Robert Frank: De dood reist mee

Het Nederlands Fotomuseum toont een expositie over de Parijse jaren van de Zwitserse fotograaf Robert Frank. Een sombere tijd, lijkt het – zelfs de lichte onderwerpen werden allesbehalve luchtig.

Later, veel later pas, gebeurden die vreselijke dingen. Kreeg hij plotseling het bericht dat zijn dochter Andrea, 21 jaar, was verongelukt in Peru. Haar vliegtuig was neergestort. En weer later, nog veel later, pleegde zijn zoon Pablo, schizofreen en drugsverslaafd, zelfmoord. Was hun vader, de Zwitserse fotograaf en filmer Robert Frank, ná deze gebeurtenissen naar Parijs vertrokken, en had hij daar de foto’s gemaakt die nu in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam te zien zijn – dan was de treurnis op die foto’s makkelijk te verklaren geweest.

Aangrijpend
Dan hadden ze gepast bij de foto die Frank in 1978 maakte, vier jaar na de dood van zijn dochter, een jaar na de verdwijning van een goede vriend. Een foto van een spiegel waarop met uitgelopen verf staat geschreven: ‘Sick of goodby’s’. Er is ook een hand die een skeletachtig poppetje vasthoudt. Wat een beeld is dit. Wie het ziet, houdt het voor altijd vast in zijn hoofd, zo wanhopig en aangrijpend is het.

Plaats deze foto naast die van een verlaten woonwagen op een modderig terrein ergens bij Parijs, en ze zouden een mooi tweeluik kunnen vormen. ‘Mur de la mort’ staat in sierlijke letters op de wagen. De desolaatheid druipt er vanaf.

Alleen – de foto van de woonwagen werd niet gemaakt in de jaren na de dood van zijn kinderen. Robert Frank stuitte op de ‘muur des doods’ toen hij rond 1950 in Parijs verbleef. Zijn zoon Pablo was toen nog een klein mannetje, dat met zijn ouders door Europa zwierf, de rusteloosheid van zijn vader achterna. Andrea was nog niet eens geboren, die kwam pas kijken toen het gezin weer terug was in New York, nadat Robert Frank de mijnwerkers in Wales had gefotografeerd, en de mist van Londen.

Terugblik
Een voorspellend beeld? Ach, natuurlijk niet. Robert Frank kon toch helemaal niet weten wat hem ruim twintig, veertig jaar later te wachten stond toen hij de treurige foto in Parijs nam? Dat is pure – en bovendien hinderlijke – projectie, ingegeven door een terugblik op het dramatische leven van de inmiddels 85-jarige straatfotograaf. De foto van de woonwagen is geen mysterieus, profetisch beeld, maar gewoon een foto die werd genomen door een man die voor het eerst sinds zijn emigratie naar de Verenigde Staten weer terug was in Parijs, waar hij als jonge fotograaf een paar jaar had gewoond.

Melancholisch. Nostalgisch. Dat zijn de woorden die de reizende tentoonstelling Paris. Robert Frank (eerder te zien in Essen, Milaan en Parijs) vergezellen, in teksten op de muur en op papier. Zo zou de fotograaf zich gevoeld hebben toen hij met de ogen van de Nieuwe Wereld de Oude Wereld terugzag.

‘Dat zou best kunnen’, antwoordde Frank, zoals altijd spaarzaam met woorden, toen hem jaren later werd gevraagd of dat ook zo was. Hoe het ook zij, het zou in elk geval een begrijpelijke reactie zijn voor iemand die terugkeert naar een plek die hij mist, maar waar hij tegelijkertijd, zo beseft hij, niet meer thuishoort.

Nostalgisch
Toch kun je je, lopend langs de rijen foto’s (waarvan Frank de meeste zelf speciaal voor dit overzicht opnieuw afdrukte en waarvan een aantal zelfs nooit eerder te zien was), niet aan de indruk onttrekken dat de gevoelens van de fotograaf destijds sterker moeten zijn geweest dan ‘slechts’ melancholisch en nostalgisch. Om niet te zeggen dat het lijkt alsof Robert Frank tijdens zijn verblijf in Parijs in een grafstemming verkeerde.

Hij concentreerde zich in de lichtstad op de bloemenverkopers op straat. Een vrolijk, licht onderwerp zou je zeggen. Maar bij Frank leidde het tot een zwart-wit serie die allesbehalve luchtig is.

Hier biedt een ongeschoren man in een haveloze jas voorbijgangers een dun bosje anemonen aan. Klik. Reken maar dat hij er overmorgen nog zo staat, met datzelfde bosje. Daar staat een verlaten bloemenstalletje in een sneeuwstorm. De vlokken teisteren het onafgedekte groen., dat de blaadjes laat hangen. Klik.

Over een lege, brede boulevard loopt een aantal mannen. Waarschijnlijk gedenken zij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog die nog niet zo lang voorbij is. Klik. Ze dragen bloemen met zich mee. Er rijdt een lijkwagen door de straat. De Dood reist persoonlijk mee, in de vorm van een spierwit gezicht achterin de auto – of is het een marmeren borstbeeld, ter nagedachtenis aan degene in de kist? De auto is in elk geval gevuld met bloemen. Klik dus.

Handkar
Tussen de bloemen door fotografeerde Robert Frank ondermeer ook nog een beregende straat met een oude handkar, de Arc de Triomphe in de mist, mensen in bussen die niet lachen, de achterkant van een oude, kromme man met een uitgebluste sliert confetti op zijn hoofd, en een dood paard dat aan zijn linkerachterbeen is opgehangen waardoor zijn mond de grond lijkt te kussen, als in de dramatische laatste scène van een opera.

Het Parijs van Robert Frank verschilt nogal met dat van de Nederlandse fotograaf Ed van der Elsken, die in dezelfde jaren door de straten van de Franse hoofdstad liep. Van hem zijn ook een paar foto’s opgenomen in de tentoonstelling, als vrolijke tegenpolen van die van Frank. Bij Van der Elsken is de straat geen mistig en regenachtig decor voor eenzame mensen, maar nodigen de cafés uit om eindeloos te bomen en te drinken, en schreeuwen de etalages voorbijgaande vrouwen toe: ‘Kom kijken, kom passen, de laatste mode vind je hier’. Het Parijs van Van der Elsken is levendiger, ongedwongener, lichter dan het Parijs van Robert Frank, waar de dood om elke hoek lijkt te gluren en de zwaarte van het leven als een donkere wolk in de straten hangt.

Die arme Robert Frank. Nooit kunnen zijn foto’s gewoon foto’s zijn, altijd wordt er meer achter gezocht: een diepere betekenis, een grote emotie. Nooit in de geschiedenis van de fotografie was er een fotograaf die méér met een dichter werd vergeleken dan hij. Een dichter in beelden, de vernieuwer van het fotografische beeldrijm – of misschien wel de uitvinder ervan.

In 1958 kwam Robert Franks beroemdste boek, The Americans, uit, nota bene eerst in het Frans, alvorens in Amerika te verschijnen. Hij had een paar jaar door de Verenigde Staten gereisd (opnieuw met zijn familie, inmiddels uitgebreid met de kleine Andrea). Het boek deed een hoop stof opwaaien. Frank confronteerde een land dat redelijk tevreden was over zichzelf in de jaren na de Tweede Wereldoorlog met de minder leuke kanten, de weggemoffelde rafelrandjes, zoals het racisme (ook al heeft hij later vaak beweerd dat hij nooit een politiek beladen boek heeft willen maken). En hij deed dat ook nog eens op een geheel nieuwe manier.

Tuba
Hij had bijvoorbeeld een man zo gefotografeerd, dat zijn hoofd precies schuilging achter zijn tuba. Hij had mensen voor de helft op de foto gezet wanneer ze voor de inhoud niet belangrijk waren, maar voor het ritme van het beeld des te meer. Hij had foto’s gemaakt zonder directe focus, zodat de kijker niet wist waar hij kijken moest.

Zijn beelden waren ongekend gruizig grijs, schots en scheef, zonovergoten en schaduwrijk. En achter al die fotografische vernieuwing, onder al die poëtische foto’s zaten volgens collega’s, vrienden en critici uit die tijd heftige gevoelens verstopt, die hun uitdrukking vonden via Franks camera. Het was alsof de fotograaf die camera gebruikte als verlengstuk van zijn gemoed, waardoor zijn beelden hun directheid kregen, hun rauwe, ongepolijste echtheid. Robert Frank werd omarmd door de dichters van de Beat-generatie.

In het Amerikaanse voorwoord van The Americans verwoordde vriend en schrijver Jack Kerouac het zo: ‘Anybody doesnt like these pitchers dont like potry, see? Anybody dont like potry go home see Television shots of big hatted cowboys being tolerated by kind horses. Robert Frank, Swiss, unobtrusive, nice, with that little camera that he raises and snaps with one hand he sucked a sad poem right out of America onto film, taking rank among the tragic poets of the world.’ Zo. Daar konden de criticasters het mee doen.

Romantische glans
En Robert Frank is er nooit meer vanaf gekomen, van die ‘potry’. In een interview met Ute Eskildsen, hoofd Fotografie van het Museum Folkwang in Essen en met Frank zelf samensteller van de catalogus bij de tentoonstelling, zei de fotograaf ooit dat ‘het fotografische beeld uiteindelijk altijd wordt omgeven door een romantische glans – hoezeer ik dat ook probeer te voorkomen’.

Zijn zelfverzonnen, unieke beeldtaal, door vele jonge fotografen juichend binnengehaald en overgenomen, soms met succes, soms met stuitend epigonisme, bleek uiteindelijk sterker te zijn dan hijzelf. De man die interviewers vaak tot wanhoop dreef met zijn afgemeten antwoorden (‘Ja.’ ‘Nee.’ ‘Zou best kunnen.’) vond een emotionele uitlaatklep in zijn manier van fotograferen. Het beste voorbeeld daarvan blijft de foto met de geschreven wanhoopskreet na de dood van zijn dochter.

En hoe zit dat nu met de foto’s uit Parijs? Is het geoorloofd om daar als kijker je fantasie op los te laten, om erop te projecteren, erin te lezen wat er misschien helemaal niet in zit? Om, tegen het gezonde verstand in, toch te concluderen dat Robert Frank in de Parijse straten beschikte over een bijzonder lucide, vooruitwijzende blik? Misschien mag dat in dit geval gewoon wel. Niet omdat het fijn is om te geloven in de eventuele helderziendheid van Robert Frank, maar omdat die gedachte alleen al feilloos blootlegt wat zijn foto’s bij de kijker teweegbrengen.

Hyperrealiteit
Hoewel Frank volgens collega’s altijd werd aangetrokken door de realiteit van de dingen, de waarheid van de straat, kreeg (en krijgt) hij het in zijn foto’s steeds weer voor elkaar om een soort hyperrealiteit te bereiken, veroorzaakt door zijn persoonlijke manier van fotograferen. Er zít ook altijd meer in en meer achter.

Een dood paard dat de grond kust. Een man met confetti op zijn hoofd. Eenzame bloemenverkopers in een mistige stad. Robert Frank had geluk misschien. Maar het lijkt alsof hij die beelden niet voor niets tegenkwam.

Paris: Robert Frank. Parijs: Ed van der Elsken. Tot en met 7 juni in het Nederlands Fotomuseum, Rotterdam. Catalogus Robert Frank €36,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden