Renske de Greef: 'Door woord en beeld te combineren kan ik zo veel meer vertellen'

Renske de Greef schreef jarenlang columns voor NRC Next, tot ze merkte dat schrijven haar tegenstond. Nu stopt ze haar columnistisch engagement in tekeningen. Waarom werkt dat zo goed?

Renske de Greef, tekenaar en columnist voor NRC. Beeld Ivo van der Bent

Het lievelingsspeelgoed van Renske de Greef (33), vertelt haar moeder graag, was haar tafel, omdat ze daar als klein meisje op kon schrijven en tekenen. 'Als je nadenkt over iemands levensloop is het altijd zo lekker terugredeneren. Je zou nu kunnen zeggen: het was toen al evident dat ik schrijver en tekenaar zou worden. Maar als ik kattenfluisteraar of ontwerper van robotdino's was geworden, had je daar ook leuke aanwijzingen voor gevonden.'

De Greef, gekleed in een shirt met Bretonse streep en een spijkerbroek met blote voeten eronder, gedraagt zich liever niet als captain hindsight, de held die altijd gelijk heeft met de kennis van nu. Wel zie je in haar huis in Amsterdam-Oost talloze aanwijzingen die haar huidige carrière verraden. Op tafel staat een houten doosje met een roze konijn erop geschilderd, met de tekst: 'Je kijkt te veel op je telefoon, sukkel.' Daar gaan de smartphones in als er mensen komen eten.

Op de gang hangt een zelfgetekende geboortekaart met daarop de genderneutrale aankondiging van haar dochter Boris: 'Hoera een baby!' Ze serveert thee uit een kistje waar ze een zombiekonijn op schilderde. En op haar onderarm staat ook een tatoeage van een robotachtig konijn. 'Het pluizige diertje met de doodse, verdorven binnenkant', legt ze uit. 'Ik hou van zulke contrasten.'

Het is onmiskenbaar de stijl van haar stripcolumns, die sinds 2015 elke zaterdag in NRC Handelsblad staan. Simpele figuurtjes, van mensen en dieren, strakke zwarte lijntjes met veel wit en een paar felle kleuren, in een sfeer van schattigheid en grimmigheid. De strips hebben titels als: Vijf redenen waarom een bruiloft soms ook een beetje sterven is.

Het zijn geen stripverhalen maar stripcolumns, waarin eigentijdse fenomenen op luchtige en heldere wijze uiteen worden gezet, met een hoge grapdichtheid en allerlei bizarre terzijdes die Renskes gedachtesprongen voorstellen. De onderwerpen zijn uit het alledaagse leven gegrepen. Zo inspireerden geboortekaartjes haar tot een strip. Want waarom zegt men 'Hoera, een jongen' of Hoera, een meisje'? Wat doet de sekse ertoe?

Ze opperde in de strip een paar alternatieve kaartjes. 'Hoera, een mensenkind! Al was een tijgerwelpje ook wel leuk.' En bij een tekening van een baby die wordt verschoond door een vader met enorme wallen: 'Dag uitslapen, hallo baby!'

In veel strips schemeren haar idealen op een niet-prekerige manier door, zoals in die over carbon-guilt. De Greef illustreert daarin het schuldgevoel over een vliegticket naar Londen van 20 euro, met in de kleine lettertjes: 'Bijkomende kosten: het uitsterven van een exotische regenwoudplant, een door tornado's verwoest dorp in de Filipijnen, de tranen van vijf ijsbeertjes die net wees geworden zijn en luchthavenbelasting.'

De tagline van de rubriek is: 'Renske de Greef gidst u langs de valkuilen van het moderne leven.' Terugkerende onderwerpen zijn veganisme, klimaatverandering, genderongelijkheid, opvoeding, smartphoneverslaving en onder een dekentje Netflix kijken. Soms wisselt ze de poppetjes en tekstballonnetjes af met diagrammen en beslisbomen.

Vandaag komen de stripcolumns uit als boek, met de titel Waarom ik mensen niet in mootjes hak. Haar eerste boek als tekenaar. De Greef schreef eerder romans en columns en begon al op haar 16de met een seksrubriek voor de destijds populaire jongerensite Spunk, gebundeld in het boek Lust. Daarin schreef ze onverschrokken, nuchter en openhartig over seks.

Het leverde haar landelijke bekendheid en een column in de Vlaamse krant De Morgen op. Haar stijl stond bekend als licht choquerend en met de haar kenmerkende mengeling van stoerheid, grofheid, luchtigheid en schattigheid. De Greef was one of the guys, zoals ze dat toen zelf graag zei, niet zo'n meisje-meisje.

Zonder plaatjes

Of er ooit nog 'een boek zonder plaatjes' verschijnt van Renske de Greef weet ze niet zeker. 'Onlangs heb ik ook een graphic novel en een graphic memoir gelezen. En dat vind ik zo gaaf. Misschien ga ik dat wel eens proberen.' Naast haar strips schrijft De Greef een maandelijkse column voor het blad Reiz& en een tweemaandelijkse column in het magazine MacFan.

Sinds 2010 schreef ze een dagelijkse column (en sinds 2012 om de dag met Marcel van Roosmalen) in nrc.next. In 2014 stopte ze met de column en ging ze op een wereldreis met haar vriend, acteur Sieger Sloot (39), de vader van haar dochter en sinds een paar weken haar echtgenoot. Van schrijven had ze 'eventjes tabak '. Bij terugkomst zou ze een roman schrijven, waarvoor ze al een contract had getekend. Maar het liep anders.

'Ik had die typische hoop dat als je helemaal ontspannen op het strand ligt, de grote inspiratie in je neer zal dalen als een galopperende eenhoorn. Nee dus, er kwam niets. Ik heb wel een paar beginnetjes van manuscripten gemaakt. Maar het was nooit interessant genoeg om door te gaan. Ik voelde veel weerzin tegen het schrijven. Ik haalde er geen plezier uit.'

Het tekenen kwam wél vanzelf, vroeger deed ze het ook al voor de lol. 'Op de basisschool maakte ik een strip over een T-rex die vegetariër wilde worden. Op wereldreis zocht ik naar een manier om herinneringen te bewaren. Het was bedoeld als een leuk naslagwerk, voor als ik 69 ben en wil lachen om mijn eigen grapjes.'

Waarom was je klaar met de columns?

'Ik had niet meer het gevoel dat ik beter werd. Ik was de vorm van een column ook zat. En een dagelijkse column was niet echt geschikt voor mijn soort hersenen. Ik ben trager. En twijfelend, licht tobberig. Eigenlijk had ik het idee dat een groot deel van mijn hersenen constant in beslag werd genomen door de column. Je wordt ook zo'n bloedzuiger van je omgeving. Ik hou er op zich wel van, dat je gespitst bent op de bijzonderheid van het alledaagse. Maar toen ik er eenmaal mee gestopt was, dacht ik: wacht even, maar dít is fijn.'

Wilde je ook uit het publieke debat stappen?

'Ja, ik had na al die jaren zin om even geen mening te hebben. Ik was best vaak ontevreden over een column. Sommige mensen kunnen daar makkelijk overheen stappen, maar ik ging dan slapen met stress en gepieker. Als ik een keer een fout maakte, zoals die keer dat ik de verkeerde geloofsovertuiging aan Mitt Romney toedichtte, kreeg ik het enorm te horen. Een lezer die dan mailde: 'Het is duidelijk dat dit je boven de pet gaat!' Dan voelde ik toch een steek: ja, je hebt gelijk, misschien heb ik dit stukje te vluchtig geschreven. Dat is niet handig met dit beroep. Je moet daar wat luchtiger mee omgaan.'

Wat is het voordeel van een strip ten opzichte van een geschreven column?

'Met de combinatie van woord en beeld heb ik het idee dat ik zo veel meer kan vertellen, terwijl het niet breedsprakiger wordt, omdat je veel tekst door een beeld kunt vervangen. De strip biedt veel meer mogelijkheden voor bizarre associaties, fantasieën of grapjes, een beetje neurotisch alle kanten uit. Ik kan mijn gedachten beter uitdrukken in beeld. En toch voelt het op de een of andere manier minder intiem dan columns. Minder kwetsbaar.'

Worden mensen minder boos om een strip?

'Nou...' De bel gaat. 'O, dat zijn de groenten!' Ze loopt met een leeg kratje op blote voeten naar beneden. 'We hebben een groentenservice aan huis', zegt ze als ze terugkomt. 'Ik eet heel veel knollen opeens.' Ironisch: 'Héél verantwoord. Maar waar waren we? O ja. Mensen kunnen nog steeds heel boos worden om een strip. Bijvoorbeeld als ik zeg dat mensen gek zijn als het gaat om baby's en gender. In een strip laat ik een ouder zeggen: 'Hij kijkt naar de afstandsbediening, interesse voor techniek, echt een jongetje, hè!' Dat soort interpretaties van ouders zijn natuurlijk onzin.'

Waarom heb je besloten je dochter sekseneutraal op te voeden?

'Mijn vriend en ik praten veel over de traditionele rollen die de samenleving je opdringt. Die kloppen niet voor ons. Het is niet alsof ik zuchtend zijn sokken aan het opruimen ben en hij alleen maar vlees wil bakken op een barbecue. Er zijn wel biologische verschillen: vrouwen baren en mannen hebben een bijbal, maar dat vertaalt zich niet persé in bepaalde eigenschappen. Daarom vonden we dat we een meisje niet moeten opvoeden met alleen maar veronderstelde meisjesdingen. In de Intertoys hoor ik weleens ouders tegen hun zoontje zeggen: 'Nee, dat is voor meisjes.' Dat is toch idioot?'

Hoe werkt sekseneutraal opvoeden in de praktijk?

'We hebben haar een jongensnaam gegeven, Boris. Vooral omdat we het een mooie naam vonden, niet als statement. Ze is geen sociaal experiment. Het is niet alsof we een meisje als jongetje opvoeden. We zijn zelf ook nog zoekende naar de manier om onze visie in de praktijk te brengen. Veel mensen denken dat je dingen verbiedt als je genderneutraal opvoedt, maar het tegenovergestelde is waar: we moedigen spelen met poppen én met een bal aan. Ze draagt broeken en jurken, in roze en blauw, net als ik. Uiteindelijk beslist ze zelf wat ze leuk vindt. We proberen er gewoon bij stil te staan welke sluimerende boodschappen je een kind meegeeft. Wat bedoel je als je telkens tegen een jongen zegt 'Wat ben je stoer' en tegen een meisje 'Wat ben je lief'? Je moet niet zomaar meegaan in dat soort clichés.'

Is het niet ook een beetje cliché om als progressieve creatieveling in Amsterdam je dochter een jongensnaam te geven?

Lacht: 'Ik had haar voor mijn imago eigenlijk Kim Kardashian moeten noemen. Nee, ik ben zelf natuurlijk ook een cliché. Maar dat vind ik zulk microniveaugeneuzel. Niemand is vrij van clichés.'

Je beste vriend, kunstenaar Jan Hoek, zei dat je zachter bent geworden de afgelopen jaren.

'Vroeger wilde ik me misschien stoerder voordoen dan ik was. Ik begon met schrijven toen ik jong was en veel last had van jeugdige overmoed. In het begin van die Spunktijd was het grappig om hard te zijn. Ik zie nu niet meer het nut of de lol in van onaardig zijn. Soms betrap ik mezelf erop dat ik die, vaak seksistische, oordelen over hard en zacht heb geïnternaliseerd. Heel stom: ik schaam me meer voor tuttige dan voor stoere dingen. Ik vind het niet cool om te zeggen dat ik van muffins bakken hou. Maar als ik zou lassen in mijn vrije tijd zou ik dat trots vertellen.'

Net zoals je vroeger trots zei dat je one of the guys was, vertel je in een strip.

'Ja, ik was precies zo'n meisje dat zich afzet tegen andere meisjes. Op school riep ik dat ik van monstertrucks, botte grappen, pizza en bier hield, en dat was ook echt zo. Maar ik probeerde mezelf daarmee bijzonder en aantrekkelijk te maken, ten koste van andere vrouwen. Dan zet je je dus af tegen de helft van de wereld, waar je bovendien deel van uitmaakt. Ik vind dat tragisch. Omdat het duidelijk is dat we de kwaliteiten die we aan mannen toedichten hoger waarderen. Er zijn bovendien veel meer verschillende eigenschappen die als mannelijk beschouwd worden. Van vrouwen bestaat een eenzijdig beeld. Het is toch een beetje zoals bij de Smurfen: je hebt al die verschillende Smurfen met mooie beroepen. En dan Smurfin.'

Renske de Greef: Waarom ik mensen niet in mootjes hak. Nijgh & van Ditmar; 128 pagina's, euro 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden