AchtergrondU bent mijn moeder

Rick Paul van Mulligen brengt het legendarische toneelstuk U bent mijn moeder weer op de planken. Hoe is het ontstaan en wat maakt het zo goed?

In de toneelmonoloog U bent mijn moeder, uit de jaren tachtig, speelde Joop Admiraal zowel zichzelf als zijn dementerende moeder. Nu treedt Rick Paul van Mulligen in zijn voetsporen. Hoe is het stuk destijds ontstaan en wat maakt het zo goed?

Joop Admiraal, uitgedost als zijn moeder (met zijn hond Kino). Beeld ANP

‘Ik heb hem weleens gevraagd: lieve Joop, waarom doe je jezelf dit allemaal aan? Toen antwoordde hij simpelweg: omdat ik heb besloten er een stuk over te maken.’ Olga Zuiderhoek, vanaf 1970 actrice bij de ‘Koöperatieve vereniging Het Werkteater Amsterdam’ en nauw bevriend met haar collega Joop Admiraal (1937-2006), verwonderde zich er weleens over waarom hij elke zondag maar weer op bezoek ging bij zijn dementerende moeder in een verpleeghuis in Delft. ‘Zo plichtsgetrouw ook, en die moeder was niet eens een echt leuke moeder, een beetje snibbig zelfs. Terwijl wij allemaal leuke uitstapjes maakten, ging Joop elke zondag met zijn hond Kino in de bus en de trein naar haar toe. Toen hij vertelde dat hij van plan was er in het theater iets mee te doen, begreep ik het ineens beter.’

Admiraals wekelijkse bezoekjes aan zijn moeder hebben hoe dan ook een van de meest legendarische toneelstukken van het naoorlogse Nederlandse theater opgeleverd: U bent mijn moeder. Veel theaterliefhebbers van boven de vijftig kennen die titel, hoewel het alweer lang geleden is dat het stuk werd gespeeld. Admiraal toerde ermee door het land tussen 1981 en 1985, daarna volgde er hier en daar nog een opvoering van anderen, maar verder bleef het stil.

Rick Paul van Mulligen als de moeder in ‘U bent mijn moeder’.Beeld Het Nationale Theater

Tot nu: dit weekend gaat bij Het Nationale Theater (HNT) een nieuwe versie van U bent mijn moeder in première, gespeeld door Rick Paul van Mulligen (hij speelde onder anderen Jago in Othello van HNT en is bekend van tv-serie A’dam-E.V.A.), in regie van Noël Fischer, artistiek leider van HNT-Jong. Verwonderlijk is dat niet: een monoloog spelen komt goed van pas in de coronacrisis, waarin men afstand moet houden en er strenge regels gelden. Het onderwerp is bovendien actueel: dementie, en, in het verlengde daarvan: euthanasie.

Waarom zijn dat stuk en die voorstelling zo goed? En hoe is het ontstaan? Op het moment dat Admiraal besloot dat zijn bezoeken aan het verpleeghuis tot een toneelstuk moesten leiden, noteerde hij onopvallend in een opschrijfboekje zinnetjes, zuchtjes, stiltes, gedoetjes. Hoe zijn moeder pudding at, hoe ze de tuin in liep, hoe ze naar de vissen in het aquarium keek. Dat leidde uiteindelijk tot een voorstelling over de even hechte als soms ongemakkelijke relatie tussen ouders en kinderen. Nu zijn daar al veel stukken over geschreven, maar wat U bent mijn moeder uniek maakte, is dat Admiraal zichzelf én zijn moeder speelde. Als acteur splitste hij zich als het ware op. 

U bent mijn moeder werd op 6 november 1981 voor het eerst gespeeld in het eigen theater van het Werkteater aan het Kattengat in Amsterdam. Een jaar later werd Admiraal erover geïnterviewd in het VPRO-radioprogramma De duvel is oud. Daarin vertelt hij expliciet dat hij een voorstelling wilde maken die behalve over ouder worden ook over euthanasie zou gaan, een in die tijd zeer beladen onderwerp, maar dat dat niet was gelukt. Hooguit tussen de regels door wordt het onderwerp aangestipt. In dat radiogesprek wordt ook duidelijk dat hij geen makkelijke moeder had. ‘Vroeger was ze vervelend, ze wilde altijd aandacht, was ontevreden en klaagde heel veel’, zegt hij over haar. Interviewer Kiki Amsberg vraagt zich af waarom hij dan toch elke zondagmiddag weer naar haar toe gaat. In zijn antwoord merkte hij op: ‘Zolang er aandacht is, wil je niet dood. Meestal. Behalve als je echt heel erg vanbinnen voelt dat je niet meer wilt. Dan helpt die aandacht ook niet meer.’

Joop Admiraal ging elke zondag naar zijn moeder omdat hij vond dat dat moest. Hij maakte er op zijn manier ook een uitje van. Vooraf draaide hij een sigaretje met zelfgekweekte marihuana – dat maakte alles net iets lichter, net iets prettiger. Hij nam bloemen en chipolatapudding mee. Zijn moeder hield van chipolatapudding. Hij leerde zichzelf aan het leuk te vinden: ‘Je moet niet de hele tijd op je horloge kijken. Als ik er ben, ben ik er helemaal. Iemand anders gaat hockeyen, maar ik hou niet van hockeyen, dus ik ga het liefst naar mijn moeder.’ Zijn hond Kino ging elke keer mee. Kino was voor hem het allerbelangrijkste in het leven. Kino was er ook bij tijdens de tournee: in de kleedkamer, op het podium, in de voorstelling, in zijn mand.

Moeder: ‘Waar ben ik hier?’

Zoon: ‘In Delft.’

‘In Delft? Hoe kom ik hier in Delft?’

‘Door Piet. Die heeft dat zo geregeld, die woont hier vlakbij.’

‘En wist je me dan te vinden hier?’

‘Ja, natuurlijk moeder, je woont hier al drie jaar. Ik kom toch iedere zondag. Wacht, ik trek dit even uit. Daarom zijn die bloemen er altijd. Als je denkt, ik krijg geen bezoek, dan kijk je maar naar die bloemen. En dan zie je dat je wel bezoek krijgt. En ’s woensdags komt mevrouw Keuter.’

‘Wie is mevrouw Keuter?’

‘Dat is die mevrouw met dat blijde gezicht, weet je wel?’

‘O ja, o die is toch zo lief. Dat is wel een knappe vrouw op haar manier.’

Dit dialoogje zit vrijwel aan het begin van U bent mijn moeder. Het keuvelen als manier om de zondagmiddagen door te brengen. Maar tussen de huis-tuin-en-keukengesprekjes door komen af en toe ook wat pijnlijke onderwerpen aan de orde. Over dat de zoon vroeger een meisje had willen zijn, over dat de moeder niet altijd goed was voor de vader, dat hij ‘fel was en te vaak wilde’, haar eenzaamheid.

De Duitse regisseur Horst Köningstein maakte in 1983 een filmversie van U bent mijn moeder, waarin Admiraal moeder en zoon speelt, precies zoals in het theater. Die film nu terugkijken is een belevenis. Zo intiem, zo intens, en bijna voyeuristisch persoonlijk. Maar, en dat was verrassend, ook met humor, een lichte toets, vooral door de af en toe onverwachte opmerkingen van de moeder en de daaropvolgende verwondering van de zoon. In U bent mijn moeder zien we goddank geen strontluiers of kwijlende oudjes – de langzame maar onafwendbare aftakeling geschiedt met gepaste waardigheid. 

Opzienbarende dubbelrol 

De dubbelrol van Admiraal is inderdaad opzienbarend – bijna onopgemerkt verandert hij van stem, oogopslag en personage, alsof je naar twee mensen kijkt in één lichaam. Tijdens het spelen verwisselt hij zijn corduroy mannenpak voor een blouse en steunkousen. Traag en lijzig soms, dan weer even met opflakkerende energie. Hij pelt zichzelf als het ware af en daaronder verschijnt de moeder. Haar kleding houdt hij aan, totdat hij aan het slot weer vertrekt. In de details zit de ontroering: hoe de moeder haar tenen niet naar beneden buigt en maar nauwelijks in haar schoenen past, hoe ze neuriet op Droomland, gezongen door Heintje. Hoop en wanhoop liggen hier in elkaars verlengde.

Moeder: ‘Hebben wij nou alles in huis dan, eten en zo?’

Zoon: ‘Nee moeder, u blijft toch hier, ik ga weer terug.’

‘Ga je weer terug?’

‘Ja moeder, dat doe ik iedere zondag zo.’

‘En vind jij dat moeilijk?’

‘U?’

‘Ja, maar het moet.’

‘Kun je je jas uitdoen? Zo, ik hang hem even op. Moeder, ik ga nu weg.’

‘Ik wil niet huilen.’

Joop Admiraal maakte U bent mijn moeder samen met ‘stimulator’ (het woord regisseur was daar destijds uit den boze) Jan Ritsema. Ritsema had in 1978 de International Theatre Bookshop opgericht en in 1987, samen met Gerardjan Rijnders, ook Toneelgroep Amsterdam.

Ritsema: ‘Ik bewonderde Joop zeer, zijn acteren was mooi fragiel, doorzichtig en waar. Hij was de verpersoonlijking van wat theater de moeite maakt. Dus ik zocht contact, in mijn jeugdige ambitie had ik wat ideeën om iets over zelfmoord te maken. Maar zo’n gewelddadig thema was niks voor Joop en bovendien had hij al een plan met me. Hij wilde met zijn Werkteater-collega’s Shireen Strooker en Maja Kok graag een voorstelling over zijn moeder maken, maar die hadden daar niet zo’n zin in. Dus dacht-ie: misschien wil Jan wel. Oei, was mijn eerste reactie, ik heb helemaal geen zin in een sociaal drama over zieke moeders! Maar als Joop iets wilde, was hij vasthoudend. We besloten om te beginnen één keer per week bij hem thuis aan de keukentafel over dit plan te gaan praten. We begonnen ’s avonds om een uur of 8, als ik van mijn werk kwam, en gingen tot diep in de nacht door. Joop kookte dan voor me, we praatten over het leven en om een uur of 10, 11 begonnen we over het stuk te praten. Zo is langzamerhand U bent mijn moeder ontstaan.’

Ritsema (75) is bij het maken van U bent mijn moeder van onschatbare waarde geweest. Ruim anderhalf jaar hebben ze zo wekelijks aan die keukentafel gezeten. ‘Daar zaten we dan, Joop met zijn jointje, ik tussen de droogbloemen en de beeldjes die overal in zijn keuken stonden. Elke keer na zo’n bezoek aan zijn moeder gaf hij zijn materiaal af. Zo is het script langzaam ontstaan. Ik vroeg hem of dat niet zwaar voor hem was, die wekelijkse gang naar zijn moeder. Maar het leven zelf was zwaar voor Joop. Hij was enorm onzeker over zijn rol in de wereld. Naar de winkel gaan om boodschappen te doen was voor hem al een overwinning. Die bezoekjes gaven hem houvast.’

Momenteel woont Ritsema al een aantal jaren in een door hem opgerichte kunstenaarskolonie in een klooster nabij Parijs. Ondanks het feit dat het slecht gaat met zijn gezondheid (‘Ik lijd aan zes ziektes, maar beleef toch de gelukkigste tijd van mijn leven’) praat hij graag over zijn samenwerking met Admiraal. ‘Uiteindelijk kwamen er ook onderwerpen in als homoseksualiteit, drugsgebruik en de rol van de kerk. En ik wilde heel graag dat het niet te zwaar zou worden, er moest wel wat te lachen zijn. Nee, ik ben zelf nooit meegegaan naar zijn moeder, dat wilde ik uitdrukkelijk niet. Ik wilde afstand houden, vooral om de sentimentaliteit buiten de deur te houden.’

Na de tournee door Nederland en het winnen van de Louis d’Or in 1982 ging Joop Admiraal met zijn voorstelling naar Duitsland. Begonnen in het kleine Kattengat in Amsterdam, stond hij ineens in de grote Duitse stadstheaters. Hans Man in ’t Veld, destijds acteur en zakelijk leider van het Werkteater, vertelt: ‘Het sloeg daar enorm aan, na afloop kreeg hij vaak een kwartier lang applaus, de mensen stonden op de stoelen. Hij speelde de voorstelling in vlekkeloos Duits en heeft meer dan driehonderd keer opgetreden. Toen een theaterdirecteur weigerde Kino toe te laten, is Joop weggelopen: hij wilde niet spelen zonder Kino. Na de nodige telefoontjes over en weer is het uiteindelijk goedgekomen. Ik geloof wel dat Joop genoot van het succes, na afloop zat hij vaak met een glimlach in de kleedkamer zijn sigaretje te roken.’

Degene die hem tijdens die tournee altijd begeleidde, was Maria van der Woude. Ze is intussen 70 en kijkt met genoegen terug op de tijd dat ze bij het Werkteater in dienst was als kleedster en manusje-van-alles. Samen met Admiraal heeft ze de kleding voor U bent mijn moeder uitgezocht. Ze scharrelde het overal vandaan: de Zeeman, het Waterlooplein, Maison de Bonneterie – beige mantelpak, onderjurk, gebreid mutsje, chique blouse met paisleymotief.

‘De eerste keer dat ik de voorstelling zag, was magisch. Op het moment waarop Joop van zoon in moeder transformeert, dacht ik: hè, zijn ze nu met zijn tweeën? Als die moeder zich aankleedde, had je het gevoel dat Joop erbij stond en naar haar keek. Ik weet nog dat ik na afloop, toen we alles in het busje hadden geladen en we nog even door een leeg theater liepen, aan Joop vroeg waar zijn moeder was. Alsof we haar waren vergeten.’

Olga Zuiderhoek is een van de weinigen die nog herinneringen heeft aan Admiraals moeder. ‘Het was een beetje een bazige vrouw, zo’n vrouw die meer uit het leven had willen halen. Dat worden later nogal kattenkoppen. Die plicht en zorg die hij voor haar toonde, hoorden bij hem, zoals hij later ook iedere zondag naar Ramses Shaffy ging toen die in het Sarphatihuis zat. Joop was niet alleen maar lief hoor, anders zou hij niet zo’n goede toneelspeler zijn geworden. Joop kon ook mateloos zijn, en nogal uitbundig – met drank, met drugs, met het uitproberen van alles. Hij heeft niet zo geleefd dat zijn lichaam dacht: goh, wat ben jij lief voor mij geweest.’

Zuiderhoek en Admiraal speelden in 2006 samen in de voorstelling Uit liefde. Toen de chauffeur van het spelersbusje hem op 25 maart 2006 thuis ging ophalen – hij zou die avond spelen in Dokkum – deed hij niet open en werd de politie gebeld. Joop lag in bad en was dood. Zijn hart had het begeven. Hij werd 68 jaar. 
Zijn moeder stierf al veel eerder: op 26 december 1987, nadat ze negen jaar in het verpleeghuis had gewoond, en zes jaar na de première van de voorstelling. De laatste jaren was ze zwaar dement en leefde ze op een gesloten afdeling. Al die tijd is Admiraal haar wekelijks blijven bezoeken.

Zoon: ‘Moeder, ik heb een stuk over u en mij gemaakt.

En alles wat u dan zegt, want ik speel u, dat heeft u in werkelijkheid ook gezegd. Dus u heeft het eigenlijk voor mij geschreven en iedereen vindt het mooi. Ik ben heel gelukkig. En dat heb ik aan u te danken. En nou is er een scène, aan het eind, dan zegt u dat u niet meer wilt leven, en dan zijn er... soms zijn er mensen die denken dan dat u doodgaat.

Maar zo gemakkelijk is dat niet.

U leeft nog.’

Met die epiloog eindigt U bent mijn moeder

U bent mijn moeder

Het Nationale Theater speelt U bent mijn moeder vanaf vrijdag 26/8 in meerdere theaters. Rick Paul van Mulligen speelt moeder en zoon, Noël Fischer regisseert.

Noël Fischer: ‘In de lockdownperiode waren veel mensen afgesloten van hun ouders, zeker als die in een verpleeghuis zaten. Voor mij gaat U bent mijn moeder ook over waar de zoon zichzelf in de moeder herkent, over wat een dementerende ouder met jou als kind doet. Rick Paul en ik hebben onszelf tijdens de repetities steeds de vraag gesteld: hoe speel je een vrouw, hoe speel je je moeder zonder dat het travestie of een dragqueen wordt? Spelen zonder te willen scoren, dat is het eigenlijk. Voor mij is deze voorstelling ook een eerbetoon aan Joop Admiraal. Nog steeds hebben veel collega’s het over hem, over die kwetsbare, fragiele acteur voor wie je destijds naar het theater ging.’

Van Mulligen: ‘Lang geleden heb ik de filmversie gezien en die vond ik ontroerend. Misschien ga ik dat stuk ooit spelen, als ik oud ben, dacht ik toen. Dat het nu al zover is, komt omdat we bij Het Nationale Theater mochten aangeven wat we in deze coronacrisis graag zouden willen spelen en ik dit stuk noemde. Nee, de film heb ik nu niet meer teruggekeken, dat leek me lastig. Maar last van dat roemruchte verleden van die voorstelling heb ik niet. Het is niet de bedoeling Joop Admiraal te gaan imiteren. Ik benader U bent mijn moeder als een toneeltekst, een rol, een personage, en wil zo veel mogelijk wegblijven van het origineel. Dit moet onze voorstelling worden en van nu zijn.’

Het Werkteater

Het Werkteater werd in 1970 opgericht, als collectief van twaalf acteurs die de dingen anders wilden doen: eigentijdse onderwerpen, nieuw publiek bereiken, spelen in tenten en op pleinen, geen premières of chic gedoe. De oprichters waren onder anderen Cas Enklaar, Shireen Strooker, Olga Zuiderhoek en Peter Faber. Bekende voorstellingen zijn Hallo medemens, Opname, Een zwoele zomeravond en Zus & zo. Devika Strooker, dochter van Shireen Strooker, is een van de beheerders van het online archief van Het Werkteater. Daarin is een schat aan informatie te vinden, waaronder de filmversie van U bent mijn moeder, die gratis te bekijken is. Ook andere registraties zijn hier te vinden.

Joop & Jaap

De nalatenschap van Joop Admiraal en zijn partner Jaap Jansen, voormalig uitgever bij Van Gennep (in 2013 overleden), wordt beheerd door de Stichting Joop & Jaap. In het bestuur daarvan zitten de acteurs Hans Kesting en Olga Zuiderhoek, Geerte Wachter en Pieter Broertjes, oud-hoofdredacteur van De Volkskrant, thans burgemeester van Hilversum, die goed bevriend was beide mannen. ‘Ze hadden een flink huis in Amsterdam. Dat is verkocht en de opbrengst is vanuit onze stichting vooral naar De Toneelschuur in Haarlem gegaan in de periode dat ze veel minder subsidie kregen. Maar de bodem komt nu wel zo’n beetje in zicht.’ De royalties van U bent mijn moeder (het stuk wordt nog steeds regelmatig in Duitsland opgevoerd) gaan voor 50 procent naar Jan Ritsema en voor 50 procent naar de Stichting Joop & Jaap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden