Ritselen en smoezen met sterren

Noem een succes in de populaire Amerikaanse cultuur, en David Geffen is niet ver weg. Producer Geffen is de man achter Crosby, Stills, Nash & Young en The Eagles, maar ook achter de films 'Risky Business' en 'American Beauty'....

DAVID GEFFEN heeft een neus voor succes. De platenbaas, theater- en filmproducent weet precies wat de smaak van de tijd is, of beter: hij ruikt die smaak al voordat zij door de massa wordt herkend en overgenomen. 'Ik ben Billie the Kid', zei hij zelf over zijn talent. 'Ik ben de snelste schutter van de stad. Dat is geen arrogantie, maar de waarheid.'

De loopbaan van Geffen loopt parallel met een reeks hoogtepunten uit de recente geschiedenis van de populaire cultuur. In de glansjaren van de hippies lanceert Geffen de band Crosby, Stills, Nash & Young op Woodstock, wat hem op 27-jarige leeftijd multimiljonair maakt. In de jaren zeventig introduceert hij The Eagles en Joni Mitchell, en hij organiseert Bob Dylans come back tour met The Band. In 1982 financiert Geffen de musical Cats - de succesvolste aller tijden, zo blijkt later. Guns 'n' Roses en Nirvana - de dwarse hitmachines uit de vroege jaren negentig - stonden bij hem onder contract, en de filmhit Risky Business, waaraan Tom Cruise zijn sterstatus dankt, kwam op zijn initiatief tot stand. In 1996, als Geffen al lang miljardair is, richt hij met Steven Spielberg en Jeffrey Katzenberg DreamWorks SKG op, het filmbedrijf dat American Beauty ontwikkelde en produceerde.

Altijd op het juiste moment vooraan staan - op niemand is die uitdrukking meer van toepassing dan op Geffen, de man die zich niks aantrekt van de grenzen tussen popmuziek, Broadway en Hollywood. Geffen scoort altijd. Omdat hij slimmer is dan zijn tegenstanders, harder werkt, en vooral omdat hij gemener is. Want dat is de voornaamste conclusie die biograaf Tom King in The Operator - David Geffen Builds, Buys and Sells the New Hollywood trekt: de self made man combineert zakelijk inzicht en trendgevoeligheid met een meedogenloos karakter. He knows how to play ball, zeggen Amerikanen over hem, met een opmerkelijk gevoel voor understatement.

The Operator moest de kroon worden op Geffens glansrijke loopbaan. De man die alles kan kopen, hoopte al lang op een beschrijving van zijn werkzame leven. Hij verwachtte dat King, journalist van de zakenkrant The Wallstreet Journal, die ging maken. Geffen ontving zijn biograaf enkele malen in zijn huis aan Central Park, en strooide gul met telefoonnummers van intimi, totdat hem het gevoel bekroop dat King meer wilde dan een successtory schrijven.

De journalist vroeg vrienden en bekenden ook naar Geffens privéleven. Dát paste niet in diens idee van het ideale boek. De medewerking werd teruggedraaid. Te laat. King, die vier jaar aan The Operator werkte, had zijn verhaal voor het overgrote deel al binnen. Een gedetailleerd en imponerend verhaal, dat alleen lijdt onder een te obligaat Freudiaanse interpretatie van Geffens karakter.

Uit Kings graaf- en spitwerk rijst een beeld van een man zonder scrupules. 'Koning David', zoals zijn moeder hem als kind placht te noemen, gebruikt mensen als materiaal. Hij palmt in, toont zich vrijgevig, maar na gebruik volgt de resolute afwijzing. Wie altijd meer en beter wil, zoals Geffen, heeft geen tijd voor nazorg of beleefdheid.

De opkomst van David Geffen is een Amerikaans verhaal bij uitstek. Sociale mobiliteit kenmerkt Geffens leven, dat begint in Brooklyn, als kind van geïmmigreerde, arme Russen, en voorlopig zijn finest hour beleefde in het Oval Ofice van president Clinton, waar Geffen de wereldleider op diens 48e verjaardag uitlegt hoe de publieke opinie te sturen is.

David Geffen is 21 jaar als hij een betrekking krijgt op het kantoor van het William Morris Agency, het meest prestigieuze artiestenbureau van de Verenigde Staten. Om het baantje op de postkamer te veroveren, liegt de would be agent dat hij een universitaire opleiding heeft genoten, terwijl hij in werkelijkheid met moeite de high school afrondde.

Eenmaal binnen ontpopt hij zich als een jager. Hij draagt dezelfde maatpakken als het hoogste kader, en werkt zich in het vizier van topman Nat Lefkowitz door steevast op zaterdagochten over te werken; Geffen weet dat Lefkowitz dat dagdeel op kantoor doorbrengt, en rekent erop de baas in het verder uitgestorven kantoor eens te ontmoeten, wat ook gebeurt. Ze keuvelen, worden maatjes, waarna Geffens vlucht naar boven begint - de relatie loopt stuk als Geffen over een goed lopend eigen agentschap beschikt en Lefkowitz niet meer nodig heeft.

Geffens blik is permanent omhoog gericht, naar nog belangrijkere mensen op nog belangrijkere plekken. Die methode werkt. Geffen dringt binnen in het gevolg van platenproducent Phil Spector om uit te vinden hoe de platenindustrie in elkaar steekt, hij bouwt zorgvuldig vriendschappen op met topmannen als Steve Ross (Warner), Lew Wasserman (MCA) of Ahmet Ertegun (Atlantic), en laat hen zitten als hij een mogelijkheid ziet om zijn macht en rijkdom elders te vergroten.

Als Geffen in 1970 een eigen platenlabel begint, betaalt Atlantic Records van Ertegun de aanloopkosten volledig. De nieuwe maatschappij, Asylum Records, wordt in 1972 door Warner voor 7 miljoen dollar opgekocht, waarbij Geffen ook nog een zevenjarig contract krijgt dat hem 200 duizend dollar per jaar oplevert.

Newsweek schrijft naar aanleiding van deze overeenkomst een profiel over de 'Golden Boy' uit de platenbizz. Geffen, dertig jaar oud, prijst in het stuk zichzelf veelvuldig, maar weigert krediet te geven aan Ahmet Ertegun of een van zijn andere leermeesters.

Zaken en privé lopen in het leven van Geffen dwars door elkaar heen. Het is vanzelfsprekend dat in The Operator veel aandacht uitgaat naar Geffens instabiele relaties met geliefden en vrienden. De producent is iemand die zijn persoonlijke sores uitvent, doorgaans om intimiteit te suggereren bij mensen van wie hij iets wil.

Nadat hij Cher had ontmoet, bij de opening, begin jaren zeventig, van zijn club Roxy in Los Angeles, lijkt het erop dat Geffen toch nog in de hetereoksueel verandert die hij zo graag wilde zijn. Cher, samenwonend met Sonny Bono, en Geffen beginnen een relatie, die net niet in een huwelijk uitmondt. Opzien baart de relatie in de media vooral omdat Geffen Chers ex-geliefde Sonny Bono voor de rechter sleept. Hij eist uit naam van Cher een alimentatie van 32 duizend dollar per maand - geld dat Bono zijn vrouw gedurende hun succesjaren onrechtmatig zou hebben onthouden.

King geeft tal van voorbeelden van Geffens innige omgang met sterren, waarin hij heen en weer schiet tussen haat en liefde. Jackson Browne mag lange tijd in een van de huizen in Beverly Hills wonen, om uiteindelijk met een knallende ruzie uit Geffens leven te verdwijnen, Michael Jackson beschouwt hem als een vertrouwenspersoon terwijl Geffen vooral geïnteresseerd is in een contract met hem, en Yoko Ono zoekt steun bij Geffen nadat John Lennon - uit de stal van het net opgerichte Geffen Records - voor zijn huis in New York wordt doodgeschoten. Geffen is apetrots, zo reconstrueert King, op de foto van Ono en hem, vluchtend uit het ziekenhuis, die de dag na de moord de voorpagina van The New York Times siert.

In de jaren tachtig verlegt Geffen zijn activiteiten naar Hollywood, waarover hij als kind altijd al droomde. Ook in de filmindustrie werkt de methode-Geffen. Ritselen, keihard onderhandelen en smoezen met de sterren leidt ertoe dat de platenbaas de filmafdeling van Warner Bros. mag bestieren. De tweede film onder zijn leiding, Risky Business, wordt een hit, nadat Geffen met regisseur Paul Brickman een verbeten strijd heeft gevoerd over het slot, dat volgens Brickman was bedoeld als een aanval op het dwangmatige koopgedrag van Amerikanen.

Risky Business, over een tiener met een voorkeur voor dure spullen, was in de ogen van Geffen juist een lofzang op het kapitalisme. Hij herkende zichzelf in de door Tom Cruise gespeelde jongen, die met handig gemanoeuvreer en botte leugens uiteindelijk als winnaar het strijdtoneel verlaat.

In 1988 neemt Geffen contact op met het tijdschrift Forbes, dat jaarlijks een lijst met de rijkste Amerikanen publiceert. Geffen laat de redactie weten een plekje in die lijst te verdienen. Zijn kapitaal is inmiddels opgelopen tot 240 miljoen dollar - voor een groot deel verdiend met beleggingen en onroerend goed. Twee jaar later, als hij Geffen Records van de hand doet, krijgt hij aandelen in het media-conglomeraat MCA, met een waarde van 545 miljoen dollar. In 1991 meldt Forbes dat Geffen 880 miljoen dollar waard is. 'Jullie zitten er elk jaar naast', laat de mogul telefonisch weten. 'Het moet meer dan een miljard zijn.' Vijf jaar later staat de teller op 1,9 miljard dollar.

In het laatste decennium van de twintigste eeuw verandert Geffen zijn levensstijl. Hij is voor het eerst in zijn leven niet meer 'die jongen uit Brooklyn die hoopt dat hij toch nog een meter tachtig groot wordt, blonde haren krijgt en blauwe ogen', zoals hij zichzelf eerder omschreef in Vanity Fair. Geffen is een arrivé, en gaat op zoek naar andere waarden in zijn leven. Hij trekt zich terug uit de frontlinie van het zakenleven, en zijn homoseksualiteit is niet langer een onderwerp in de taboe-sfeer - Geffen verloor tientallen kennissen aan aids en acht het ongepast om over zijn seksuele voorkeur nog langer moeilijk te doen.

In de media, die hij tot dan alleen gebruikte om gunstige voorwaarden voor zijn deals te scheppen, roept hij op tot solidariteit met aidsslachtoffers - woorden die hij met daden begeleidt door miljoenen te schenken aan de strijd tegen de ziekte.

Ook besluit hij politiek actief te worden, na het zien van een Republikeinse Conventie op de televisie, waarbij Pat Buchanan over de Amerikaanse maatschappij praat als een blanke, heteroseksuele en christelijke samenleving. Geffen wordt een pleitbezorger van de Democraten en raakt bevriend met de Clintons. Hij regelt op verzoek van de president een optreden van Crosby, Stills & Nash in het Witte Huis, en organiseert voor Hillary Rodham-Clinton diners met fundraisers, wat de first lady miljoenen dollars oplevert voor haar campagne om senator van New York te worden.

Maar het zakenleven lonkt opnieuw, als Steven Spielberg en collega-producent Jeffrey Katzenberg hem vragen DreamWorks op te richten, een filmstudio die in de traditie van United Artists de filmmakers het laatste woord wil bieden. Geffen sluit zich aan bij het dream team. Hij had zich thuis, in zijn kapitale huizen in Malibu, Los Angeles en New York, stierlijk verveeld met het turen naar de beurskoersen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden