Revianen-met-de-slappe-lach

Op 8 oktober zal Gerard Reve, onze grootste schrijver van de vorige eeuw, een halfjaar dood zijn. Het lijkt veel langer....

Jarenlang verkeerde Reve in een voorgeborchte: niet meer de aanbeden, half begrepen en verguisde schrijver naar wiens nieuwe boek hoe dan ook werd uitgezien, maar nog evenmin een nationale dode, bijgezet in de eregalerij op een minstens zo grote sokkel als zijn romantische halfbroer Multaltuli. Nu wordt Reve bejubeld door vriend en vijand, ook door mensen die weinig van hem hebben gelezen. Zelfs de velen die hij uit zijn leven schopte, kunnen hem nu veilig missen. Iemand die een leven lang bouwde aan zijn hyperpersoonlijke mythe kan kant en klaar worden afgeleverd aan het sprookjesboek van de literatuur.

Er waren enkelen die hem bezochten, in dat niemandsland tussen schrijverschap en uitvaart: de journalisten Ad Fransen, Arjan Peters, Remco Meijer en Rudie Kagie. Hun stukken zijn ook opgenomen in Het volle leven – Herinneringen aan Gerard Reve, de bundel waarmee De Bezige Bij haar beroemdste en lastigste auteur eert. Aan Peters gaf Reve in 2001 een laatste les in Zelf Schrijver Worden: ‘Kijk, het leed van anderen, dat lees je het liefst. Je wilt geen boek waarin de personages het allemaal leuk hebben. Die gaat dood, en die ook, en die daar probeert zijn vader te wurgen: dat is het goede boek.’ Van Kagies verslag van bezoeken aan Machelen blijft vooral het aangrijpende beeld bij van Reve, vastgebonden op een stoel in het verpleeghuis: ‘Zijn donkerbruine vest zat verstopt achter een enorm papieren servet dat rond zijn hals zat genoopt. Af en toe gleed er een vage lach over zijn gezicht (*).’

Nee, dan lees je toch liever het – ongedateerde – interview dat Bibeb voor Vrij Nederland maakte met Reves ‘voormalige huisvrouw’ Hanny Michaelis. Wat een pestkop was die man. Na hun bruiloft zei hij tegen zijn 26-jarige bruid: ‘De overgang staat voor de deur.’ Als zij zich uitkleedde zei hij voor de grap: ‘Bah, kan je niet achter een scherm gaan staan?’ Zijn favoriete slagzin was ‘Hanny blijft liever dom’. Ze pikte het, ‘ik vond zijn humor geweldig’. Michaelis wist dat er achter Reves merkwaardige religiositeit een diepe behoefte schuilging. Als het schrijven niet wilde lukken, riep Reve de ‘Heilige Vogel’ aan. Ook heeft hij, vertelt ze, overwogen jood te worden. ‘Het is een ziel in nood.’

De overige stukken zijn herinneringen van vrienden, genoteerd op verzoek van de uitgever. De auteurs zijn grofweg te verdelen in de twee categorieën die Joost Zwagerman in zijn bijdrage onderscheidt: de ‘reviaan-met-de-slappe-lach’ die schuddebuikend passages citeert, en de ‘reviaan-met-de-vrome-frons’ die de nadruk legt op Reves ‘hoogstpersoonlijke geloofsbelijdenis’ – in deze bundel is Willem Jan Otten een vertegenwoordiger van het tweede type. In een mooi stuk toont hij hoe Reves ironie onlosmakelijk is verbonden met zijn godsbeeld.

De bundel eindigt met de indrukwekkende grafrede van Erwin Mortier. ‘Door het werk Reve geraakt worden’, zei de Vlaamse schrijver, ‘is voelen hoe ergens diep in je binnenste een sleutel wordt omgedraaid.’

Aleid Truijens

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden