Revolutionair die klassieke muziek ingrijpend veranderde

De Oostenrijkse dirigent Nikolaus Harnoncourt, een pionier van de historische uitvoeringspraktijk, is zaterdag op 86-jarige leeftijd overleden. Hij behoorde tot de eerste generatie musici die de speelwijze van muziek uit voorbije eeuwen op de schop namen. Samen met Nederlandse strijdmakkers als Frans Brüggen en Gustav Leonhardt veroorzaakte hij een revolutie die het klassieke-muziekleven ingrijpend heeft veranderd.

Beeld reuters

Afgelopen december beëindigde Harnoncourt zijn legendarische carrière met een handgeschreven briefje. 'Geliefd publiek, mijn lichamelijke krachten gebieden me af te zien van verdere plannen.' Het was het afscheid van een dirigent die kon overrompelen met vliegende tempo's, brutale articulaties en het grote retorische gebaar.

Hij werd in Berlijn geboren als Johann Nikolaus Graf de la Fontaine und d'Harnoncourt-Unverzagt. Hij groeide op in het Oostenrijkse Graz en studeerde cello in Wenen. In de jaren 1950 maakte hij er kennis met latere beroemdheden als de klavecinist Gustav Leonhardt en pianovirtuoos Alfred Brendel. Tussen 1952 en 1969 speelde Harnoncourt als cellist in de Wiener Symphoniker, niet te verwarren met de Wiener Philharmoniker, het beroemdere orkest dat hem in 2005 tot erelid verkoos.

In 1953 richtte Harnoncourt het barokensemble Concentus Musicus Wien op. Vier jaar later volgde het eerste optreden, nadat de leden zich hadden bekwaamd op in vergetelheid geraakte instrumenten als barokviool en viola da gamba. De eerste Concentus-lp, met van Purcell, verscheen in 1962.

Beeld afp

Bach

In 1968 begonnen Harnoncourt en Leonhardt aan een niet eerder vertoond project: de opname van alle, ruim 200 cantates van Johann Sebastian Bach. De laatste opnamedag vond plaats in 1987. In 1980 hadden ze voor deze reeks al de Erasmusprijs gekregen.

Oude-muziekfans namen aanloopproblemen voor lief, zoals piepende hobo's, struikelende natuurhoorns en vals zingende jongenssopranen. Bachliefhebber Maarten 't Hart haalde de knapenzang flink over de hekel en signaleerde koren 'die klonken alsof er een fabriek uitging'.

In de jaren zeventig herontdekte Harnoncourt het operagenie van Claudio Monteverdi. Hij redde Vivaldi van de muzak en dook via de muziek van Mozart en Beethoven de 19de eeuw in. Hij nam honderden lp's en cd's op en accepteerde al vroeg gastdirecties bij 'ouderwetse' symfonieorkesten.

Zo dirigeerde hij vanaf 1975 Bach bij het Concertgebouworkest, afwisselend de Johannes en Matthäus-Passion. Het werden hoogtepunten in de Amsterdamse passietraditie, al repten de kranten na Harnoncourts laatste keer, in 1989, van 'mat', 'sleur' en 'op de weg terug'.

Beeld epa
Beeld ap

In het Holland Festival van 1987 kwam hij verrassend voor de dag met de operette van Johann Strauss. Het Concertgebouworkest wist hem bovendien te strikken voor een cyclus met Schubertsymfonieën, plus een serie gelauwerde Mozartopera's in het Amsterdamse Muziektheater.

Zijn laatste optreden in Nederland vond plaats in oktober 2013, toen hij het Koninklijk Concertgebouworkest als een jonge hond door Bruckners Vijfde symfonie leidde. Als geen ander, schreef de Volkskrant in een vijfsterrenrecensie, weet Harnoncourt 'hoe je uit een orkest het geluid haalt van graaien in een bak met spijkers.'

Schoonheid, vond de dirigent, was 'slechts één component, van welke muziek dan ook'. Hij hield van artistieke risico's. 'De huidige mentaliteit zegt: er mag geen ongeluk gebeuren. En dat gebeurt dan ook niet. Maar een wonder gebeurt er ook niet. Het prachtige beweegt zich op de rand van de catastrofe.'

Aanvankelijk werkte Harnoncourt vanuit absolute zekerheden, gaandeweg matigde hij zijn toon. 'Mensen die pretenderen exact te weten wat goed is en wat fout, vind ik uitermate dom.' Feitenonderzoek bleef onontbeerlijk, vond hij, maar vervolgens moest er wel gemusiceerd worden. 'De echt grote wensen die moeten worden vervuld, zijn geen kwestie van correct spelen, maar van zaken die zich tússen de noten bevinden.'

Harnoncourt en het Concertgebouworkes

Voor zijn eerste optreden in Nederland reisde Nikolaus Harnoncourt in 1970 naar Groningen. Het Bachprogramma met zijn ensemble Concentus Musicus Wien trok meteen de aandacht. In 1973 haalde het Residentie Orkest hem voor een Matthäus-Passion naar Den Haag. Twee jaar later debuteerde hij met de Johannes-Passion bij het Concertgebouworkest. Het was het begin van een intense samenwerking. In Amsterdam breidde Harnoncourt zijn repertoire gaandeweg uit van Bach tot Bruckner en zelfs de 20ste-eeuwers Alban Berg en George Gershwin. In 2000 verleende het orkest hem de eretitel 'honorair gastdirigent'.

Beeld epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden