Linklater, de Amerikaanse regisseur die 12 jaar werkte aan zijn prijswinnende film Boyhood (2014). Als Frank niet zo was geprezen als een van de invloedrijkste fotografen ooit, stelt hij, zou hij meer bekendheid hebben gekregen als experimentele filmmaker en als grondlegger van de persoonlijke documentaire.

Opstandige buitenstaander

Begin jaren zeventig keert Frank publiekelijk terug naar de fotografie met The Lines of My Hand, een semi-autobiografisch fotoboek. Hij gaat, mogelijk onder invloed van zijn tweede vrouw, de beeldend kunstenaar June Leaf, teksten gebruiken in zijn foto’s, zoals het op een ruit en spiegel gekalkte ‘Sick of Goodby’s’. Door de dood van zijn dochter is zijn kijk op fotografie veranderd, onthult hij; hij gelooft niet meer in de schoonheid van foto’s.

Dankzij Gerhard Steidl, de Duitse meesterdrukker met wie een vriendschap ontstaat, verschijnt er na de eeuwwisseling toch een reeks fotoboeken met vooral vroeg werk. Vanaf 2010, Frank is dan al 85, laten zij ook een serie ‘visuele dagboeken’ het licht zien, waarin het leven van de fotograaf en Leaf centraal staat. Foto’s van haar en van vrienden, soms decennia eerder geschoten – hij is altijd blijven fotograferen – worden afgewisseld met opnamen van de spartaanse interieurs van hun huis in New York en hun ‘shack’ (hut) in Mabou, de afgelegen plek aan de oostkust van Canada waar zij zich geregeld terugtrekken. Met materialisme heeft het stel, zo tonen die beelden, niks op.

Frank verafschuwt blijkens uitlatingen ook de kunstmarkt met zijn hoge prijzen – zijn foto van de tram met zijn door ras gescheiden passagiers wordt in 2013 door een anonieme eigenaar op een veiling aangeboden en voor de recordprijs van 663.750 dollar afgehamerd. Uit ergernis geeft Frank foto’s weg of vernietigt ze zelfs; in zijn videoproject Home Improvements (1985) zet iemand op zijn verzoek herhaaldelijk een draaiende boor in een dikke stapel afdrukken.

Het is een scène die liefhebbers van zijn fotografie, en dat zijn er nog steeds veel gezien het voortdurende verkoopsucces van The Americans, met hartzeer zullen bekijken. Tegelijk is het een tafereel dat typerend is voor Frank, een opstandige buitenstaander met een eigenzinnig oog.

Lees verder: 

In 2015 besteedden het IDFA en het Stedelijk Museum in Amsterdam aandacht aan Robert Frank

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden