RecensieDe geur van hooi

Revolutie in de landbouw door de ogen van een – wel erg zakelijke – veeboer ★★★☆☆

Aan de hand van de dagboeken van een Friese veeboer beschrijft journalist Tialda Hoogeveen de grote omwenteling in de Nederlandse landbouw. Jammer dat ze het zo zakelijk houdt.

Boer Siebe Peenstra op zijn boerderij in Wommels.Beeld Thomas Rap

Slechts enkele hoofdstukken heeft de Friese veeboer Siebe Peenstra nog kunnen lezen van het boek dat journalist Tialda Hoogeveen van zijn leven maakte. In september 2019 stierf hij, bijna 96 jaar oud.

Bekend of markant was hij niet, de waarde van Peenstra’s levensverhaal zit hem erin dat zich tijdens zijn leven een grote omwenteling in de Nederlandse landbouw voltrok. Die leidde niet alleen tot hogere inkomsten en meer welvaart onder de boeren, maar ook tot landschappelijke en milieuproblemen waar we nu middenin zitten, zoals de stikstofcrisis.

Die geschiedenis beschrijft Hoogeveen, zelf opgegroeid in Friesland, gedetailleerd en inlevend. Onbekend is dat verhaal niet: het is de route van schaalvergroting die zich na de Tweede Wereldoorlog aan de boeren opdrong, onder aanvoering van minister Sicco Mansholt.

Aan de hand van vele dagboeken die Peenstra sinds zijn trouwdag bijhield, memoreert Hoogeveen de onvermijdelijke vooruitgang. Zoals de introductie van de eerste luchtbanden, die het zware trekwerk voor paarden verlichtten. Er kwamen tractoren van Ford, op de oude Friese boerderijen deed elektriciteit haar intrede. Boeren kregen subsidies voor hun investeringen. Grupstallen maakten zo plaats voor ligboxstallen. Melkmachines, kunstmatige inseminatie en kunstmest voerden efficiënt de productie op, onder meer nodig om te voldoen aan de vraag van de groeiende bevolking. De veestapel groeide en dus moesten boeren hun grasland intensiever gebruiken. Het waterpeil werd verlaagd, kunstmest werd nog meer uitgestrooid.

Curieus detail: al in 1861 waarschuwde de Duitse uitvinder van de kunstmest – Justus von Liebig, ‘tevens uitvinder van het bouillonblokje’ – voor zijn eigen vinding: bij overmatig gebruik zou die de bodem leegroven en de mineralenbalans van landbouwgrond ernstig verstoren. Ook toen al wonnen economische kortetermijnbelangen het van de visie op langere termijn.

De tol werd geheven op het plattelandsleven. Om te kunnen investeren in een ‘verbeterd’ productieproces fuseerden kleine zuivelfabrieken massaal. Tussen 1955 en 1975 sloten ruim zestig fabriekjes in Friesland hun deuren. Hoogeveen beschrijft hoe de mechanisatie leidde tot lagere lonen, ontslagen en ontwrichte dorpsstructuren. Intussen veranderde ook het landschap: ruilverkaveling, monotoon grasland en het verdwijnen van greppels deden weidevogels als grutto, tureluur en kievit de das om.

Met haar beschrijving van het noordelijke plattelandsleven begeeft Hoogeveen zich in de voetsporen van Geert Mak (Hoe God verdween uit Jorwerd), Frank Westerman (De graanrepubliek) en – van recenter datum – Landschapspijn van journalist Jantien de Boer. Opmerkelijk genoeg ontbreekt Geert Mak in de literatuurlijst.

Feitelijk

Wat Hoogeveen onderscheidt, is haar hoofdbron: de dagboeken van boer Peenstra. Dat moet een schat van informatie zijn voor een auteur. Daarom is het extra jammer dat Hoogeveen koos voor een grotendeels feitelijke, vrij zakelijke beschrijving van feiten, ook waar het gaat om een roofmoord door een stalknecht. Ze citeert nauwelijks uit die dagboeken, op enkele (overwegend zakelijke) passages na. Er zal toch wel één tekenend citaat te vinden zijn geweest dat enig persoonlijk reliëf, enige emotie blootlegt?

Misschien schuilt de reden van deze journalistieke handicap wel in één passage (op pagina 162), waarin Hoogeveen constateert: ‘Siebe was nostalgisch noch sentimenteel over de veranderingen. Hij nam het waar (…).’ Aan het eind van zijn leven speet het zelfs de dagboekschrijver zelf, zo meldt Hoogeveen, dat hij in zestig jaar dagboeken zo veel over werk en zo weinig over zijn gezin en de kinderen had geschreven.

Hoe lezenswaardig ook, de hoofdpersoon wil maar geen karakter worden aan wie de lezer zich hecht. Blijft een verhaal over van een landschap en een cultuur die verloren gingen, met pijn op vele fronten. Op zichzelf tragisch genoeg.

Beeld Thomas Rap

Tialda Hoogeveen: De geur van hooi – Hoe het boerenleven in Nederland veranderde. Thomas Rap; 238 pagina’s; € 19,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden