Interview Renée Zellweger

Renée Zellweger over haar rol als Judy Garland: ‘Ik kom natuurlijk niet in de buurt van haar zang’

Beeld WireImage

In Judy kruipt Renée Zellweger (50) in de huid van de tragische diva Judy Garland. Een nieuw hoogtepunt voor de actrice, die uitblinkt in charmante heldinnen en fysieke slapstick.

De vraag waarmee Renée Zellweger vermoedelijk de rest van haar leven opgezadeld zal zijn: lijkt ze ‘in het echt’ op Bridget Jones? Antwoord: ja, toch wel een beetje. (Gelukkig.)

Neem deze scène. De setting is die van een groepsinterview in een suite in het Mandarin Oriental Hotel in Londen – zo’n hotel waar je nietsvermoedend over de drempel stapt en waar dan plotseling Bill Nighy met galant-Britse zwier de deur openhoudt. Derde verdieping, zeven journalisten om een tafel en het wachten is op miss Jones, sorry, Zellweger. 

Als ze binnenkomt – paardenstaart, ruimvallende wollen trui – aarzelt ze even bij de tafel, met in haar kleine handen een enorme kom cappuccino. Dan duikt ze de wc in, en terwijl ze de hoek om verdwijnt, roept ze ons na: ‘Ja, sorry, ik heb dus tegenwoordig een beugel, maar van koffie verkleurt die. En bruin is niet per se de kleur waar je voor gaat, qua tanden.’ 

Gerommel in de badkamer, de beugel gaat uit, de wc wordt doorgetrokken, en daar is ze weer. Zellweger kijkt de groep rond met die kenmerkende samengeknepen oogjes. Monroe-hese fluisterstem, licht Texaans accent: ‘Hi! Lovely to meet y’all.’

Renée Zellweger, 50 nu, is terug. Dat was ze al een beetje in 2016, na zes jaar bewuste afwezigheid voor de camera’s, toen ze voor de derde keer in de huid kroop van de hartverwarmende, vrolijk-onhandige Britse ‘spinster’ in Bridget Jones’ Baby. Ook dit voorjaar dook ze even op, als gevriesdroogde femme fatale in de mislukte Netflix-serie What/If. Maar nu is Zellweger Echt Terug, op serieus, Oscarwaardig niveau. In de biopic Judy van regisseur Rupert Goold speelt ze een stuiptrekkende Judy Garland in haar treurige nadagen. 

De film volgt Garland eind 1968 bij een beruchte concertreeks in Londen, een paar maanden voor haar dood, als ze door drank, pillen, slaapgebrek en zelfhaat nauwelijks nog overeind staat en het elke avond de vraag is of ze het podium zal halen. De concerten zijn afwisselend debacle en triomf. Garland is een wrak, een flakkerend stompje kaars, maar heel soms vlamt ze nog, en als dat gebeurt, beneemt ze haar publiek de adem. Dan weet iedereen meteen weer waarom ze gold als een van de beste live-performers ooit.

Renée Zellweger aks Judy Garland.

‘A Star Is Reborn’, kopten de Britse kranten al, verwijzend naar zowel Judy als Renée.

Met Method-achtige inleving en een frappante fysieke transformatie laat Zellweger als Garland eindelijk weer zien wat een enerverende actrice ze is – voor iedereen (de auteur van dit stuk inbegrepen) die dit ergens in het tussenliggende decennium was vergeten.

Maar hoe konden we het vergeten? Goed, er is vast een enkeling die zich ergert aan het tuitmondje, de kraaloogjes, haar appelwangen en meisjesachtige fluisterstem. Maar de meeste mensen werden gewoon straalverliefd bij haar geëmotioneerde ‘You had me at hello’, tegen Tom Cruise in Jerry Maguire (1996). Haar Dorothy Boyd was het verlegen, warmbloedige type dat nauwelijks opvalt tot ze per ongeluk de schijnwerpers in struikelt en blijkt dat ze kan schitteren als geen ander.

Later was ze al even beminnelijk in de zwarte komedie Nurse Betty (2000). Beminnelijk doch zwaar gestoord, want de lieftallige Betty kan de werkelijkheid niet van haar favoriete ziekenhuissoap onderscheiden. Vanuit Kansas (Ja! Wizard of Oz-verwijzing!) vertrekt ze op een avontuurlijke reis om het hart van de knappe seriedokter te veroveren. Voor die rol ontving ze een Golden Globe. Hans Beerekamp noemde haar in NRC ‘een moderne Doris Day.’

Dat ze ook kon dansen en zingen zou ze bewijzen als moordlustige wannabe starlet Roxy Hart in de filmmusical Chicago (2002, tweede Golden Globe, Oscarnominatie), maar kort daarvoor nam haar carrière een allesbepalende wending, toen ze, tot haar eigen verbijstering, werd gecast voor de hoofdrol in Bridget Jones’ Diary (2001), de verfilming van het populaire boek van Helen Fielding over die ultra-Britse, opgewekt stuntelende singleton (‘alcoholeenheden: o, duizenden’).

Bridget Jones: verrukkelijk rolmodel voor de imperfecte vrouw met een matig gevoel voor mode, een neiging tot drankmisbruik en een kilo of drie (of vijf) te veel. Zonder man, maar mét zelfspot, fijne vrienden en een benijdenswaardige veerkracht, ondanks vele teleurstellingen en flaters. Zellweger creëerde een nagenoeg perfect personage: geestig, innemend, onverschrokken en schaamteloos.

Overtuigen deed ze vooral met haar grote lichamelijke inzet. En dan bedoelen we niet (alleen) de vele kilo’s die de tengere actrice er voor de rol bij at. Nee, bekijk Bridget Jones met een wat technisch oog en dan valt vooral haar talent voor fysieke komedie op.

Renée Zellweger als Bridget Jones. Beeld Alamy Stock Photo

Om te beginnen is ze meester in geestige gezichtsexpressies. De bekendste is haar typische verbaasde ‘Bloody hell, waar ben ik nu weer in beland?’-blik. Kin ingetrokken, wenkbrauwen omhoog, de oogjes wijd opengesperd, haar mond rond en open: ‘oooow’. Op de voet gevolgd door de brede lach waarmee Bridget zich uit ongemakkelijke situaties, onfortuinlijke werkcrises en andere ‘major fuck-ups’ probeert te redden: mond wijd open, kaken stijf, twee rijen tanden ontbloot.

Voorts blinkt Zellweger uit in fysieke slapstick. Zie Bridget worstelen met haar blender die ontploft, vanuit een taxi op het trottoir kwakken of face-first de modder induiken op een festivalterrein. Zellweger is een charmante clown; niemand kan zo bekoorlijk neersmakken, omduvelen of ondersteboven kieperen als zij. Of ze nu een parachutesprong maakt, van een brandweerpaal glijdt of hoogzwanger dubbelgevouwen door de draaideur van het ziekenhuis wordt gesjord, ze doet het met grote overgave, weergaloos onelegant en zonder een spoor van ijdelheid. 

Een van haar mooiste komische momenten is het hoeren- en priesters-themafeest, als ze vlak voor haar grandioze entree als Playboy-bunny op het tuinpad nog even vrolijk met haar konijnenpluimpje zwaait. De rol van Bridget Jones leverde haar ook een vergelijking op met een klassieke Hollywood-vedette, dit keer met queen of comedy Lucille Ball. Plus: haar eerste Oscarnominatie.

Met haar vertolking van de bijdehante zwerversdochter Ruby in Cold Mountain (2003) werd een derde Oscarnominatie ook echt verzilverd: Zellweger won in de categorie beste vrouwelijke bijrol.

Nu wordt dankzij Judy opnieuw luid gefluisterd over Oscarkansen. En ook dit keer maakt ze indruk met haar fysieke benadering, geholpen door een korte zwarte pruik, donkere lenzen en een neusprothese.

MGM-baas Louis Mayer noemde Garland ‘my little hunchback’ en dus werden Zellwegers kostuums zo genaaid dat ze er alleen maar in paste met een onnatuurlijk gebogen rug;  haar Judy is graatmager en kromgetrokken; gehuld in haar grote bontjas is ze een stokoud, ondervoed vogeltje (Garland slikte haar hele leven dieetpillen en at in haar laatste maanden nauwelijks).

Ook nu valt Zellwegers beweeglijke gezicht op; de geverfde wenkbrauwen hoog opgetrokken, de blik lodderig, alsof de valse wimpers te zwaar zijn voor haar ogen, de lippenstift verdwaald in de plooien rond haar nerveuze mond. Garlands gezicht lijkt gestold in de blije grimas van de kindster, alsof ze die geëxalteerde mimiek nooit heeft kunnen afleren, al heeft de tijd haar gezicht nog zo getekend. Zellweger kreeg plooien, wallen, vlekken en rimpels opgeschilderd – saillant, gezien haar veelbesproken, onherkenbaar gladgestreken gezicht waarmee ze in 2014 werd gesignaleerd.

(Voor wie het wil weten: ze ziet er nu weer normaal uit, althans, zoals van een Hollywood-actrice van 50 te verwachten valt, dus als een vrouw van 38). Aan tafel in Londen grinnikt ze dat ze gaandeweg de vermoeiende opnamen steeds minder van die verouderende make-up nodig had.

Tientallen uren videomateriaal van Garland bestudeerde ze, ‘steeds verder afdalend in het konijnenhol van Youtube’, vertelt Zellweger. ‘Ik zette mijn iPad naast de spiegel en probeerde haar zo goed mogelijk na te doen. Judy hield bijvoorbeeld de microfoon op opvallende wijze vast, en gebruikt hem om accenten te leggen in een lied. Het snoer hanteert ze soms haast als een zweep, als een dompteur voor een groep leeuwen, en zo zal het vaak ook gevoeld hebben. Er zit een grote felheid en woede in haar gestiek.’

Zellweger zingt zelf in de film; die scènes zijn opgenomen terwijl de actrice live optrad voor een publiek. ‘Ja, ik heb geprobeerd me daar onderuit te marchanderen. Haha. Maar serieus: je kunt geen verhaal vertellen over een van de grootste performers aller tijden zonder zo’n interactie tussen haar en het publiek te ensceneren. Alleen dan kun je het voelen: wat ze kon, wat ze deed, hoe hypnotiserend ze was.’

Met smaak vertelt de actrice hoe ze er door regisseur Rupert Goold steeds iets verder werd ingeluisd. ‘Ik kom natuurlijk niet in de buurt bij Garlands stemgeluid, ook niet na een jaar zangles. Maar Rupert zei: ‘Joh, je speelt een afgematte, zeer verzwakte, uitgeputte Garland. Dat moet te doen zijn.’ Dus dacht ik: oké. En toen zei hij opeens: maar vandaag heeft ze een goeie dag. En ik dacht: Wat? Nee! Hoe bedoel je: goeie dag? Ze kán geen goeie dag hebben!’

Repeteren deed ze met Goold en een muzikant in een ruimte achter een Londense pianozaak, vertelt ze. ‘Daar stonden van die flexibele plastic stoeltjes, weet je wel? Rupert liet mij die optillen en neerkwakken of in elkaar trappen tijdens het zingen, haha. Omdat je in die nummers Judy’s worsteling, haar woede en frustratie moet voelen; zij kon haar akkoorden echt wegsmijten. Het idee was dat ik me die woede fysiek zou herinneren als ik het lied zong voor publiek.’

Ze grijnst Bridget Jones-achtig als ze vertelt dat Goold haar ook vroeg om al zingend de piano weg te duwen. ‘Ja, waarom? Geen idee eigenlijk. Misschien als symbool voor de weerstand die ze ervaart in het leven?’

Rupert Goold, als die later aan tafel aanschuift: ‘Wat? O nee, dat was gewoon omdat we de piano een stukje verschoven wilden hebben.’

Judy Garland – tragische vedette 

Film- en musicalvedette Judy Garland (1922-1969) kennen we van het lied Somewhere over the Rainbow, uit de filmklassieker The Wizard of Oz (1939) of The Man that Got Away uit A Star is Born (1954). Ze was een tragische kindster, in de houdgreep van filmstudio MGM, en een ongeëvenaard zangtalent. Garland geldt als een van de beste live performers aller tijden en wordt ook nu nog door hordes vastberaden fans vereerd. Zij roemen haar om haar kracht en kwetsbaarheid: Garland worstelde met verslavingen, trouwde vijf keer, ging failliet, en overleed op haar 47ste aan een overdosis slaappillen.   

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden