boekrecensie

Rob van Essen volgt een beproefd recept ★★★☆☆

Twee collega’s gaan uit fietsen, zonder zelf te weten waarheen. De nieuwe roman van Rob van Essen is weer aangenaam absurdistisch, maar dit keer wel heel mellow.

Bo van Houwelingen
null Beeld Tzenko
Beeld Tzenko

Rob van Essen lezen is op reis gaan. Naar een onbekende bestemming in een robotauto, zoals in De goede zoon, de roman waarmee Van Essen (1963) in 2019 de Libris Literatuurprijs won. Slenteren door parallelle werelden, buitenwijken of andere tijden, in de vorig jaar verschenen verhalenbundel Een man met goede schoenen. Of een fietstocht maken door een landschap dat nog het meest aan een idyllisch modelspoorbaanlandschap doet denken, met heuveltjes, bossen, dorpjes, kerktorens en hier en daar een stadje, waar altijd wel een slaapplaats is.

In de roman Miniapolis springen we achterop bij de collega’s Wildervanck en Scherpenzeel, die de gewoonte hebben ontwikkeld een fietstochtje te maken voordat ze naar hun werk gaan op het deprimerende bijkantoor van de gemeentelijke dienst. De fietstochten worden steeds langer, tot ze op een dag helemaal niet meer terugkeren. Ze fietsen door, zonder zelf te weten waarheen.

Ondertussen trekt een jongen genaamd Jonathan met zijn moeder te voet door hetzelfde landschap, op zoek naar een groot landhuis met een plat dak. Want op dat dak, zo beweert de moeder, heeft zij vroeger geleefd, daar is Jonathan geboren, voordat hij bij haar werd weggehaald en in een internaat werd gestopt.

Het is Van Essen weer gelukt een licht absurdistisch universum te creëren, waarin doodnormale dingen (een fietstochtje) dat absoluut niet zijn (twee collega’s die elkaar amper kennen dagenlang samen op een rode tandem). Het is een door Van Essen inmiddels beproefd recept: beschrijf het bizarre zo nuchter mogelijk. Als Wildervanck en Scherpenzeel maar door en door blijven fietsen (raar) moeten ze wel een goede uitrusting hebben (logisch), dus schaffen ze onderweg routekaarten, regenpakken en fietstassen aan. Je gaat er gemakkelijk in mee; krankzinnigheden komen nooit pats-boem maar worden er zachtjes bij je ingemasseerd. Dat Van Essen het voor elkaar krijgt dat je tijdens het lezen nooit eens denkt ‘dit is wel érg ongeloofwaardig’, blijft bewonderenswaardig.

Risicoloos

Toch heeft Miniapolis niet het bruisende dat Van Essens andere werk kenmerkt. Misschien is het wat te gemoedelijk allemaal, te risicoloos. Wildervanck en Scherpenzeel zijn twee volstrekt ongevaarlijke mannen, iets op leeftijd al, een tikkie eenzaam. De een leest graag detectives, de ander houdt ervan zelfverzonnen aforismen in een notitieboekje te schrijven (‘men moet zijn grenzen kennen, maar het is niet noodzakelijk ze te overschrijden’). Ze hebben zo hun trauma’s – Wildervanck werd vroeger gepest, Scherpenzeels bejaarde ouders stapten samen uit het leven en lieten voor hem alleen een systeemkaartje achter met daarop ‘neem het ons niet kwalijk’ – maar ze gaan hier redelijk lankmoedig, om niet te zeggen gelaten mee om. Ja, gezelschap, een luisterend oor of wat liefde zou ze goed doen, maar zonder redden ze zich ook wel. Hun fietstocht is een ietwat ongemakkelijke maar over het algemeen plezierige tocht waarbij de mannen elkaar beleefd behandelen – eigenlijk precies zoals het zou gaan tussen twee vriendelijke collega’s.

Iets duisterder is het lijntje van Jonathan en zijn moeder, met de beschrijvingen van het dak waarop zij woonde. Het doet denken aan een sloppenwijk, met een wirwar van bouwsels, geïmproviseerde tentjes en gespannen zeilen. De dakbewoners zijn (nazaten van) ramenwassers en schoorsteenvegers die werken voor de rijke huisbewoners. Vanaf het dak zien ze de mooie miniatuurwereld liggen, wetende dat ze deze waarschijnlijk nooit zullen betreden. Hier heeft Van Essen ongetwijfeld iets maatschappijkritisch mee bedoeld, maar wat precies blijft de vraag. Dat het oneerlijk verdeeld is in de wereld? Allicht. Moeder blijft maar doorgaan over dat dak en Jonathan incasseert vrij stoïcijns de klappen die hij krijgt als hij volgens haar iets doms heeft gevraagd.

Ingehouden schrijven

En zo gaat de reis voort, heuveltje op, heuveltje af. Zoals we van Van Essen gewend zijn is het vaak grappig, soms melancholisch, maar dit keer wel heel mellow. Alsof de schrijver zich ingehouden heeft. Wat staat er nu eigenlijk op het spel in deze roman? En voor wie? Met vier personages kun je in potentie vier keer zo veel spanning creëren, maar het lijkt alsof Van Essen een vooraf bepaalde hoeveelheid urgentie te verdelen had. Dat resulteert in toch wat schriele personages, die nergens echt body krijgen en bij de lezer ook geen wezenlijke gevoelens oproepen.

De fietstocht van Wildervanck en Scherpenzeel doet denken aan het schitterende verhaal ‘Het huis aan de Amstel’ uit Van Essens bundel Hier wonen ook mensen (2014). Daarin beoefenen twee huisgenoten de kunst van het berijden van fietsen waartussen een spinnenweb gesponnen is. Een aardig idee, maar het verhaal maakt indruk om wat erachter zit: het verlangen naar contact, het breekbare van een prille band. In Miniapolis draait het in feite om hetzelfde, maar ditmaal veel minder voelbaar. En daar openbaart zich de valkuil van Van Essens aanpak: als dat diepere gevoel tekortschiet, blijft alleen het geinige idee over. Twee alsmaar doorfietsende mannen op een rode tandem.

Rob van Essen: Miniapolis. Atlas Contact; 224 pagina’s; € 21,99.

null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden