RENÉ DANIELS; Iedereen heeft zijn eigen René, vroeger, en nu nog steeds

In de jaren tachtig maakte René Daniëls snel furore met zijn kleurrijke, figuratieve schilderijen boordevol verwijzingen. Een hersenbloeding maakte in 1987 een abrupt einde aan zijn artistieke carrière....

JE moest in Eindhoven een doodlopend weggetje af, vertelt Rudi Fuchs, en aan het eind ervan lagen twee barakken, aan de rand van weiland en heide. In een van die barakken woonde en werkte René Daniëls. Eind jaren zeventig, Fuchs was toen directeur van het Van Abbemuseum, zocht hij de jonge kunstenaar er regelmatig op. Een puinhoop was het binnen, een 'baarmoeder van beeld, geluid en muziek', zoals een ander zegt. (René Daniëls draaide Transformer van Lou Reed al voordat zijn vrienden wisten dat die plaat was uitgekomen.) 'Een vreselijk lawaai', herinnert Fuchs zich vooral.

Verlegen was hij, zegt Fuchs, maar tegelijkertijd wist René Daniëls dondersgoed dat hij 'iets te pakken had'. In een tijd dat de abstractie van Jan Dibbets en Peter Struycken nog de toon zette, schilderde hij een grammofoonplaat, een camera, of een skateboard. Dun in de verf, vaak in heldere kleuren. Later volgden zwanen, mosselen, vlinderstrikjes die over het doek dansten, mysterieuze expositieruimten, bloesemtakken vol woorden. Zijn schilderijen zitten stampvol kunsthistorische verwijzingen, dubbelzinnigheden, ironisch commentaar op het kunstbedrijf en woordspelletjes in titels als Palais des Beaux-aards (ook wel geschreven als Boos-aards).

Fuchs: 'Hij greep terug op Picabia, Magritte. Dat vonden wij opwindend, interessant en vreemd. Zijn werkwijze was anders, en heeft grote invloed gehad op de jongere generatie. Onlangs sprak ik Robert Zandvliet, die zei: ''Daniëls heeft ons losgepeuterd uit de geometrie'', en dat is waar. Hij werkte veel impulsiever en associatiever dan tot dan toe gewoon was, en daarmee heeft hij voor veel kunstenaars een bevrijdende daad gesteld.'

Daniëls werd nog even ingelijfd bij de 'jonge wilden', die indertijd het figuratieve schilderen herontdekten. Maar daar hoorde hij niet echt thuis, bleek al snel. Zijn werk was gecompliceerder. 'On-Hollands', zoals de Belg Jan Debbaut zegt, toen jongste bediende en nu directeur van het Van Abbemuseum. 'Hij weeft spinnenwebben van betekenissen.'

Fuchs exposeerde Daniëls in 1977 in Düsseldorf, een jaar later bracht hij een solo-tentoonstelling van zijn werk in het Van Abbemuseum. Galerie Helen van de Meij in Amsterdam volgde. Daarna rees zijn ster snel, ook internationaal. Daniëls deed mee aan belangrijke exposities als Westkunst in Keulen (1981), de Documenta in Kassel (1982), Zeitgeist in Berlijn (1982), De Nederlandse Identiteit in het Van Gogh Museum, Century '87 in Amsterdam.

Al in 1983 constateerde Anna Tilroe in een van de weinige interviews die hij heeft gegeven dat er een 'mythevorming' rond hem op gang was gekomen. De mooie jongen Daniëls, verleidelijk en charming volgens kunstenares Marlene Dumas, - 'niet omdat je meteen met hem in bed wilde klimmen, maar omdat hij zo levendig was, zo speels, maar ook ernstig en intelligent' - werd de lieveling van het publiek.

Tot die kerstavond in 1987. René Daniëls werd getroffen door een hersenbloeding. Hij was 37 en is daarna niet meer de oude geworden. Er is nu een René van 'voor' en een René van 'na'. En die zijn niet dezelfde persoon - ook al herkennen vrienden veel karaktertrekjes. Daniëls kan alleen ja en nee hummen en knikken, schrijft steekwoorden op een bierviltje of briefje, of tekent wat hij bedoelt. (Zoals dat tekeningetje van een fiets en een punaise dat hij onlangs aan zijn vriend Pieter Alewijns gaf, en dat zei: ik kan niet mee, lekke band.)

Hij woont in een klein, nog altijd rommelig kamertje in een huis van een psychiatrische instelling in Eindhoven, bezoekt regelmatig vrienden op de fiets, wandelt, of gaat naar een opening van een expositie. Bijna gewoon.

Op zo'n opening, afgelopen zondag in galerie Peninsula in Eindhoven, zegt Pieter Alewijns: 'Zeg René staat hier naast mij, wil je hem zelf even aan de telefoon?' Even is er verwarring. Hoe zouden wij moeten communiceren? Maar Alewijns wil wel bemiddelen. Hij geeft de vragen door, en vertaalt de antwoorden.

Zo weten wij nu: ja, het gaat goed met René Daniëls; ja, hij is blij met de grote overzichtsexpositie van zijn werk die vanaf zondag in het Eindhovense Van Abbe Museum te zien is; nee, hij heeft de werken van de expositie een week voor de opening nog niet gezien; ja hij tekent zelf weer en ja best vaak, en ja, dat is belangrijk voor hem.

Die nieuwe tekeningen en aquarellen zullen overigens níet getoond worden op de expositie The Most Contemporary Picture Show, waarvoor het oude Van Abbemuseum (dat verbouwd wordt) speciaal weer opengaat. Directeur Jan Debbaut trekt een duidelijke streep bij 1987. 'We laten de ontwikkeling van zijn oeuvre zien, en ik vind dat zijn huidige tekeningen daar niets aan toevoegen.'

Belachelijk, vindt vriend en kunstenaar Pieter Alewijns. 'Ze zijn prachtig getekend, het zijn gewoon kunstwerken.' Vorig jaar toonde hij in Peninsula een aantal tekeningen van René Daniëls, waaronder één van een figuur die over de lengte in tweeën is gedeeld. Eén helft is gearceerd. 'Ik ben geen half', staat ernaast. Pieter Alewijns: 'Ik wil me niet opwerpen als de Daniëls-kenner, maar de boodschap is toch duidelijk? Hij doet nog mee. René is niet debiel.'

De geëxposeerde tekeningen veroorzaakten veel commotie. Vooral de Stichting René Daniëls, die de kunstwerken beheert die Daniëls in 1987 nog in bezit had, was tegen. Er moest niet de suggestie gewekt worden dat René zijn come-back had gemaakt.

Paul Andriesse, zijn oude galeriehouder, legt twee van die nieuwe aquarellen op tafel. De ene toont een mobiele telefoon, de ander een afstandsbediening, zwemmend in felgroen. Erboven zweven gele eieren. Andriesse: 'Je kunt ze zo vergelijken met een ander schilderij van René, Twee i's strijden om een punt. Ze zijn toch prachtig? Ik bekijk het echt als werk.'

Is kunst alleen kunst als zij bij 'vol bewustzijn' wordt gemaakt? Daniëls kan niet meer aan het debat meedoen, dat doet denken aan de controverse rondom het late werk van de aan Alzheimer lijdende De Kooning, maar allicht vermaakt hij zich er stiekem mee, net als vroeger. Niemand weet het.

Vrienden verschillen van mening over wat Daniëls nu precies wel of niet begrijpt. 'Alles', zegt Pieter Alewijns bijvoorbeeld. En volgens Marlene Dumas is hij 'soms heel duidelijk': 'Ik ben nog met hem naar een expositie in Wenen geweest, waar we beiden vertegenwoordigd waren. Toen móest en zou hij naar het geboortehuis van Wittgenstein.' Maar anderen zeggen geen idee te hebben wat er werkelijk in hem omgaat. 'Het is altijd de vraag wat hij begrijpt', zegt Marleen Gijsen, jeugdvriendin van Daniëls en sinds 1991 curator van zijn werk.

Gijsen zegt ook: 'Iedereen heeft nu zijn eigen René. Maar het gekke is: dat is eigenlijk altijd al zo geweest.'

Spreek met zijn vrienden over wie hij was, en er doemen inderdaad even zovele René Daniëlsen op. 'Mensen zien vaak hun eigen frustratie in mijn werk', zei de kunstenaar zelf in 1983, maar dat zou evengoed voor zijn persoon kunnen gelden.

'Het is niet vreemd dat er een mythe om hem heen hing', zegt beeldend kunstenaar Peer Veneman, die hem kent sinds zijn jeugd. 'Hij uitte zich niet zo, maar was wel overal aanwezig. Dan vullen mensen je in, en creëer je al snel een mythe.' Volgens Veneman werkte Daniëls overigens graag mee aan het in stand houden ervan.

'Ik weet nog dat iemand hem op de expositie Zeitgeist in 1983 vroeg ''Wie machen wir das Interview Herr Daniëls, auf deutsch oder englisch''. Waarop René zei: Das machen wir überhaupt nicht.'' Hij vond het wel interessant zich een beetje te verstoppen.'

René Daniëls was enerzijds de Brabantse 'bon vivant', zoals zijn galeriehouder Paul Andriesse zegt, de man van het moment en de goede wijn, die het helemaal eens was met Picabia: 'J'ai toujours aimé d'amuser serieusement.' Hij was de jongen die met zijn Dafje bokkensprongen maakte op de spoorbaan, zodat de hele vriendenclub uit Eindhoven bijkans door het dak ging (zegt Pieter Alewijns) en die later, als leraar op de Ateliers, op de eindexamendag een T-shirt droeg met de tekst FREE! (zegt een vroegere student, Hewald Jongenelis).

Niet dat hij nonchalant was. René Daniëls wist precies wanneer hij op welke plaats moest zijn. 'Heel intelligent en berekenend' (zegt beeldend kunstenaar Franck Van den Broeck, die hem al kent sinds de lagere school). En altijd net iets sneller dan de rest. Hij mocht na twee dagen kunstacademie in Den Bosch meteen een klas overslaan, kende Hockney voordat die beroemd was en stond bij alle belangrijke jaren tachtig-bands met zijn filmcameraatje vooraan (zegt Pieter Alewijns).

Maar hij was ook een complexe tobber, die zich als 'wereldreiziger op een zolderkamertje' al vroeg een uitweg droomde uit het eenvoudige, burgerlijke milieu waarin hij opgroeide. Alewijns: 'Ze woonden in de keuken, omdat de woonkamer netjes moest blijven, en oma was er ook nog bij.'

René Daniëls zat 'basically helemaal in zijn eigen hoofd', zegt de schrijver Dirk van Weelden. Hij werd een paar keer opgenomen in een inrichting, omdat hij, zei hij zelf, in een 'geestelijk isolement terecht was gekomen en het niet meer aankon'. Hij had vaak hoofdpijn. Een vriend: 'Hij stond, ook door het succes, constant onder druk. Veel wijn, veel aspirines. Het was gewoon te veel voor zijn kop.'

De belangstelling voor Daniëls is er intussen niet minder op geworden. Het Van Abbe raadt al aan te reserveren, en de weinige schilderijen die nog op de markt komen - De Stichting René Daniëls wil het oeuvre bij elkaar houden en verkoopt daarom niets - zijn nu soms meer dan een ton waard.

Marlene Dumas: 'Zijn vroege, figuratieve schilderijen, zoals die met een grammofoonplaat, zijn misschien erg tijdgebonden. Je zag veel soortgelijke figuratie in Nederland in die periode. Maar het latere werk, bijvoorbeeld uit de vlinderdasperiode, blijft prachtig, eigen en bijzonder. Hij kan je altijd weer verrassen. Op de expositie in Wenen zag ik zijn schilderijen voor het eerst weer tussen andere werken hangen. Het kreeg een context. Toen zag ik plots weer hoe helder zijn werk is. Het hing er zo sprankelend. Het sprong er echt uit.'

René Daniëls. The Most Contemporary Picture Show. Van Abbemuseum Eindhoven, 26 april tot en met 30 augustus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden