Rijk geïllustreerde lange neus

Reportage..

Nijmegen Aan de nijd tussen Katherina van Kleef, hertogin van Gelre (1417­1476), en haar overdreven vrome echtgenoot heeft de wereld een van de rijkst geïllustreerde getijdenboeken van de 15de eeuw te danken. Dat denken Rob Dückers en Ruud Priem, de samenstellers van een tentoonstelling in museum het Valkhof in Nijmegen.

Een geval van ‘bibliofiele jaloezie’, noemt Dückers het. Hertog Arnold van Gelre liet een missaal en een brevier (gebedenboeken voor het opdragen van de mis en voor de individuele geestelijken) schrijven en illustreren door de beroemde meesters van Zweder van Culemborg. Katherina wilde hem overtreffen.

Ze wilde een eigen getijdenboek (teksten voor de bidmomenten van de dag, oorspronkelijk voor monniken, maar ook voor leken). Ze engageerde een jong talent dat was ingehuurd voor enkele miniaturen in Arnolds missaal. Dückers: ‘Misschien was ze er wel bij toen de kunstenaar zijn schetsen kwam laten zien en dacht ze: die vraag ik.’ Haar getijdenboek moest groter, dikker en rijker worden verlucht dan die boeken van haar man.

Het lukte haar, menen Dückers en Priem, die spreken van het ‘absolute topstuk van de 15de-eeuwse boekverluchting’. Met 168 miniaturen (waarvan er nog elf zoek zijn) is het volgens Priem veel rijker geïllustreerd dan normaal.

De tentoonstelling is een buitenkans. Het boek uit circa 1443 is door de eigenaar, The Morgan Library and Museum in New York, uit de band gehaald voor onderzoek. Daardoor kunnen de losse bladzijden nu naast elkaar worden getoond.

Het is turen geblazen bij de speelse schilderijtjes. Een vergrootglas is aan te bevelen voor de details, waarmee de meester van Katherina van Kleef bekend is geworden. Aapjes en honden in de randversiering, prachtige vlinders, mosselen, peulvruchten, houten vogelkooitjes, een bakker bij zijn oven, twee kippen aan het spit. In een miniatuur wordt de muil van de hel omringd door angstaanjagende figuurtjes met drietanden.

De kleine Jezus staat in een looprekje van hout met vier wieltjes, terwijl mama Maria zit te weven. In een ander huiselijk tafereel lepelt vader Jozef een kommetje pap leeg, gezeten op een tot stoel omgeknutselde ton. Het is kenmerkend voor dit getijdenboek. Katherina heeft haar meester veel artistieke vrijheid gelaten.

Met zo’n schat moet je een grote tentoonstelling maken, vonden de curatoren. Dus zijn er zalen met nagemaakte kostuums uit die tijd – inclusief de rode mantel met hermelijnen voering van Katherina. Er is een zaal met archeologische voorwerpen, die in de miniaturen voorkomen. Priem: ‘We willen laten zien dat dit de echte wereld was, niet de fantasie van de kunstenaar. Zo zie je zijn technisch kunnen.’

Over de meester zelf is bijna niets meer bekend dan dat hij waarschijnlijk in Utrecht werkte. Over Katherina van Kleef des te meer. Daarom heet de tentoonstelling De wereld van Katherina. Er is een bijexpositie ingericht op basis van keukenrekeningen uit haar hofhouding die in het Gelderse archief liggen.

Toch wekt de meester zelf de meeste nieuwsgierigheid. Dückers en Priem proberen hem te naderen in een zaal met al het andere werk dat aan hem wordt toegeschreven, op een te fragiel boek na. Het zijn bescheidener getijdenboeken, een paar illustraties in een bijbel. Maar geen van die dertien werken ‘heeft de uitbundigheid van het getijdenboek van Katherina’, zegt Dückers, ‘zoveel fantasie en inventiviteit’.

De meester ‘heeft al vrij vroeg in zijn carrière zijn hoofdwerk gemaakt’. Hij moest veel nieuws verzinnen omdat hij van Katherina veel meer afbeeldingen moest maken dan gangbaar was.

In die tijd maakten de miniaturisten veelvuldig gebruik van voorbeelden en modellen, waarvan er een paar te zien zijn. Waarschijnlijk had de meester een heel kabinet met voorwerpen en tekeningen naar schilderijen van onder anderen Jan van Eyck. Maar in het getijdenboek van Katherina veroorlooft hij zich nieuwigheden, het alledaagse doet zijn intrede. Daarom zien Dückers en Priem in hem een vroege voorloper van de Hollandse School uit de 17de eeuw.

Het verschil in stijl met de Gebroeders Van Limburg, aan wier miniaturen het museum eerder een tentoonstelling wijdde, is volgens Priem frappant: bij de gebroeders lijken boeren eerder een partijtje golf te slaan, terwijl ze bij de meester van Katherina gescheurde kleren dragen en modder aan hun schoenen hebben.

Katherina zelf is duidelijk aanwezig. Het zijn de wapens van haar en haar familie die in het boek zijn weergegeven, niet die van Gelre. Ze staat zelf in haar rode mantel en deelt aalmoezen uit aan de armen. Op dezelfde bladzijde bezoekt zij in de randversiering een gevangene, Jezus zelf achter de tralies.

Priem en Dückers begrijpen wel waarom ze een hekel kan hebben gehad aan haar man. Al op haar 6de was ze beloofd, op haar 13de werkelijk uitgehuwelijkt. Als tweede dochter in het Bourgondische huis was het vernederend, zo’n hertog in Gelre. Die man was ook nog eens liever monnik geworden en verbleef graag in een Kartuizer klooster. Toen Arnold op bedevaart ging naar Rome en het Heilige Land hadden Katherina en zoon Adolf het rijk alleen, tot tevredenheid van de edelen van Gelre. Toen Arnold terugkeerde, zetten ze hem vast. Met dat verhaal begint het beroemde verhaal Mariken van Nimwegen. De Bourgondiërs brachten Arnold terug aan het bewind en Katherina werd naar haar kasteel Het Tolhuys in Lobith gestuurd. Daar bleef ze met haar schat, het getijdenboek.

Maar hoe kon ze met een persoonlijk gebedenboek een lange neus maken naar haar echtgenoot? Dückers: ‘Ze liep er natuurlijk niet mee over straat. Maar als er aristocraten of boodschappers langskwamen, dan zal ze hen hebben meegenomen naar de kapel: kijk eens wat ik hier heb.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden