Respect willen we allemaal

Als kind raakte de Amerikaanse socioloog Richard Sennett verzeild in zo'n sociaal experiment, toen hij met zijn moeder, gedwongen door omstandigheden, naar de wijk Cabrini Green verhuisde. Zijn moeder was de dochter van een briljante, maar maatschappelijk gezien mislukte vader. Ze was creatief begaafd en intelligent, maar desalniettemin zo onverstandig om met een politiek geëngageerde man, Sennetts vader, te trouwen. Deze vertrok al snel naar Spanje om te vechten tegen de fascisten. Hij kwam ontgoocheld terug en liet kort daarop zijn gezin in de steek.

De geschiedenis van het project in Cabrini vormt de rode draad in het prachtige boek Respect in een tijd van sociale ongelijkheid van Sennett. Hij vertelt, zonder opsmuk, zijn persoonlijke levensverhaal, dat model kan staan voor dat van de bewoners van enclaves zoals Cabrini. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat de geschiedenis van zijn familie in veel opzichten een gunstige uitzondering vormde. Moeder en zoon slaagden erin de controle over hun leven weer in eigen handen te krijgen, waarna ze trouwens Cabrini verlieten. Dat was de tragiek van het sociale woningbouw- annex integratieproject. De enkeling die wat van het leven wist te maken, probeerde de wijk zo snel mogelijk te ontvluchten - het waren de maatschappelijke mislukkelingen die bleven.

Respect is het vervolg op De flexibele mens, een boek dat over arbeid ging. Daarin liet Sennett zien hoe het nomadenbestaan van de moderne werknemer, zwervend van baan naar baan, een aanslag betekent op de menselijke behoefte aan stabiliteit en continuïteit. Een vervolgstudie over de bijstand leek een logische stap, maar, meent Sennett, een boek over dat onderwerp kan niet worden geschreven zonder in te gaan op de betekenis van respect.

Waarom ervaren bijstandtrekkers gebrek aan respect? De eenvoudige verklaring lijkt te liggen in het feit dat zij nu eenmaal arm, oud en/of ziek zijn. Vanuit de gedachte dat wederkerigheid de basis vormt voor iedere gelijkwaardige relatie, zijn we bereid gelijken met respect te behandelen. Mensen met een uitkering zitten sociaal gezien echter in een val. Hun aanspraak op de aandacht van anderen is altijd gerelateerd aan hun behoeften en noden, en daarmee een uitdrukking van hun zwakheid. Bijstandtrekkers kunnen alleen op respect rekenen als ze niet zwak zijn, dat wil zeggen, in het eigen onderhoud kunnen voorzien, en dat is nu net hun probleem.

Waarom, aldus Sennett, ontbreekt het de moderne samenleving aan de mogelijkheid om respect te tonen aan mensen die niet onze gelijken zijn?

In de premoderne samenleving voerde ongelijkheid de boventoon. Het individu werd echter niet persoonlijk verantwoordelijk gehouden voor die ongelijkheid. Het was een gegeven. De lagere klasse hoefde zich dan ook niet gegeneerd te voelen wanneer ze werden geholpen of financieel ondersteund. Onder invloed van het Verlichtingsdenken en met de opkomst van het kapitalisme is gelijkheid de norm geworden voor de omgang tussen mensen. Afkomst en sociale klasse zijn niet meer allesbepalend en op papier heeft iedereen gelijke kansen.

Het kapitalisme werkt in eerste instantie als de grote gelijkmaker, maar wie zijn kansen niet weet te grijpen, diskwalificeert zichzelf als persoon. De mislukkeling voldoet niet meer aan de eis van wederkerigheid en mag in zijn handen wrijven dat we hem dan tenminste nog willen helpen.

Hulpverlening en liefdadigheid kunnen gemakkelijk corrumperen. Het plaatst gevers en ontvangers in een positie die iedere vorm van gelijkwaardigheid in de weg staat. Betrokkenheid kan daarbij door mensen die geholpen worden, als beledigend worden ervaren. Het meest fnuikend voor het zelfrespect is echter dat er altijd voor je wordt gedacht. In Cabrini waren de bewoners niet betrokken geweest bij het ontwerp van de wijk en ze werden meestentijds ook als laatste geïnformeerd over wat er in de wijk speelde.

Bij conflicten en problemen in de wijk, die vaak voortkwamen uit de onvrede over de leefsituatie, werd meestentijds een leger van hulpverleners ingeschakeld, die zich er op allerlei manieren tegenaan bemoeiden. De bewoners zaten aan het eind van de keten en werden pas op de hoogte gesteld als alles was afgehandeld door professionals.

Sennett twijfelt niet aan de goede bedoelingen van hulpverleners, maar hekelt het onvermogen de bewoners als volwaardige burgers te benaderen. De bewoners zelf voelden zich vaak tot op het bot beledigd en miskend, met als gevolg dat ze nog meer de pest aan de wijk kregen.

Een omkering van deze situatie is volgens Sennett mogelijk als mensen zelf het heft weer in handen nemen; autonomie verwerven, zowel in sociaal als psychologisch opzicht. Op autonomie gebaseerd respect betekent dat je inziet dat niet iedereen hetzelfde is of begrijpt, en dat je in anderen juist accepteert wat je niet begrijpt. Nu worden anderen - bijstandtrekkers, maar ook allochtonen - vaak aangemoedigd om te worden als wij. Maar zelfs als dat lukt, vervreemden ze zich daarmee van hun achtergrond en dus ook van zichzelf.

Sennett schrijft prachtige passages over zijn kortstondige muziekcarrière, afgebroken door een blessure, de rol van respect in het samenspel van uitvoerende musici en de ontwikkeling van talent in achterstandswijken. Wie talent heeft, beschikt over een breekijzer om aan zijn sociale lot te ontsnappen, maar de keerzijde daarvan is dat de getalenteerde los komt te staan van zijn achtergrond. Sennett bepleit dan ook een terugkeer naar waar je vandaan komt, zoals hij in het boek probeert terug te gaan naar Cabrini. Respect voor de eigen afkomst, ook als je je daar met man en macht aan hebt onttrokken, is het begin van alle respect.

Respect is in alle opzichten het juiste boek op het juiste moment. Niet door gemakzuchtig te voorzien in de onverzadigbare behoefte aan opinies, maar veeleer met de potentie om richting te geven aan belangrijke maatschappelijke discussies, zoals die rond de verzorgingsstaat, de integratie van allochtonen of onze veelal kwalijke omgang met talent in het onderwijs. Inzicht in het fenomeen respect biedt niet alleen de mogelijkheid de sociale problematiek te begrijpen, maar ook aan te pakken. Het verstevigt de wederkerigheid in sociale relaties vanwege de 'inspanningsverplichting' die ervan uitgaat. Respect, zo zou je kunnen zeggen, moet je doen.

Respect heeft dan ook meer om het lijf dan het getut over fatsoen in het debat over normen en waarden. De roep om fatsoen komt niet zelden voort uit benepenheid en behoudzucht. Het hamert op wat je moet nalaten en is geschikter om kinderen mee te leren snoeppapiertjes in de daartoe bestemde afvalemmer te deponeren dan dat je er maatschappelijke verhoudingen mee kunt begrijpen, laat staan veranderen.

Een bijkomend voordeel is dat de behoefte aan respect gelijkelijk over alle lagen van de bevolking verdeeld lijkt te zijn: van profvoetballers, supporters, prinsessen en aangetrouwde familie, tot aan informateurs en potentiële coalitiepartners - respect willen ze allemaal. Ook de opkomst van Fortuyn en de LPF kan worden gezien als een teken van ongenoegen over het gebrek aan respect. Dat neemt niet weg dat de roep om respect vaak voortkomt uit verongelijktheid. Eerder een op onbegrip gestoeld 'schijt hebben aan', dan op 'accepteren wat je van anderen niet begrijpt'. Wie daar vrede mee heeft, kan het boek links laten liggen. Voor ieder ander geldt: Respect moet je lezen.

Richard Sennett: Respect in een tijd van sociale ongelijkheid.
Byblos; 288 pagina's; euro 19,90.
ISBN 90 5847 058 X.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden