Recensie Klassieke muziek

Robeco Summer Nights: ‘Gardner vormde een zeldzaam uitgebalanceerd koppel met de Canadese violist James Ehnes’ (3 sterren)

Dirigent Edward Gardner en violist James Ehnes schoven hun ego aan de kant en keken, luisterden, tastten af en reageerden. Leidde de Britse dirigent hier de Canadese solist, of was het andersom?

Werken van Wagner, Brahms en Sibelius. Philharmonisch Orkest van Bergen o.l.v. Edward Gardner, met James Ehnes (viool). 19/8, Concertgebouw, Amsterdam.

Dirigent Edward Gardner Foto RV-Benjamin Ealovega

De Brit Edward Gardner is zo’n man van wie dirigentenwatchers zeggen: houd hem in de gaten. Gardner (43) behoort tot de types die komen aansluipen. Die niet voor hun 40ste al de baas spelen over een toporkest, maar gestaag opklimmen met een gastoptreden hier en een uitgekiend chefschap daar.

Boven Gardners recensies staan doorgaans vier of vijf sterren. Op dus naar Robeco Summer Nights, het luchtige vakantieprogramma van het Amsterdamse Concertgebouw. Gardner trad er aan met het Philharmonisch Orkest van Bergen. Daar, in Noorwegens tweede stad, is hij chef sinds 2015. Hij vond er een geduchte muziekclub, met wortels die reiken tot in 1765. Daarbij is men fier op stadgenoot Edvard Grieg. Omstreeks 1880 leidde de componist het orkest een paar seizoenen.

Gardner heeft in 20ste-eeuwse muziek een naam te verliezen. Zet hem een nieuwlichter voor, van Stravinsky tot Berio, en hij dirigeert hun noten helder tevoorschijn. Maar, luidt de vraag,  hoe zou hij oudere muziek verteren? Zeg, het Vioolconcert (1878) van Johannes Brahms en de Vijfde symfonie (1915) van Jean Sibelius?

Dirigent Edward Gardner Foto RV-Benjamin Ealovega

Lastig geval, dat vioolconcert. Hoe vaak hoor je het stuk niet voorbijkomen met weekdierachtige klanken? Met maten waarin je een vinger prikt en denkt: waar zit hier de substantie? Komt bij dat een modern symfonieorkest, uitgerust met metalen snaren en gestaald koper, een solist al gauw in de verdrukking speelt.

Edward Gardner liet het niet gebeuren. Sterker, hij vormde een zeldzaam uitgebalanceerd koppel met de Canadese violist James Ehnes. Op het podium stonden twee mannen die hun ego aan de kant hadden geschoven. Ze keken en luisterden, tastten af en reageerden, met prettige verwarring als gevolg. Leidde de dirigent hier de solist, of was het andersom?

Brahms klonk fris alsof hij door fjordwater was gewassen, zij het misschien een graad of wat te koel. Ook Jean Sibelius stapte zonder pathetiek naar voren. De Fin was destijds over zijn eigen werk niet ontevreden. De Vijfde symfonie, schreef hij, was gecomponeerd ‘alsof God de Vader mozaïekstukjes van de hemelse vloer naar beneden had gegooid’. Waarna hij, Jean Sibelius, het oorspronkelijke patroon mocht herstellen.

Bij de blazers uit Bergen zat de zomerse loomte nog in het lijf. Gelijk inzetten bleek een halve avond lastig. Maar de strijkers kolkten en de hoboïst speelde zijn fameuze solo alsof God de Vader, et cetera. Geniaal gevonden trouwens, door Sibelius: zeurende dissonanten die voelen als een muggenbult, en waarvan het jeuken pas stopt als je er met je nagel een kruis in zet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.