Rijnvos ontlokt een fantastische baaierd van mengklanken

Weer een typische Rijnvos: dat zit hem in de fantastische baaierd van mengklanken die hij het orkest ontlokt. Dirigent Heras-Casado (38) is echt van alle markten thuis.

Beeld Getty Images

Er ligt nog een wereld open voor componist Richard Rijnvos, sinds hij aan zijn cyclus Grand Atlas is begonnen. Elk van de zeven geplande werken in de reeks gaat over een werelddeel. Na Antarctique, over de Zuidpool, dat op het Holland Festival 2012 in première ging, volgde in de Zaterdagmatinee Asie. Dat daar zo veel tijd tussen zit, komt doordat Rijnvos tegelijk aan meerdere cycli werkt.

Afgaand op de twee voltooide delen belooft Grand Atlas een monumentaal, vrij statisch werk te worden. Het curieuze is dat Rijnvos voor dit deel bijna uitsluitend gebruik heeft gemaakt van bestaande muziek, die hij nauwgezet heeft georkestreerd en voorzien van voor-, tussen- en naspel. Even curieus is dat de componist, die naar eigen zeggen de eigen persoonlijkheid zo veel mogelijk wil uitschakelen, toch weer een typische Rijnvos heeft afgeleverd. Dat zit hem in de fantastische baaierd van mengklanken die hij het orkest ontlokt. De imitaties van oosterse instrumenten in Asie, met allerlei meegecomponeerde boventonen, zijn fascinerend.

Achtereenvolgens komen in Asie Japan, Indonesië en Korea aan bod. De buitendelen zijn ritueel van karakter, met vooral in het Koreaanse deel zeer langgerekte melodische lijnen, vol buigingen en inflecties, verluchtigd met kleine variantjes in de blazers en telkens met een onderlaag van pendelende bastonen en markant slagwerk. Het Indonesische deel, gebaseerd op een moderne variant van gamelanmuziek, is afwisselender en opzwepender. Er klinken veel, al dan niet gesuggereerde, metaalgeluiden, maar ook spetterende koperblazers en pulserende marimba's. Vanuit versnippering met veel maatverschuivingen belandt de muziek tot drie maal toe in herhalend vaarwater, waar de ritmische klankwemelingen en harmonische wendingen doen denken aan het werk van de Amerikaanse postminimalist John Adams.

Rijnvos, Ravel, Dvorák.
Door het Radio Filharmonisch Orkest
o.l.v. Pablo Heras-Casado. 19/3, Concertgebouw, Amsterdam.

Het pre-, inter- en postludium zijn kleine hoorspelletjes, waarin een lentebries, mist en vallende regen worden uitgebeeld. Met een lengte van een half uur doet Asie recht aan de omvang van het beschreven werelddeel, maar de trage of zelfs ontbrekende muzikale ontwikkeling wordt daardoor sterker voelbaar.

Het Radio Filharmonisch Orkest en dirigent Pablo Heras-Casado zetten in Ravels Pianoconcert in G het kleurfestijn met veel grotere vaart voort. Versmolten, schitterende en spetterende zilverklanken omlijstten het flamboyante spel van solist Javier Perianes, die zijn optreden afrondde met een Nocturne van Grieg als toegift.

Dirigent Heras-Casado (38) is echt van alle markten thuis; zo leidt hij de komende dagen drie maal de Matthäus Passion bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Ook in zijn lezing van Dvoráks Zevende Symfonie viel op hoe hij in alle rust de musici aaneensmeedt tot één klanklichaam en het ietwat overladen werk met behoud van nuances en contra-ritmes in goede banen weet te leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.