‘Richard III’ bezwijkt onder de pretenties van Kriegenburg

In een pikdonkere zaal luisteren naar een overdonderend geluidsdecor – zo begint de Richard III, die de Duitse regisseur Andreas Kriegenburg heeft gemaakt bij het Ro Theater in Rotterdam. Het zijn angstaanjagende minuten vol keihard oorlogsgeweld, met ratelende mitrailleurs en gegil. Alsof we rechtstreeks verbonden zijn met de hel.

Dan gaan de lichten aan en zit Richard alleen op het podium, in een leeg, onttakeld kasteel. In deze ruimte is alles symbolisch: de dode takkenbos in het bed, het dode paard met uitpuilende ingewanden in de hoek. Het toneelbeeld wordt gedomineerd door een grote zwart wolk die in de nok van het theater zweeft, en die net zo goed een kluwen hersenen kan zijn. Dit wordt dus een voorstelling waarin wij te gast zijn in het brein van Richard, de Engelse koning die pas na dood en verderf zijn honger naar de macht kan stillen.

Het imposante decor van Thomas Rupert doet denken aan een schilderij van Anselm Kiefer en ademt eenzelfde gruwelijke verlatenheid. Het is een sterk begin van een voorstelling die in de eerste tien minuten oren en ogen enorm prikkelt, maar die in de drie uur daarna al snel wegglijdt in een overdadige theatraliteit. Kriegenburg haalt zoveel overhoop aan stijlmiddelen en symbolen, dat het drama van deze eenzame, gekwelde zonderling die zich tot een wrede tiran ontpopt, totaal verloren gaat. Alles in deze voorstelling is cynisch en loopt over van commentaar. Het politieke is van iedere menselijke kant ontdaan, de psychologie die de personages stuurt rigoureus verwijderd. Wat overblijft is een voorstelling die onder zijn pretenties bezwijkt.

Richard III vertelt het verhaal van de mismaakte, gebochelde kreupelvoet Richard, die zich over een zee van lijken een weg baant naar het koningsschap. ‘Ich bin ein Mensch’, kreunt hij vlak voor de pauze, waarmee hij even in zijn ziel laat kijken. Een getroebleerde ziel van het kind dat zich uitgesloten voelde en nu aan een bloederige inhaalmanoeuvre is begonnen.

Dat ene minuutje voor de pauze is de enige keer dat Kriegenburg in zijn regie iets menselijks toelaat. Voor de rest lijkt zijn voorstelling meer een rapportage uit het gekkenhuis. Alle 23 personages laat hij spelen door zes acteurs die zich op het toneel voortdurend verkleden. Het betekent dat er nagenoeg niets van de toch al ingewikkelde intrige te begrijpen valt.

Daar is het Kriegenburg dan ook niet om te doen. Hij wil slechts een statement afleveren, dat tegen het eind dan eindelijk door Richard wordt uitgeschreeuwd: ‘Weg met alle vodden van de wereld, opgesodemieterd met al die nichten en travestieten, vrouwen en moeders, eskimo’s en Litouwers’. Zo wordt de koning dan toch nog de fascistische griezel – niet echt verrassend na een avondlang amechtig theater.

Van de acteurs zijn bovendien alleen Guus Dam en Dragan Bakema bij machte Shakespeare’s taal over het voetlicht te brengen. Katelijne Damen excelleert daarentegen als een misthoorn die op drift is geraakt en daardoor de verzen vakkundig om zeep helpt.

De rol van Richard III is een felbegeerde. Bij het Ro Theater is die eer gegund aan Rogier Philipoom, een acteur met een imposante verschijning en een daarmee contrasterende hoge stem. Een jongetje in een gevaarlijk mannenlichaam, en in die zin een ideale Richard. Maar ook hij gaat, ondanks een enorme inzet die overigens door alle spelers aan de dag wordt gelegd, tenslotte aan machteloosheid ten onder.

Richard III van William Shakespeare door Ro Theater, regie Andreas Kriegenburg. In de Rotterdamse Schouwburg 9 september, tournee vanaf 3 oktober t/m 8 november.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden