Rijks toont 19de-eeuwse fotowerken als schitterende kunstwerken

Nu is het een kwijlobject, zo mooi, maar ooit was het gewoon een naslagwerk.

Nu is het een kwijlobject, zo mooi, maar ooit was het gewoon een naslagwerk. In het Rijksmuseum is te zien hoe Photographs of British Algae en andere 19de-eeuwse fotowerken langzaam evolueerden.

Antonio Cavella, Portret van een Noord-Afrikaanse man, ca. 1880. Beeld Rijksmuseum

Hoe zou dat destijds gegaan zijn bij de firma Midland Tyre uit Birmingham, in de wijde omtrek bekend om hun niet stuk te krijgen autobanden? Hebben ze lang vergaderd over hun volgende reclamecampagne? Er moesten immers nog veel meer van die 'non collapsible tyres' aan de man gebracht worden, ze hadden misschien wel een bandendynastie voor ogen, wereldbandendominantie - hoe gingen ze dat bereiken? En wie kwam op het lumineuze idee om John Hall-Edwards te vragen, de Engelse arts die in 1896 de eerste was die een röntgenopname van een ruggengraat maakte? Een ruggengraat, hmm, moeten ze daar in Birmingham gedacht hebben, zou dat ook met een autoband... en ja hoor. Een jaartje later verscheen een mooie, babyblauwe advertentie van Midland Tyre met in het midden een gesigneerde foto van John Hall-Edwards: een röntgenopname van een stuk band waarin allerlei scherpe voorwerpen zijn gestoken (een nietje, spijkers, naalden en een ding dat lijkt op de drietand van Poseidon). En nóg ging dat ding niet lek. Deze foto moest wel het bewijs zijn voor de kwaliteit van Midland-banden.

Vermakelijk, deze reclamefolder aan de muur van het Rijksmuseum in Amsterdam. Humor uit 1897 doet het blijkbaar nog steeds. Tegelijkertijd is de advertentie het perfecte voorbeeld van het verhaal dat de tentoonstelling New Realities. Photography in the 19th century wil vertellen. En dat is: tonen hoe veelzijdig de toepassingen van de fotografie waren in de eerste zestig jaar na haar ontstaan in 1839. Meer dan een puur esthetisch medium dat de schilderkunst naar de kroon stak, was fotografie een medium dat nieuwe vergezichten en onbekende werelden kon tonen. Foto's werden eerst en vooral gezien als gebruiksvoorwerpen, in te zetten voor reclamedoeleinden, wetenschap, stadsvernieuwing, criminologie, educatie, toerisme, troost en vermaak.

In zes zalen en met ongeveer driehonderd foto's uit de eigen, rijke collectie van het Rijksmuseum (zie kader) wordt dit verhaal verteld. Niet voor niets trapt de tentoonstelling af met het onlangs verworven handboek van Britse zeewieren (307 nagenoeg puntgave en gebonden blauwdrukken) van de beroemde Britse botanist-fotograaf Anna Atkins. Het Rijksmuseum schafte het album, één van de nog twaalf in goede staat bewaarde exemplaren, onlangs aan en viert die bijzondere aankoop in de eerste zaal. Hoe betoverend mooi die blauwdrukken ook zijn en hoeveel inspiratie kunstenaars van toen en nu er ook uit konden en kunnen putten, Photographs of British Algae (1843-1853) was in de eerste plaats bedoeld als wetenschappelijk naslagwerk, niet als kwijlobject. Van veel van de foto's die hier hangen doet het er helemaal niet toe wie ze hebben gemaakt; vaak is dat niet eens bekend. Het waren anonieme fotografen (of weten-schappers, zoals John Hall-Edwards), die niet fotografeerden om iets moois te maken, maar om iets in beeld te brengen, meestal in opdracht: of het nu een afgrijselijke huidaandoening was voor in een medisch handboek of een geliefde persoon, die in een met rood fluweel afgewerkt lijstje overal mee naartoe kon worden genomen.

John Hall-Edwards, Reclamefoto voor banden van Midland Tyre, 1897. Schenking van de heer S.F. Joseph, Brussel. Beeld Foto: Staerske Rebers, Rijksmuseum
Anna Atkins, Algen, 1843-1853. Behoort tot Photographs of British Algae: Cyanotype Impressions.

Het is lang niet altijd makkelijk om er zo nuchter naar te kijken. Neem die drie heliogravures van het oppervlak van de maan, gemaakt in 1899. Potverdrie, wat mooi, zoals ze daar hangen in hun eenvoudige houten lijsten. Ze zijn afkomstig uit de Atlas photographique de la lune, door Maurice Loewy en Pierre Henri Puiseux, twee Franse astronomen die tien jaar werkten aan hun boek met 71 grote platen van de maan, gepubliceerd door de Parijse sterrenwacht. Was je die foto's aan het einde van de 19de eeuw tegengekomen, dan was dat in die atlas geweest, in het kader van serieus wetenschappelijk onderzoek. Dan had je ze waarschijnlijk ook wel mooi gevonden, maar veel eerder nog fascinerend en spannend, omdat dit soort gedetailleerde foto's van het maanoppervlak destijds hartstikke nieuw waren, net als röntgenopnamen en beelden van bacteriën, gemaakt met behulp van een microscoop.

In deze tijd vind je ze dus netjes ingelijst in een museum. Hangen ze op internationale fotobeurzen zoals Paris Photo, bevinden ze zich in beroemde museumcollecties en worden ze afzonderlijk voor duizenden euro's geveild bij Christie's.

De fotografie kent nog altijd duizend-en-een verschillende toepassingen, net als in het begin. Ze is uitgegroeid tot democratisch massamedium, een positie die ze vanaf haar ontstaan onophoudelijk heeft nagejaagd en ze dient nog altijd ter lering en vermaak. Ze is ook onlosmakelijk verbonden met de kunstmarkt en de bijbehorende beeldtaal.

De toegepaste foto's uit de 19de eeuw zijn zelf kunstwerken geworden en fungeren als belangrijke inspiratiebron voor hedendaagse kunstenaars en fotografen. De drie maanfoto's doen denken aan de zwart-witnatuuropnamen van de Deense fotograaf Adam Jeppesen, wiens werk vanaf vandaag te zien is bij Foam in Amsterdam, of dat van de Belg Geert Goiris, die geheimzinnige natuurfenomenen vastlegt.

Of kijk naar de eveneens ingelijste gelatinezilverprint van Étienne-Jules Marey, oorspronkelijk afkomstig uit een album. De foto toont in vijf opnamen na elkaar een soort fotostrip of stilgezette film, de verschillende stadia in de vlucht van een reiger (zoals Mareys beroemde tijdgenoot Eadweard Muybridge deed met de galop van een paard). Hij toont hoe de vleugels van het dier zich bewogen. De langgerekte foto was te breed voor het album, de rechterkant heeft altijd omgevouwen gezeten. In uitgelegde toestand (de vouw is zichtbaar als haarscherpe witte lijn tussen de vierde en de vijfde reiger) komt het beeld voorbij de vergeelde albumpagina. De laatste reiger ontstijgt zo het papier en dat maakt de opname onmiskenbaar esthetisch. De natuurkundige opname van weleer is een artistiek object geworden, dat gisteren gemaakt had kunnen zijn.

Het leuke is dat New Realities zowel die 21ste- als de 19de-eeuwse blik viert. Natuurlijk is er veel zorg besteed aan het zo mooi mogelijk presenteren van de eigen collectie en speelt de artistieke kwaliteit een rol. De foto's krijgen alle ruimte en de blauwdrukken van Anna Atkins (niet de originele natuurlijk) zijn zelfs op posterformaat afgedrukt.

Mario Testino

Ter gelegenheid van New Realities verschijnt bij de nieuwste editie van modetijdschrift Vogue een speciale kunstbijlage (vanaf 22 juni verkrijgbaar). Mario Testino, fotograaf van topmodellen en beroemdheden, koos zijn favoriete foto's uit de tentoonstelling en vertelt waar hij zijn inspiratie vandaan haalt. Tijdens een lezing op 25 juni doen acteur en fotoverzamelaar Ramsey Nasr, fotograaf Koos Breukel en conservator Hans Rooseboom hun liefde voor 19de-eeuwse fotografie uit de doeken.

George Hendrik Breitner, Marie Jordan naakt op de rug gezien, 1890.

Grote namen uit de fotografiegeschiedenis zijn hier ook te vinden; er hangen bijvoorbeeld prachtige kiekjes van George Hendrik Breitner, die zijn minnares en model Marie Jordan in bed en in bad fotografeerde, en duistere portretten van Tachtigers als Herman Gorter en Hein Boeken door Willem Witsen.

Er is ook aandacht voor de oorspronkelijke verschijningsvorm van de foto's: boeken en albums. Verspreid door de tentoonstelling staan vitrines, waarin een deel van die albums en boeken opengeslagen ligt. Bovendien werden de oude sporen in de afzonderlijke foto's niet uitgewist of verstopt achter strakke passe-partouts. In een blauwdruk uit 1869 van een bouwwerkplaats in Marseille zijn nog duidelijk de gaatjes te zien waardoorheen de touwtjes zaten die deze foto en andere documenten bij elkaar moesten houden, zodat de bundel dienst kon doen als praktisch werkboek voor de aannemer of de architect op locatie.

Wat New Realities ook mooi inzichtelijk maakt, is de belachelijke vlucht die de fotografie meteen vanaf haar ontstaan nam. Zou je die vlucht moeten verbeelden, dan krijg je zoiets als de fotostrip van Étienne-Jules Marey, maar dan met een brullende Concorde in plaats van een statig flappende reiger. Hoewel fotograferen vooral in het begin een dure aangelegenheid was en lang een hobby bleef van de gegoede burgerij, is de snelheid waarmee ze zich het leven van alledag binnen wurmde bewonderenswaardig. Denk alleen al aan die advertentie voor Midland-banden.

In de laatste tentoonstellingszaal is te zien hoe men rond 1900 vrijelijk poseerde voor de camera en grappen uithaalde. In een van de vitrines ligt een privéalbum uit Parijs met geestige en knap gemaakte fotomontages: een jongetje dat gevangen zit in een glazen apothekersfles, een man die aan een gedekte tafel zit en zijn eigen hoofd opgediend heeft gekregen en een andere man die zijn eigen hoofd in een kruiwagen voortduwt.

Van deze foto's naar de huidige hahaha-wat-lollige-knip-en-plak-beeldcultuur, ruim honderd jaar later - die stap is helemaal niet zo groot. Dit mag dan het einde van de tentoonstelling zijn, het is duidelijk ook het begin van een nieuw tijdperk.

New Realities. Photography in the 19th century, t/m 17/9 in het Rijksmuseum, Amsterdam. Publicatie euro 39,95.

Piepkleine houtsnijkunst

Tegelijkertijd is in het Rijksmuse de tentoonstelling Small Wonders te zien. Volkskrantredacteur Stefan Kuiper ging er kijken: 'Je vraagt je voortdurend af hoe men het in godsnaam heeft kunnen maken.' Lees hier het hele artikel.

20 jaar verzamelen, 130 duizend foto's

New Realities is de tweede fotocollectietentoonstelling van het vernieuwde Rijksmuseum. De eerste, Modern Times (2014), toonde de grote fotografische ontwikkelingen in de 20ste eeuw. Het Rijks begon ruim twintig jaar geleden fotografie te verzamelen als een onafhankelijk medium. Door aankopen en schenkingen van particulieren en sponsoren is de 'collectie 19de eeuw' onder leiding van conservatoren van het eerste uur Mattie Boom en Hans Rooseboom uitgegroeid tot 130 duizend foto's. Bovendien beschikt het museum over een grote verzameling boeken en albums (18 duizend exemplaren), waarvan het hart wordt gevormd door de Steven F. Joseph Collectie, een unieke aankoop in 2001 van 1837 fotoboeken met 40 duizend originele foto's van onder anderen fotografiepioniers als Roger Fenton en Nadar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.