INTERVIEW

Revolutionair op de oed

Toen in 2010 het vuur van de revolutie ontbrandde in Tunesië, voelde het voor oed-held Anouar Brahem ongepast nog muziek te maken. Nu de rust lijkt te zijn wedergekeerd, is hij terug met een prachtig album.

Anouar Brahem op het International Festival of Carthage in Tunesië.Beeld ANP

Hij was al geen extraverte jongen; eerder een Tunesisch monument van wellevendheid en bescheidenheid. Dat zie je ook al aan het enigszins timide instrument waaraan Anouar Brahem zijn leven heeft opgehangen: de oed, die antieke voorloper van de gitaar. Flinke klankkast maar een klein halsje, een beetje uit verhouding, als een schraal kereltje met dunne benen onder een bierbuik. 'De mogelijkheden van de oed zijn beperkt', zegt Brahem zelf ook.

Maar toen in 2010 het vuur van de revolutie ontbrandde in Tunesië, deed Anouar Brahem, de grootste muzikant van zijn land, er helemaal het zwijgen toe. De oed ging in de oed-koffer. Brahem: 'De geschiedenis golfde door de straten van Tunis, zo voelde dat, vanaf de eerste rellen na de zelfverbranding van Mohammed Bouazizi. Ik kon daar met goed fatsoen geen muziek bij maken, al heb ik het in het begin nog wel geprobeerd. Maar het voelde als een anachronisme, bijna ongepast en banaal. De schok was te groot. Het gebeurde ook zo plotseling: niemand had onze revolutie zien aankomen. Niemand had verwacht dat het ijzersterke regime van Ben Ali aangevallen zou worden, maar het gebeurde. Vanuit de spontane woede van werkloze, wanhopige jongeren die de corruptie van de heersende maffiafamilie zat waren en wat waardigheid wilden in het leven. Zo trok ineens het geweld door de straten van Tunis. Al stond ik zelf niet met stenen te smijten, ik was er uiteraard bij betrokken. Iedereen was bezig met de revolutie, alles veranderde, elke dag waren er nieuwe ontwikkelingen.'

Anouar Brahem (Halfaouine, Tunis, 1957) zit in het overweldigend chique café Kempinski van zijn geliefde stad München, waar hij bijna vijfentwintig jaar geleden werd ontdekt door de Duitse jazzlabelbaas Manfred Eicher en waar hij dus nog geregeld op stedentrip is. Op het strak gesteven tafellinnen voor hem ligt zijn nieuwe dubbelalbum, dat verscheen op het voorname Münchener label ECM. En gisterenavond vierde hij in het Prinzregententheater de westerse première van zijn jazzsuite Souvenance: een weergaloos stuk wereldse jazzmuziek voor kamerorkest en Brahems eigen kwartet, met naast hemzelf op de oed de ongebruikelijke combinatie van elektrische bas, basklarinet en piano. Een meditatief stuk, met zo nu en dan een klein oriëntaals ornament in de strijkers. Maar een bij vlagen ook verontrustend muziekwerk, als de basgitaar dreunt naast een nerveuze piano.

Groot mysterie

De Tunesische oed-held Anouar Brahem schreef zijn muziekstuk Souvenance niet direct als muzikaal verslag van de Tunesische revolutie. Maar het rumoer in zijn land en de Arabische wereld zit wel degelijk verpakt in de muziek. De foto op de hoes spreekt boekdelen: een man die vlucht uit een wolk traangas. Brahem: 'Iemand die uit de gewelddadigheden stapt, de revolutie achter zich laat. Ik vond dat een treffend beeld. Het staat voor een nieuw begin, maar verbeeldt voor mij ook een groot mysterie. Het is nog altijd bijna onvoorstelbaar wat er is gebeurd en dat dit een foto is uit Tunis.'

Festival International de Carthage

Hoe dan ook heeft Brahem met Souvenance de stilte doorbroken, vlak voor de vijfde verjaardag van de Tunesische Jasmijnrevolutie, die de aanzet zou geven tot de inmiddels stijf bevroren Arabische lente. De oed op schoot genomen, tóch maar weer muziek gaan maken. 'De druk ging er langzaam af, in Tunesië. Er zijn eind vorig jaar verkiezingen geweest en die hebben veel vertrouwen gewekt. Er is bijvoorbeeld geen extremistisch of islamistisch regime in de plaats gekomen van het vorige, corrupte bewind. De religie heeft geen rol gespeeld in onze revolutie. De islam heeft geen slogans aangeleverd. Vlak voor de verkiezingen heb ik dit stuk voor het eerst gespeeld op een groot Tunesisch popfestival, het Festival International de Carthage, voor achtduizend man. Dat zegt genoeg: Tunesië leeft weer. Voorzichtig, dat wel. Er is veel onzekerheid, de werkloosheid is nog altijd groot, de corruptie moet nog feller worden bestreden. Maar wat belangrijk is: de angst is weg. De angst om te spreken, om kritisch te zijn. Ik ben geboren in het jaar van de Tunesische onafhankelijkheid en het gevoel van bevrijding dat mijn ouders destijds moeten hebben beleefd, heeft mijn generatie nu ook. Een historische ervaring.'

Het ligt voor de hand te denken dat Brahem Souvenance heeft gecomponeerd als een muzikaal verslag van de revolutie in zijn land. Zie alleen al de titels van de muziekstukken: het afwachtende, maar dreigende Improbable Day - een onwaarschijnlijke dag. En daarna het onheilspellende Ashen Sky - een asgrauwe lucht - en het slotstuk Nouvelle Vague, waarin de toch onzekere toekomst zit besloten in rustige, maar ook wat mismoedige strijkers.

'Maar zo componeer ik toch niet helemaal. Ik schrijf geen muziek als transcriptie van wat er is gebeurd in mijn leven, maar uiteraard hebben de emoties van de afgelopen jaren vorm gekregen in de composities. Ik merkte zelf dat er onrust in mijn nummers sloop, terwijl ik toch altijd melodische en, volgens sommigen, nogal serene muziek had geschreven. Mijn muzikale expressie veranderde, ik vroeg mezelf ook af: komt dit door het geweld dat ik heb gezien, door de zorgen die we ons allemaal hebben gemaakt om ons land en de Arabische wereld? Als ik nu luister naar bijvoorbeeld Improbable Day, hoor ook ik de verontrusting, de stilte voor de storm. Maar ik ben niet op zoek gegaan naar revolutionaire beelden voor mijn muziek - zo werkt het niet.'

Théâtre Antique de Carthage

Brahem wil de betekenis van zijn werk niet voorkauwen en uitleggen; dat deed hij dus ook niet bij die uitvoering vorig jaar in het Théâtre Antique de Carthage, voor die achtduizend Tunesiërs. 'Vooral heel jonge Tunesiërs en dat deed me onwaarschijnlijk veel plezier. Veel jonge Tunesiërs houden toch meer van de grote popzangers en -zangeressen en zien de oed nog altijd het liefst als klein begeleidend instrument verstopt in het orkest. Maar nu wilden ze toch wel eens zien wat ik te vertellen had.

Ik heb voor aanvang niets verteld over de totstandkoming of over de eventuele parallellen met de recente geschiedenis. Zo van: dan gaat u nu luisteren naar een hommage aan de Arabische lente. Vreselijk. Ik wil beslist niet pretentieus overkomen, dat is een angst van me. Maar na afloop hoorde ik dat veel mensen in het publiek toch die connectie hadden gemaakt. En zo moet het sensitieve gehoor zijn werk doen. De luisteraar moet zelf aan het werk en verbanden leggen.'

Hij durft het zelf niet te zeggen - de bescheidenheid kan hem ook weleens in de weg zitten - maar die achtduizend man publiek die Brahem naar zijn optreden in Tunis trok, kwamen bepaald niet uit de lucht vallen. Brahem is een grootheid in Tunesië. Iedere Tunesiër kent zijn hit Halfaouine, over de volkswijk waar hij opgroeide en neuriet mee met de lyrische klarinet in dat nummer, al dan niet met de handjes in de lucht. Ook ver buiten Tunesië is Brahem een held. In het Westen, waar hij een vaste gast is op de grote jazzfestivals, maar zeker ook in de Arabische wereld. Brahem wordt gezien als de redder van de oed, de man die het zieltogende instrument nieuw leven heeft gegeven. 'Ik was als kind gek op traditionele Arabische muziek, maar nog gekker op dat kleine snaarinstrument uit de oudheid. Terwijl ik op de oed speelde, vroeg ik me af waarom dit instrument zo'n kleine rol had in die Arabische orkesten: altijd maar unisono met de strijkers de melodie spelen, als aangever voor het grote vocale werk dat erna meestal losbarst. Het instrument kwijnde weg in het orkest, zo zag ik dat. Terwijl het volgens mij veel te vertellen had.'

Beeld ANP

De oed als solo-instrument

Brahem bevrijdde de oed, zette het instrument in als verhalend instrument in eigentijdse verschijningsvorm: het jazztrio, of later een kwartet. 'Ik werd eerst echt voor gek versleten in Tunesië. 'Wat? Jij gaat de oed gebruiken als solo-instrument, in de jazz? Dat kan niet.' In de eerste plaats vond men dat ik daarmee tegen de traditie inging en dat was een zonde. Zelfs als ik uitlegde dat de oed in de oudheid het instrument was van de reizigers, die er verhalen mee vertelden als ze in een nieuw land waren aangekomen. Een instrument dat culturen met elkaar verbond. Maar nee, de oed was verworden tot dat kleine snaarinstrument aan de zijkant van het orkest, achter de zanger.'

Maar Brahem zette door. Aanvankelijk schreven de kranten zijn werk stuk. Maar opzienbarend genoeg, zegt Brahem, kwam er in het thuisland gestaag een publiek op voor zijn contemporaine oed-muziek. 'Dat was een triomf. De echte muziekliefhebbers in Tunesië waren toch nieuwsgierig geworden en langzaam sloeg de hoon om in waardering. Er werd geschreven dat ik de oed weer een grote rol had gegeven in de oriëntaalse muziek: precies wat de Arabische muziek nodig had. En nu is de oed herontdekt door een generatie jonge muzikanten die nog veel verder gaan dan ik. Die het instrument echt virtuoos bespelen, met een ongelooflijke techniek.'

Die heeft Brahem nooit nagestreefd, zegt hij. 'Voor mij is de oed een contemplatief instrument. Ik speel spaarzame noten en vind het belangrijker de snaren helemaal uit te laten trillen, want de echte betekenis van de muziek zit vaak in de echo, in de overpeinzing van de naklank. De oed is een klein instrument met een klein bereik, er zit bijvoorbeeld niet de enorme potentie in van een piano. Maar dat is volgens mij juist de aantrekkingskracht van het instrument. De creativiteit wordt tot het uiterste op de proef gesteld als je beperkte middelen hebt. Als je steeds weer nieuwe noten weet te vinden in dat kleine register, duik je dieper in het instrument en weet je uiteindelijk de essentie te pakken. Daar zit ik nu volgens mij dichtbij, na al die jaren.'

Muzikaal oriëntaals cliché

Voor Souvenance schreef Brahem voor het eerst muziek voor een kamerorkest, voor een batterij strijkers. Eén misverstand wil Brahem graag uit de weg ruimen: 'Het is daarmee zeker geen eerbetoon aan de Arabische orkesten uit mijn jeugd, aan die Egyptische orkesten met die zwierige Arabische muziek ter ondersteuning van de grote zangers. Integendeel. Mijn hele carrière heb ik eigenlijk muziek gemaakt die tegen die traditionele muziek is gekeerd, die in mijn ogen een soort oriëntaals cliché is geworden. Ik heb de strijkers van het orkest een heel andere rol gegeven, ingezet voor textuur en melodische articulatie. Als aanbrenger van de nuance, in plaats van het pompeuze orkestrale gebaar.'

Toch, het moet gezegd: in het titelstuk van Souvenance zwieren héél even de Arabische snaren, in een wiegende melodie, stiekem toch als dat in weemoed gedrenkte Egyptische orkest. 'Heel even maar hoor, het moest kennelijk gebeuren. Het heeft me maanden twijfel gekost, maar ik heb het orkest daar toch de melodie laten aanzwellen, in een paar bescheiden golven meeslepende Arabische muziek. Ik hoop maar dat het niet te kitscherig wordt gevonden.'

De dubbel-cd Souvenance, muziek voor oed, kwartet en strijkorkest, is verschenen bij ECM. Anouar Brahem speelt op 10/7 met zijn kwartet op het North Sea Jazz Festival in Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden