reportage

Rob de Nijs zingt zich naar het onvergetelijke afscheid dat hem gegund is

De Nijs, die lijdt aan de ziekte van Parkinson, zou in 2020 al zijn laatste concert geven. Nu is hij er alsnog, in de Ziggo Dome, zittend in een rolstoel, met wat hulp van zijn geweldige band en ontroerende gastoptredens.

Menno Pot
Rob de Nijs tijdens zijn afscheidsconcert in de Ziggo Dome.  Beeld Paul Bergen
Rob de Nijs tijdens zijn afscheidsconcert in de Ziggo Dome.Beeld Paul Bergen

Even lijkt het mis te gaan in de met liefde en weemoed gevulde Ziggo Dome, tijdens het afscheidsconcert van Rob de Nijs. In het zevende liedje van de avond, het mooie Tegen beter weten in, verslikt de oude zanger zich. Hij hoest, valt stil, hapt naar adem. De band speelt geroutineerd door, pak hem maar weer op Rob, maar nee, het gaat niet, ‘even stoppen’, stamelt hij – en dan is het ineens stil in de enorme Amsterdamse klankkast.

Schrik om de harten, maar het komt goed. ‘Zullen we hem nog een keertje proberen?’, zegt De Nijs. Dan volgt een prachtige vertolking van de woorden van Lennaert en Astrid Nijgh: breekbaar gezongen, ouderdomsbraampje op de stembanden, korte adem, maar juist daardoor onvergetelijk. Rob de Nijs herrijst, nog één keer, al blijft hij dan zitten in zijn rolstoel. Het is een majestueus moment.

Opluchting

Wat volgt, is De Pieper, over het meisje Rosalie dat een beetje dronken wordt gevoerd en morgenochtend geen kind meer zal zijn. Die tekst kán nu niet meer, maar vanavond mag hij nog even. De Pieper fungeert hier als het uitbundige lied van de opluchting: het komt goed. Rob de Nijs, Nederlands eerste echte popster, gaat zich naar het afscheid zingen dat hem gegund is.

Dat afscheid komt twee jaar later dan gepland. Hij is 79. Drie jaar geleden viel hij van een podium in Naaldwijk, waarop hij in september 2019 liet weten dat bij hem parkinson was vastgesteld. Zijn laatste ronde zou in 2020 zijn, maar werd door corona naar deze juni-avond in 2022 geduwd.

Om acht uur duwt echtgenote Henriëtte de rolstoel het podium op en vouwt de oude, bevende linkerhand zich om de microfoonstandaard. De band schudt de avond los met Ik laat je vrij (1977) en daarna het liedje dat hem in 1963 in één klap de ‘Nederlandse Cliff Richard’ maakte: Ritme van de regen.

Sterfelijkheid

Staand gaat het niet meer, in de rolstoel nog wel, met wat hulp van zijn geweldige, dienstbare Pur Sang Band en een stoet vrienden en bewonderaars die enkele liedjes voor hun rekening nemen. Mógen nemen, zoals ze bijna zonder uitzondering zeggen.

Waylon mag Het werd zomer doen, Paskal Jakobsen (Bløf) L.A.T. en Trijntje Oosterhuis Open einde, niet het enige lied van de avond over afscheid en sterfelijkheid. Rob de Nijs is geen man die zichzelf op dat vlak in de maling neemt.

Rob de Nijs zingt met Paskal Jakobsen van Bløf Zonder jou  Beeld Paul Bergen
Rob de Nijs zingt met Paskal Jakobsen van Bløf Zonder jouBeeld Paul Bergen

Als aankondiging van Eeuwig jong roept hij de songtitel, met de toevoeging ‘maar niet heus’. ‘Het ergste moet nog komen, het leukste is geweest’, zingt hij. Het klinkt niet eens sentimenteel, eerder als een vaststelling, fragiel maar innemend nuchter gezongen. ‘Je moet stoppen als iedereen het nog een beetje leuk vindt’, zegt hij een uur later. ‘En dat doen we dus nu.’

Het mag ook gewoon feest zijn. Als Danny Vera ten tonele verschijnt, gebeurt dat zowat automatisch, zeker wanneer hij de hem op het lijf geschreven Garth Brooks-hertaling De donder rolt speelt en zingt. Claudia de Breij brengt een knallende ode aan de rockende Rob van de jaren tachtig met Zondag en Hou me vast (want ik val).

Verliefd op Rob

En dan moet Sanne Wallis de Vries nog komen, eruptie van vrolijkheid in sexy glitterjurk. Ze zingt Ik wil je en vertelt dat ze verliefd werd op Rob in de tv-serie Hamelen (1972-1976) en dat op de ‘rijpe Rob’ eigenlijk nog steeds is. ‘Zelfs die rolstoel rockt hij, ja toch?’

Zelf kan De Nijs óók nog een feestje bouwen. Daar is Banger hart (1996), zijn enige echte nummer één-hit. De Ziggo Dome danst, Rob straalt. Hij kijkt naar ons, wij naar hem, de mooiste 79-jarige ooit, in elk geval vanavond. Dan sluipt de ontroering weer binnen. Het duet met Paskal Jakobsen, Zonder jou, is een fonkelend hoogtepunt, net als de kus die de Bløf-zanger op het voorhoofd van De Nijs drukt.

In Malle Babbe zie je ook bij De Nijs zelf het besef doordringen dat het er bijna op zit, dat hij ook dít klassieke lied nu voor het laatst voor zijn fans zingt. Tranen glinsteren in de lichtblauwe ogen. ‘Lekker stuk, malle meid, lekker dier van plezier,’ het slotrefrein met natte wangen. Nóg een keer raapt Rob de Nijs zichzelf bij elkaar, voor Alles wat ademt, het lied dat helaas weer helemaal actueel is door de oorlog in Oekraïne. ‘Vrede is ver, verder dan ooit/ Zo dichtbij huis rusten de wapens nooit.’

De Pur Sang Band komt samen rond de rolstoel. Jongste zoon Julius (10) brengt bloemen. ‘Vond je ’t mooi?’, liplezen we. En keihard denken we het antwoord: ja, Rob, het was precies wat we hoopten.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden