Rineke's link met oude meesters

Verslaggever Wieteke van Zeil kan als geen ander bijzondere aspecten in een schilderij ontleden. Ze nam het werk van fotograaf Rineke Dijkstra, nu te zien in het Stedelijk, onder de loep en vond links met oude meesters.

9. Nicky, Liverpool, UK, 19 januari 2009. 10. Sandro Botticelli, Portret van een jonge man, circa 1480-85, National Gallery Londen.

Tijd en roem doen rare dingen. In 1999 hing in het grote Museum of Modern Art in New York het beroemde schilderij De bader (1885) van Paul Cézanne. Dit is een mannelijk bijna-naakt (in zwembroek) dat een eeuw heeft kunnen weken in de populaire opinie en inmiddels een onwankelbare reputatie geniet. Het hing naast de foto Odessa, Oekraïne, 4 augustus 1993 van Rineke Dijkstra, waarop een jongen in zwembroek aan het strand te zien is. Bezoekers en pers waren not amused. Zo'n icoon naast een werk van een onbekende Hollandse fotograaf? Een schilderij naast een fóto? Critici noemden de werken onvergelijkbaar want een schilderij is een creatie van een zichtbare gebeurtenis, de foto een registratie ervan - big difference.

Spoelen we even vooruit. In 2015 hing een oude reus onder de Duitse musea, de Gemäldegalerie in Berlijn, twee van Rineke Dijkstra's strandmeisjes naast Venus (1483) van Sandro Botticelli. Het ging omeen foto van een Amerikaanse, met net zulke wapperende krullen als Venus, en een prachtig ranke Poolse. Hier was de toon: natúúrlijk moest dit een keer gebeuren, twee verwante iconen immers, Sandro Botticelli en Rineke Dijkstra, 550 jaar van elkaar gescheiden maar nu, eindelijk, verenigd. Iedereen kent Venus, iedereen kent de strandmeisjes.

In zestien jaar tijd is de onbekende fotograaf zelf een wereldwijd icoon geworden, met een stijl die van een afstand te herkennen is. Rineke heeft inmiddels, net als Rembrandt, geen achternaam meer nodig.

7. Tiergarten, Berlijn, Duitsland, 13 augustus 2000.

Afgelopen maart kreeg ze de Hasselblad Award, de grootste internationale prijs die er aan autonoom werkende fotografen wordt toegekend. Het Stedelijk Museum in Amsterdam dook gauw in de eigen depots om een tentoonstelling in te lassen, die dankzij goed aankoopbeleid best een overzicht genoemd kan worden.

Oude kunst naast hedendaagse zetten is inmiddels gebruikelijk in musea - het keurslijf van chronologie en stromingen is dubbel en dwars doorbroken, ook in vaste museuminrichtingen. Over de kwaliteit van Dijkstra's werk twijfelt niemand meer. Maar vergelijkingen kunnen kunstwerken in hun waarde tenietdoen - je hoort de verzuchtingen al in de museumzalen: 'Het is ook net een Botticelli hè? Ja, echt!'

En als een kunstwerk eenmaal roem geniet komen de 'oh's' en 'ah's' vooral door de veilingprijzen die ervoor worden neergeteld. Vergelijkingen en roem doen, kortom, de mensen slechter naar kunst kijken. Wát is er dan zo goed aan die foto's?

In de Volkskrant-serie 'Oog voor detail' ga ik sinds 2014 wekelijks in op een aspect in een kunstwerk. Ik zoek naar context en betekenis, maar details maken ook associaties los en relaties met de wereld van nu. Het Stedelijk Museum vroeg mij bij de tentoonstelling een film te maken waarin ik details uit Dijkstra's werk belicht. Die is te zien in een interactieve ruimte waar bezoekers zelf portretten kunnen maken. Ik had nog nooit een detail uit een foto gekozen voor de serie, maar vond het nu maar eens tijd. Juist Dijkstra's roem en de uitputtend gemaakte vergelijkingen met oude meesters, maakten mij benieuwd wat er zou gebeuren als ik op detail zou kijken. Langzaam kijken, zo bleek, loont ook bij haar werk.

9. Nicky, Liverpool, UK, 19 januari 2009.

De moeders, de torero's, Olivier: ogen

Het prettige van Dijkstra's portretten is dat je niet méér krijgt dan noodzakelijk om de persoon te zien. In geschilderde portretten vertellen vaak allerlei attributen - boeken, sieraden, bloemen, kwasten, dieren, enzovoorts - iets over het nobele karakter van de persoon. Dat vereenvoudigde in haar foto's maakt details des te belangrijker. Hoe een pluk haar valt, een vlekje op een shirt of de houding van de handen. En vooral de ogen.

Bij Rineke Dijkstra zijn het de ogen waardoor je inziet dat haar werk het tegenovergestelde is van de selfiecultuur waarin we nu zijn beland. Dit zijn geen gezichten die in de plooi schieten - het scheef geknikte hoofdje of de semi-zwoele staar. Dit is geduldig kijken en fotograferen, zo langzaam dat de geportretteerde pas wordt vastgelegd als alle maskers zijn afgevallen. Hier wordt niet de controle over het eigen imago tentoongespreid, maar juist het gebrek daaraan.

6. Een foto van het meisje 'Eleven' uit de Netflix-serie Stranger Things, 2016.

In een aantal beroemde series gaat ze nog verder: daar zijn de ogen getuigen van een heel ander verhaal. Iets wat net is gebeurd, iets waarachtigs en heftigs. De geportretteerde staat fysiek voor haar camera, maar mentaal is-ie er niet helemaal, zijn hoofd zit nog in die gebeurtenis van net. Dat is te zien omdat de ogen wel kijken, maar niet naar ons. Ze kijken naar binnen.

Neem de moeders. De eerste, [foto 1] Julie, is vlak na de geboorte gefotografeerd. Hoe langer je naar haar gezicht kijkt, hoe meer je ziet dat ze nog volledig in de adrenaline van die bevalling zit. Haar pupillen zijn als schotels zo groot, terwijl er met flits is gefotografeerd - daarom houdt ze ook haar hand voor de ogen van het uren-oude mormeltje in haar armen. De blik heeft iets dierlijks, iets ongeleids. Het is verschrikkelijk wild.

1. Julie, Den Haag, Nederland, 29 februari 1994 (detail).

De torero's [foto 2] hebben het ook, in iets mindere mate; ze komen net uit een lijfelijk gevecht met een stier. De blik is niet hol maar vol, van die net beleefde ervaring. En in de serie van zeven foto's van 'Olivier' [foto 3], de jonge Fransman die Dijkstra fotografeerde toen hij net tot het Vreemdelingenlegioen was toegetreden, heeft alléén de derde foto het. Daar schoot Dijkstra op het veld om 5 uur 's ochtends, terwijl hij net uit zijn eerste nachtelijk gevecht kwam. Zijn ogen zijn nog daar.

Die introverte blik is bijna onmogelijk om te vangen en als er één reden is om Dijkstra met Rembrandt te vergelijken, dan ligt die hier. Rembrandt is de schilder die de psychologie van het karakter in een portret kon leggen en een heel verhaal in een blik. Een doorleefde of dromerige, een gepijnigde of afwezige blik. Rembrandts portret van zijn zoon Titus [foto 4] is het beste voorbeeld van een kind in zijn eigen wereld. Een kind dat duidelijk een heel verhaal voor zijn ogen ziet. En zijn Margaretha de Geer [foto 5] slaat alles: zo'n direct portret met zo'n compleet naar binnen gerichte blik. Margaretha was een van de machtigste vrouwen van Amsterdam, aan het einde van haar leven. Alle doorleefdheid ligt in dit portret. Het feit dat ze ons aankijkt, maar toch niet naar ons lijkt te kijken, geeft het portret een gigantische soevereiniteit.

3. Olivier, Les Guerdes, Frankrijk, 1 november 2000 (detail).
5. Rembrandt, Margaretha de Geer, circa 1661, National Gallery Londen (detail).

De Tiergartenfoto's: ledematen

Er is iets met de Tiergartenfoto's en dat laat zich niet vangen in één detail. Maar het helpt wel om ze in detail te bekijken. De serie is een fremdkörper in Dijkstra's oeuvre, want de parkomgeving is anders dan in haar beroemdere werk en de jonge tieners kijken ook niet in de camera. Hoe langer ik naar de kinderen kijk, hoe meer ik me vervreemd van ze voel. Ik kom gewoon niet dichterbij. Er hangt iets in de lucht dat ook in de lucht hing bij de televisieserie Stranger Things [foto 6], over drie tieners die op zoek gaan naar hun verdwenen vriend en een kind uit een 'andere wereld' ontmoeten. Iets onveiligs en, zo subtiel dat ik het bijna niet durf te benoemen, iets niet zo menselijks. Is het de houding? Het licht? Het helpt natuurlijk dat het meisje met de lange blonde haren, die ook nog eens een sliertje dwars langs haar neus heeft hangen dat haar gezicht in tweeën deelt, zo in het zonlicht staat dat het lijkt of ze erin wordt gezogen. Rineke Dijkstra heeft deze kinderen gefotografeerd terwijl ze aan het spelen waren in het park waar ze toen dichtbij woonde, vertelde ze me toen we vorige week samen door de tentoonstelling liepen.

Hoewel de kinderen in actie zijn, geven deze foto's juist het gevoel van een bevroren moment. Een blik op de ledematen verklaart iets. Bijvoorbeeld dat het blonde meisje [foto 7] zich helemaal niet ontspant, zoals de mensen juist vaak in Dijkstra's portretten doen. Haar vuisten zijn gebald, een spanning die zelfs in de grote teen van haar linkervoet te zien is: die krult het gras in alsof-ie zich aan een spriet wil vastklampen. Die stakerige lange armpjes en beentjes hangen helemaal niet, en evenmin gooien ze. Dat gevoel van voltage in de ledematen is nog sterker bij de jongen - een prachtkind 8, je zou willen weten hoe hij eruitziet als man. Een vlugge eerste blik brengt meteen herinneringen aan het beroemde kind met een speelgoed handgranaat van Diane Arbus : dezelfde spanning.

The Buzz Club / Mystery Land

De film The Buzz Club / Mystery Land (1996/97), in enorme projectie in een aparte zaal met zachte banken en geluid dat misschien geen clubniveau heeft, maar je toch moeilijk stil laat zitten. Niet missen! Het zijn de beste omstandigheden om dit indringende en heerlijke portret van dansende tieners over je heen te laten komen.

4. Rembrandt, Titus aan de lezenaar, Museum Boijmans van Beuningen Rotterdam (detail).

Zijn voeten staan te ver uit elkaar om ontspannen te staan, zijn schouders tarten elke wet van verhoudingen die kunstenaars al eeuwen oefenen, zijn rechterarm maakt een bochtje, de hand valt zo ver naar binnen dat er geen sprake van rustig hangen kan zijn en zijn linkerhand is een spriet, een spriet zoals een bidsprinkhaan sprieten heeft: dun, hoekig, en zo op spanning dat hij elk moment kan gaan wiegen, of vliegen. De ledematen, die onhandige lange uitsteeksels die vooral bij tieners uit proportie kunnen groeien als een Quentin Blake-tekening, die ledematen bepalen hier de sfeer, weet ik nu. Een sfeer die tederheid en vervreemding tegelijk oproepen.

Groot, maar nog net niet: het mondje van Nicky

Een van de gedachten die zich opdringt bij het zien van dit kleine overzicht is, dat Dijkstra's portretten van tieners nu nooit meer zo gemaakt zouden kunnen worden. Ze was nét de zelfportretterende generatie voor. De generatie die zó gewend is zichzelf voortdurend te monitoren dat het vol lef op foto's staat, al lijken die foto's vaak allemaal op elkaar - de houdingen verschillen nauwelijks.

Dat maakt haar films The Buzz Club / Mystery Land (1996/97) en bijbehorende portret The Buzz Club (1995) van een jong meisje in club-outfit met schoudertasje zo onthullend; ze trekken nog geen duckface, de scheve werp-je-haar-over-je-schouder-en-kijk-in-de-camera-pose of de Matthijs van Nieuwkerk-gaze, al dan niet met potsierlijk losblazende lippen voor mondvolume. Alle typische houdingen voor een 'goede pose', maar die vaak vooral geforceerd en amateuristisch overkomen, ontbreken hier nog. Die Instagramhoudingen zeggen niets over iemands karakter of persoonlijkheid en alles over conventies. Men vindt de duckface mooi, dus men trekt een duckface. Ze maskeren het individu.

8. Tiergarten, Berlijn, Duitsland, 27 juni 1999.

Eén foto toont het perfecte midden. Nicky [foto 9] uit Liverpool werd in 2009 gefotografeerd: voor de introductie van de iPhone, maar al in aanloop naar de generatie wiens identiteit door media wordt bepaald. Nicky heeft présence en een bravoure als Lara Croft; ze kan je zo omver blazen. Dat komt door twee dingen. Ten eerste keert ze zich vol en direct naar de camera, inclusief schouders. Ze staat voor je op een manier dat je als kijker niet wegkomt. Dat is duizenden keren gedaan, tieners doen het in selfies en schilders deden het op doek, een beproefde methode. Maar dát het werkt, zie je als je er het allereerste geschilderde portret bijhaalt dat zo frontaal naar de kijker is gericht. Het is van een jongen die niet ouder is dan Nicky, en dat zal geen toeval zijn, want die branie hoort bij de leeftijd.

[Foto 10] Sandro Botticelli's Portret van een jongen (1480-85) doet precies wat Nicky doet: hij komt jouw persoonlijke ruimte in, zo dicht dat het haast ongemakkelijk wordt. Verder zijn de twee natuurlijk onvergelijkbaar, al is het maar omdat Botticelli's jongen je welkom heet in zijn ruimte en Nicky een duel uitdaagt. Dat zit hem in dat mondje: ze maakt een tjoerie naar je - een zuigende sis van minachting, je kunt het zien aan haar lip die licht optrekt en dat kleine krulletje in een mondhoek. Maar ondertussen verraadt de rest van haar uiterlijk dat ze alles nog lang niet zo op orde heeft als ze doet voorkomen; de klodders mascara (inclusief mascaravlek op haar shirt), de kinderlijke wangen, de meisjesachtige huid van haar armen, die lieve vlechtjes over haar extensions. Dat maakt dit portret, zoals vaker in Dijkstra's oeuvre, een portret van transitie - een jonge vrouw als een vlinder in een cocon die nog net niet is opengebroken.

Rineke Dijkstra: een Ode, t/m 6/8 in het Stedelijk Museum Amsterdam. Het lab opent eind volgende week.

10. Sandro Botticelli, Portret van een jonge man, circa 1480-85, National Gallery Londen.

Wat er niet is

Leuk, zo'n overzicht, maar de beroemdste serie van Rineke Dijkstra ontbreekt. Er is geen strandmeisje te zien, niet uit Odessa, noch de mooie 'Venus' uit Kolobrzeg in Polen. De serie uit 1992-98 die Dijkstra's doorbraak betekende, is hier de grote afwezige, op één portret van twee geklede jongens op een boulevard na. Dat heeft ook een voordeel voor de aandachtsverdeling. Toen in 2011 in Londen een overzicht van Leonardo da Vinci's schilderijen te zien was, ontbrak sterschilderij Mona Lisa ook. De conservator zei hierover: 'Lisa is zo beroemd, ze zou alle aandacht van de rest van Leonardo's werk stelen'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden