InterviewRifka Lodeizen

Rifka Lodeizen: ‘Je kunt heel makkelijk bij mij naar binnen kijken’

Rifka LodeizenBeeld Frank Ruiter

Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van haar rol in de thrillerserie Lieve mama, zeven dilemma’s voor actrice en scenarioschrijver Rifka Lodeizen.

Ares of Lieve mama?

Ares was een megalomaan project; de eerste Nederlandse Netflixserie. Er zat veel geld en ambitie in, en veel druk achter, en dat voelde je. Het moest goed worden en het moest er fantastisch uitzien. Het was natuurlijk spannend om daar deel van uit te maken. 

‘Maar mij gaat het altijd om de ontwikkeling van het personage, en in dat opzicht was er bij Lieve mama gewoon meer te spelen. Een gewelddadige overval loopt uit de hand en mijn personage, Helen, heeft vervolgens een moord op haar geweten. Het was een grote uitdaging om dat geloofwaardig te maken.

‘Ik zie op tv vaak iemand met een lijk slepen zonder dat-ie dat echt lijkt te beseffen. Hallo, dat is een dóód iemand! Ik heb geprobeerd me daar zo goed mogelijk in te verplaatsen. Met als gevolg dat Helen voortdurend overstuur is, haha.’

Spelen of schrijven?

‘Met een pistool tegen mijn hoofd zeg ik nu: schrijven. Terwijl ik helemaal niet de ambitie had om dat te gaan doen. Ik had een spaarpotje en wilde niet dat dat op zou gaan aan gas en licht. Mijn vriend vroeg: maar wat wil je dan? Weet ik veel, een opleiding. Een opleiding waarin? Eh, schrijven misschien? Dat was op maandag, en vrijdag was mijn eerste les op de scenario-opleiding. En ik werd helemaal verliefd.

‘Dit gepuzzel (wijst op een vel vol pijlen en post-its aan de muur), daar houd ik heel erg van. Want je kunt wel leuke scènes hebben, maar als je ze verkeerd plaatst is het niks. Ik vond het superleuk om die wetmatigheden te leren zien en herkennen. Inmiddels heb ik onder meer het scenario voor de film Kleine ijstijd en voor de korte film Remember to check out geschreven. En dit vel hier wordt een nieuwe serie, maar dat is nog geheim.

‘Joh, ik speel al bijna 25 jaar en dat is nog steeds een diepe liefde. De combinatie is bovendien ideaal: ik begrijp meer van spelen door het schrijven, en ik heb een voorsprong in het schrijven omdat ik weet wat lekker speelt. Maar bij deze verliefdheid komt een nieuwsgierigheid die het nu wel even wint.’

Rifke of Rifka?

‘Tot mijn 20ste heette ik Rifke. Ik ben vernoemd naar Rifka, het zusje van mijn vader, beeldend kunstenaar Frank Lodeizen. Mijn moeder heeft Friese wortels en ze besloten van Rifka iets als Wietske en Famke te maken. Maar ik was altijd een ontzettend lief en braaf meisje, en associeerde Rifke daarmee. Daar kreeg ik last van. Dus op zeker moment besloot ik Rifka te worden. Haha, nu klinkt dat wel groot, alsof ik ben getransformeerd van vrouw tot man. Maar ik vond Rifka altijd al mooier. Omdat het sterker is, krachtiger. En omdat het het meisje waar ik naar vernoemd was eer aandoet.

‘Rond mijn 20ste viel ik in een gat. Ik was erg bezig met het lot, en wat er allemaal voor vreselijks zou kunnen gebeuren.’Beeld Frank Ruiter

‘Het zusje van mijn vader is gedeporteerd naar Sobibor en vergast. Net als zijn ouders. Mijn vader kon vlak voor het transport wegkomen, omdat zijn moeder een scène schopte op het perron. Hij was toen elf. Ik herinner me het moment heel goed dat mijn vader ons dit vertelde, aan de eettafel. Dat was heel aangrijpend. Ik was nog klein, misschien nog maar zeven, net als Rifka. Door mijn naam heb ik me altijd op een bepaalde manier verbonden met haar gevoeld. Dat is ook wel eens zwaar geweest.

‘Recent ben ik meer in de familiegeschiedenis gedoken en heb ik nieuwe foto’s van haar gevonden. Daardoor heb ik een nog duidelijker beeld van haar gekregen en ik denk haar nu ook in een van mijn dochters te herkennen.’

Frank Lodeizen, een lieve of een lastige vader?

‘Hij was niet precies wat je zou uittekenen bij ‘de ideale vader’. Geen vader die je in zijn armen neemt en troost als je bent gevallen. Hij was een moeilijke man; er zaten veel haken en ogen en ingewikkeldheden aan. Hij dronk te veel, en was wel eens zwaar op de hand. Begrijpelijk ook wel, gezien dat grote trauma. Gelukkig heeft hij er altijd over kunnen praten. Als zoiets verzwegen wordt in een gezin of niet besproken mag worden, is dat voor kinderen denk ik nog veel schadelijker.

‘Mijn vader kon zijn gevoelens uiten in zijn kunst. En hij was heel goed in ‘houden van’. Ik ben een kind uit zijn vijfde huwelijk, dus ergens kon hij dat goed, liefhebben. (Lacht.) Hij was een romanticus, en geloofde er elke keer weer in; zelfs bij zijn vijfde huwelijk, dat toch ook weer geen standhield.

‘Maar hij hield veel van ons, van zijn kinderen. En als ik aan hem denk is dat wel wat overblijft. Hij is in 2013 overleden, en ik ben blij dat ik die liefde zo goed heb kunnen voelen.’

Therapie, zinvol of overschat?

‘Rond mijn 20ste viel ik in een gat. Ik was erg bezig met het lot, en wat er allemaal voor vreselijks zou kunnen gebeuren. Ik had dwanggedachten: ‘Als ik nu links afsla kan ik onder een auto komen.’ En ik was heel bezorgd dat er iemand uit mijn familie zou overlijden. Dat was angstig. Ik ervoer alles heel zwaar.

‘Toen heb ik een tijd tweedegeneratieoorlogstraumatherapie gehad, bij een gespecialiseerde psychiater. Zij had wel de neiging om alles waar ik tegenaan liep te verklaren uit het trauma van mijn vader en dat vind ik misschien een iets te beperkte kijk op een mens. Maar ik heb er zeker zinvolle inzichten aan overgehouden.

‘Zo had ik ook lang last van een soort redderssyndroom: ik moest en zou voor iedereen zorgen. Ik kon me gerust anderhalf jaar vastbijten in de zorg voor een zieke die daar misschien helemaal niet op zat te wachten. Ik maak snel echt contact met mensen en ik heb een voelspriet voor andermans problemen. Als jij nu aan mij zou vertellen dat je moeder ziek is, is de kans groot dat je daar binnenkort nog een appje van me over krijgt.

‘Maar veel mensen willen helemaal niet gered worden. En die moet ik juist altijd hebben! (lacht) En nog belangrijker: je kunt iemand niet redden, niet echt. Ik zie nu wel in dat dit mijn manier was om liefde te krijgen; want je maakt er veel vrienden mee, haha.

‘Het is interessante materie voor drama. En mijn empathisch vermogen is een nuttig instrument bij het spelen en het schrijven. Ik kan me heel snel in mensen inleven. Dus zonder zou ik zeker niet willen. Maar het mag soms wel een beetje minder. Gelukkig heb ik het tegenwoordig iets beter door van mezelf.’

‘Ik ben zelf ook niet meer geïnteresseerd in wittemannendrama. Daar zap ik gewoon bij weg.’Beeld Frank Ruiter

48 of 28?

‘Ik ben nu veel gelukkiger dan toen ik 28 was. Op die leeftijd moet je carrière nog helemaal van de grond komen, je moest je droomman nog vinden, ging je kinderen krijgen of niet? Zou het allemaal wel lukken? Dat was allemaal nog erg ongewis. Daar zou ik niet naar terug willen.

‘Als actrice heb ik denk ik ook mijn tijd mee - er komen steeds meer goeie, interessante rollen voor vrouwen van mijn leeftijd. Ik weet nog dat ik op mijn dertigste dacht: oké, nu is het klaar met alle rollen. Daarna dacht ik: na je veertigste, dan heeft echt niemand meer werk. En nu loop ik tegen de vijftig en het gaat nog steeds goed.’

Op de foto met of zonder visagie?

‘Mét, ja, als het even kan. Mijn gezicht heeft een bepaalde transparantie; je kunt heel makkelijk bij mij naar binnen kijken. Dat maakt mij geschikt voor camera-acteren, maar bij foto’s zie je snel aan mij dat ik nerveus of ongemakkelijk ben. Visagie helpt dan, dat is toch een soort masker. Zo ben ik een beetje beschermd.

‘Daarbij: als je bijna 50 bent sta je gewoon minder mooi op foto’s. Terwijl ik mezelf wel moet verkopen; ik ben toch een beetje mijn eigen product. Blijkbaar ben ik bang dat een slechte foto mijn carrièrekansen kan schaden. Dat net die ene castingdirector of producent denkt: nou, die heeft haar beste tijd gehad. De filmindustrie voedt dat soort denken van oudsher natuurlijk heel erg. Een vrouw moet mooi zijn.

‘Ook daarom is het belangrijk dat er nu een generatie schrijfsters, regisseurs en producenten opstaat die fantastische vrouwenrollen gaan creëren voor vrouwen van 40 tot 80 jaar oud. Vooral ook voor de vrouwelijke kijkers trouwens, want die willen zichzelf herkennen in films en series. Ik ben zelf ook niet meer geïnteresseerd in wittemannendrama. Daar zap ik gewoon bij weg.’

Lieve mama is te zien op Videoland.

Rifka Lodeizen

1972 Geboren in Amsterdam

1992 Voorbereidend jaar studie geneeskunde

1994 Studie Nederlandse taal- en letterkunde (niet afgemaakt)

1996- 2000 Theaterschool De Trap

1996 Doorbraak in Hufters & hofdames van Eddy Terstall

1996 – nu Rollen in zo’n veertig films en series, waaronder Rent a Friend, Simon, Baantjer, Overspel, Hartenstraat en Publieke werken

2009 Gouden Kalf voor de film Kan door huid heen

2012 Gouden Kalf voor tv-serie Overspel

2016 Nominatie Gouden Kalf voor Tonio, diploma Script Academy

2017 Nominatie Gouden Kalf voor Verdwijnen, schrijft scenario voor Kleine ijstijd

2019 Gouden Kalf voor Judas

2020 Te zien in de series Ares en Lieve Mama

Rifka Lodeizen woont met haar vriend en twee dochters in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden