Interview Makers van The King

Ridders met lang haar? Dacht het niet, dus voor The King moesten de krullen van Timothée Chalamet eraf

The King, gebaseerd op de toneelstukken van Shakespeare, is een peperduur waagstuk. Wie dat tegenwoordig nog aandurft? Netflix natuurlijk. Vanaf vrijdag te zien.   

Timothée Chalamet in The King, met de bloempotcoupe die we kennen van schilderijen van Henry V Beeld Netflix

Het is een serieuze vraag. Hoe belangrijk is het voor een ridderfilm dat een kapsel klopt met de tijd waarin het verhaal zich afspeelt? Timothée Chalamet (23) gniffelt. Voor de opnamen van The King werden zijn kastanjebruine lokken gekortwiekt, maar nu bungelen ze rond het hoofd van de acteur, weer op lengte die wordt bezongen in dames- en herenglossy’s (How to get Timothée Chalamets epically good hair?GQ).

‘Sorry’, antwoordt Chalamet. ‘Je zegt: dit is een serieuze vraag, en ik schiet meteen in de lach. Maar het ís belangrijk. Ik vond het meteen goed toen David (regisseur David Michôd) zei: oké, je haar moet eraf. Anders zou het onecht voelen.’

Jongen tot man

Doorgaans gaan filmstudio’s de haardos van hoofdrolspelers in een ridderfilm niet drastisch te lijf: Richard Gere liet de manen weelderig wapperen als de mythische Lancelot in First Knight (1995), zo ook Heath Ledger in A Knight’s Tale (2001). Dat is anders bij het historische drama en actiespektakel The King, vanaf vrijdag te zien op Netflix. De film is losjes gebaseerd op Shakespeares Henry-tetralogie, over de Britse troonopvolging en de slag bij Azincourt (1415). Chalamet, als de toekomstige Henry V, is in de film eerst nog een losbandige en ongeknipte knul; een middeleeuws neefje van zijn eerdere adolescentenverschijningen in Call Me By Your Name (2017) en Lady Bird (2017). De prins uit The King verkiest vrouwen en drank boven een leven op de troon. Tot de plicht en de kapper dan toch roepen; Henry’s van schilderijen bekende bloempotcoupe staat symbool voor de transformatie van jongen tot man. Chalamet oogt fysiek niet heel imposant, maar zijn Henry vecht wel fanatiek mee in de slagveldscènes, voor in de linie. ‘Nou, de waarheid is dat ik 7 kilo ben aangekomen voor deze film’, zegt de frêle acteur. ‘Maar dit is niet dé vechtjasversie van Henry. Het is geen Gladiator of Troy. Dan hadden ze wel iemand anders gecast. Ik hoop wel dat het waarheidsgetrouw oogt voor het publiek. We hebben de gevechten maandenlang voorbereid met een stuntcoördinator, maar het resultaat beviel David niet. Hij vond de zwaardgevechten te strak, te lichtsabel-achtig of zo. Hij wilde dat het er rommeliger uitzag, minder uitbundig. Meer een soort overlevingsstrijd.’

Sinds Chalamet voor een Oscar werd genomineerd voor zijn rol in Call Me By Your Name wordt hij beschouwd als Hollywoods voornaamste troonpretendent; denk aan de status van de jonge DiCaprio, kort voor Titanic. ‘Timothée is een fucking fantastische filmster’, knauwt Ben Mendelsohn de ochtend na de première. De hardst werkende karakteracteur van Australië die altijd wat verfrommeld oogt, speelt in The King Chalamets vader, Henry IV. Hij praat met vijf journalisten op een door Netflix afgehuurd Venetiaans hoteleiland. ‘Misschien wel een betere filmster dan we verdienen. Dat meen ik vrij serieus. Timothée is… ja, een geschenk.’

Lily-Rose Depp

Lily-Rose Depp, de 20-jarige dochter van acteur Johnny en zangeres Vanessa Paradis, speelt de Franse koningsdochter Catherine. Ze is de vriendin van Chalamet, in het echte en permanent door paparazzi gevolgde leven.

Depp: ‘Helaas kreeg ik niet zo’n bloempotkapsel, zoals alle jongens op de set. Maar Catherine is een interessant personage: ze spreekt zich uit, in een tijd waarin vrouwen weinig mogelijkheden hadden om invloed uit te oefenen.’

De regisseur van The King, David Michôd: ‘Lily deed auditie en ze was magisch. Pas later realiseerde ik me wat haar óók uitzonderlijk maakt: dat ze zelf een soort adel is. En ze is zó beleefd, zo in balans – verondersteld dat haar leven toch vrij gek moet zijn geweest. En met Timothée: ik wilde eenvoudigweg dat joch uit Call Me By Your Name. Die mooie, bezielde en wat kwasterige jongen, en hem dan gedurende de film doen veranderen in iets gehards en tirannieks.’ De 46-jarige Australiër brak in 2010 door met zijn misdaadfamiliedrama Animal Kingdom, met onder anderen Mendelsohn en Joel Edgerton, ook te zien in The King. ‘Dat was zo’n spannend moment voor me, eindelijk had ik een carrière. Vervolgens keek ik rond in Hollywood en zag ik dat niemand meer het soort films maakte waarvan ik hield. Alle nicheafdelingen van de studio’s gingen dicht. Oké, ik maakte The Rover (uit 2014, een dystopische western met Robert Pattinson en Guy Pearce), maar dat was een redelijk goedkope film.’

Michôds plan voor The King werd eerst nog opgepikt door Warner, de oude studiokolos uit 1923. ‘Maar dat leidde nergens toe, want zij máken dit soort films niet meer. En toen ging het raam van Netflix open – daar maken ze nog wel films voor volwassenen, films met een zekere schaal, zodat je het goed kunt doen.’

Robert Pattinson als Franse prins in The King. Beeld Netflix

Bush en Obama

Ridderfilms zeggen, zoals alle periodefilms, vooral iets over de tijd waarin ze worden gemaakt. Laurence Olivers versie van Henry V diende in 1944 om het moraal op te vijzelen voorafgaand aan de geallieerde invasie. ‘Die film werd ingezet als vehikel voor Engels nationalisme’, zegt Michôd. ‘Dat wilde ik niet, dat voelde niet goed. Mogelijk is het apocrief, maar er wordt gezegd dat Churchill er zelf op aandrong dat een scène waarin Henry V opdracht geeft de Franse gevangenen te doden, wat historisch juist is, uit de film zou worden gehaald. Dat paste niet bij het idee van een eervolle Engelse overwinning.’

The King anno 2019 trekt eerder een parallel met recente bewoners van het Witte Huis, meent de Australische regisseur. ‘Zoals George W. Bush, die zich vrijelijk liet manipuleren door de kliek om zich heen. Of zelfs Obama. Het verhaal van een jonge, idealistische koning met nobele intenties, die wordt opgeslokt door een giftige regering.’

Ridderfilms hebben vaste elementen. Er is altijd de opzwepende speech, voorafgaand aan de allesbeslissende veldslag, waarbij het hoofdpersonage (meestal te paard) langs zijn manschappen gaat, die hun inspirerende leider (‘they will never take our freedom!’) altijd goed kunnen verstaan, óók achterin. En in de kluwen van strijdende partijen weten de vechters in films precies wie ze wel en niet moeten klieven, zelfs al heb je als kijker vaak geen idee hoe je de legers uit elkaar moet houden.

Michôd knikt: ‘Je wil niet in de middeleeuwse filmclichés vervallen: de pracht en praal, de drinkbekers in de taverne – maar helemaal zonder gaat ook niet. En ik zweer het: als Timmy voor een leger stond, kon je hem óók achterin verstaan. Hij heeft die speech twintig keer gedaan, zó krachtig. Elke ongetrainde acteur zou z’n stem al na twee keer kwijt zijn geweest.’

Bij de opname van de grote veldslag in The King, die werd gefilmd nabij Boedapest, was een middeleeuwenspecialist aanwezig die is opgeleid aan de universiteit van Oxford. ‘Die adviseur, doctor Hugh Doherty, bleek geobsedeerd door de vlaggen en vaandels. Die werden altijd vastgehouden door de edelmannen, die verder niks deden tijdens de strijd. Als je dát weet, weet je ook dat een veldslag zich in het echt nooit zo voltrok als in de film. Het waren meer een soort sportevenementen. Je kúnt ook helemaal niet zo lang vechten in zo’n zware uitrusting, je moet af en toe uitrusten. Het is verleidelijk hoor, om zo’n veldslag eens wél wat meer historisch te verbeelden, maar zo’n ordelijke strijd lijkt me ook onbevredigend voor kijkers. Het is voor de film nodig dat het gruwelijk en intens is.’

De opnamen hadden hoe dan ook weinig weg van een sportdag. Michôd: ‘Stel je honderden oververhitte figuranten in kostuum voor, in de modder, die stinkt naar paardenpis. Je doet dit niet voor de lol.’

Zwaarden en sandalen

De ridderfilm, voor het gemak gerekend tot het ‘zwaarden en sandalen’-genre, maakte een bloeiperiode door tijdens de Gouden jaren in Hollywood en Italië, toen het niet episch en romantisch genoeg kon, maar wist zich anders dan de western niet te vernieuwen in de late jaren zestig en zeventig; hippies gaven niks om ridders. In de jaren tachtig en negentig wonnen de Middeleeuwen weer wat terrein, mede dankzij Mel Gibsons Braveheart (1995), om begin 21ste eeuw volop te profiteren van de nieuwe digitale mogelijkheden, die bijvoorbeeld Ridley Scott in staat stelden groots uit te pakken met de stadsbelegering in het kruisvaardersepos Kingdom of Heaven (2005).

Verder lezen: 

Het weergaloze stijlgevoel van acteur Timothée Chalamet. Tijdens de promotietour voor The King verscheen hij in de ene na de andere verrukkelijke outfit.

Lees hier ook de recensie van: The King. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden