Repeteren en spelen, ook als je brak bent

Het Nederlands Studentenorkest (NSO) bestaat 65 jaar

Het Nederlands Studentenorkest (NSO) bestaat 65 jaar en blijft in trek: dit jaar wordt er hard gestudeerd op Mahlers Negende symfonie. Feesten hoort erbij, net als op tijd op de repetities zijn.

Leden van het Nederlands Studentenorkest tijdens een repetitie in de Stadsgehoorzaal in Leiden. Beeld Marlena Waldthausen

In de koffieruimte hangt een groot vel papier. Het staat vol namen en tussen die namen zijn lijnen getrokken. Het 'regelschema', noemt Jeanette Halter (23), eerste violist en persvoorlichter van het Nederlands Studenten Orkest het. 'Regelen' is studentenjargon voor versieren of wat daarop volgt. Op dit vel wordt nauwkeurig bijgehouden wie het allemaal met elkaar hebben gedaan.

'Vanmiddag hebben we het schema even weggehaald', zegt Halter. 'Er kwamen ouders langs. Dat is toch een beetje confronterend.'

Welkom op De Hoof, een tot groepsaccommodatie omgebouwde boerderij in het Brabantse Someren. Meer dan honderd studenten zijn hier tien dagen lang in de weer om Gustav Mahlers Negende symfonie in te studeren. Er wordt niet alléén hard gefeest. Ook al slapen de meeste deelnemers maar zo'n vier uur per nacht, voor amateurbegrippen biedt het Nederlands Studenten Orkest (NSO) topniveau.

Hoe het werkt? Studenten kunnen auditie doen voor een plek ; ongeveer eenvijfde studeert aan een conservatorium. Worden ze toegelaten, dan nemen ze een maand vrij van hun opleiding. Na de repetitieperiode in Someren is er een tournee langs de belangrijkste concertzalen in Nederland. Vanavond treedt het orkest op in de Rotterdamse Doelen, morgen is de finale in het Concertgebouw in Amsterdam. Na dat slotconcert gaat iedereen de bus in, naar Londen - ook een buitenlandtournee hoort erbij.

Het Nederlands Studenten Orkest tijdens een repetitie in de Stadsgehoorzaal in Leiden. Beeld Marlena Waldthausen

Dezelfde flow

Al 65 jaar bestaat het projectorkest nu. Maar wat maakt het NSO zo bijzonder? Volgens slagwerker David de Goede (20, student wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam) is het de sfeer, de openheid. 'De meeste mensen ken je van tevoren niet, maar je leert iedereen in no time kennen. We hebben allemaal dezelfde muziek in onze hoofden, we zitten allemaal in dezelfde flow.'

David Schelfhout (25, hoboïst, onderzoeksmaster bestuurskunde in Utrecht): 'De feesten van het NSO zijn berucht, maar de reden dát ze zo goed zijn, is dat er zo hard wordt gewerkt. Ik zou nooit een chaletje huren met vrienden om de hele nacht samen bier te drinken, maar hier maak ik het elke avond laat.'

Laura van den Bergh (23, tweede viool, student kunstgeschiedenis in Utrecht): 'En 's ochtends zit iedereen er gewoon weer. Je wordt met de nek aangekeken als je niet op tijd komt of een repetitie mist. Ook als je brak bent, moet je goed spelen. Er is hier verder trouwens weinig anders te doen. Ja, de boerderij hiertegenover, daar lopen we weleens naartoe. Daar hebben ze alpaca's.'

Van den Bergh is het levende bewijs van de invloed die het NSO heeft op zijn deelnemers. Ze is wat ze noemen een NSO-baby: haar ouders zaten allebei in het bestuur. Jeanette Halter meent dat er ten minste dertig NSO-kinderen zijn.

Het komt ook weleens voor dat een orkestlid het aanlegt met de dirigent, maar daar is dit jaar geen sprake van: Jurjen Hempel ('al dertig jaar gelukkig getrouwd') is de grote afwezige op het regelschema. Bovendien doet zijn dochter mee (student psychologie, eerste viool). Het is de vijfde keer dat Hempel het NSO leidt.

Geen routine

Waarin verschilt het dirigeren van zo'n studentenorkest van een professioneel ensemble? Hempel: 'Er zitten hier heel begaafde spelers bij, maar je moet veel uitleggen. Er is geen routine om op terug te vallen. Je bent iets meer onderwijzer. Bij professionele musici gaat het er vooral om: hoe krijg ik de neuzen dezelfde kant op? Professionals hebben vaak al sterke opvattingen, hier krijg je mensen sneller op één lijn. Iedereen wil zó graag Mahler doen. Dat is wat ze thuis opzetten, naast Beyoncé.'

Ieder jaar nodigt het orkest een groot talent uit om te soleren. Dit jaar is dat violist Mathieu van Bellen, die zich op de noten stort van Toru Takemitsu's Far Calls. Coming, Far! (1980).

Daarmee wordt juist in het jubileumjaar met een andere traditie gebroken: dat een (meestal jonge) Nederlandse componist wordt uitgenodigd om een nieuw stuk te schrijven. Hempel, schuldbewust: 'Ik ben gewoon te laat bij componisten langsgegaan, hun balboekjes zaten al vol. Daar schaam ik me wel een beetje voor.'

Solist Mathieu van Bellen kijkt hoe dan ook uit naar de concerten. Bij welk ander orkest krijg je nu de kans om een stuk twaalf keer te spelen? Voor slagwerker David de Goede is juist de repetitieweek in Someren het hoogtepunt. 'Het gevoel van saamhorigheid hier is uniek. Als de tournee begint, verandert dat, dan slapen we iedere avond in kleine groepjes bij gastgezinnen. Al levert dat ook mooie verhalen op: de een komt in een soort paleis terecht, de ander op een woonboot. De chillste gastouders zijn zij die zeggen: hier is je kamer, daar is de douche en hier heb je de sleutel, veel plezier.'

Het Nederlands Studenten Orkest speelt vanavond in De Doelen, R'dam en 21/2 in het Concert-gebouw, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.