Reportage Muziek

Remy van Kesteren liet in Noord-Italië de grootste harp ter wereld bouwen

Ze moesten zich flink achter de oren krabben, de harpbouwers van Salvi in Noord-Italië. Vraagt de hele wereld om kleinere harpen, lichter, makkelijker hanteerbaar, klopt in 2014 een Nederlander aan die juist een groter exemplaar wil. De grootste harp ter wereld. Met twee extra snaren. Nooit vertoond. Weet u het wel zeker, vroegen ze Remy van Kesteren bij Salvi Harps. L’Olandese wist het zeker.

Remy van Kesteren met de harp, een strak blank instrument. Beeld Marta Giaccone

‘Mijn eerste gedachte: crazy!’ Giorgio Peirano, hoofd onderzoek en ontwikkeling bij Salvi, beent door een hal waar honderden harpen in slagorde staan opgesteld als reusachtige schaakstukken. Stoere elektronische harpen voor metalboys, lieve harpjes voor Chinese kleuters  draaien ze hun hand niet voor om bij Salvi. Maar een klassieke pedaalharp met 49 snaren in plaats van de gebruikelijke 47? ‘Daarvoor zouden we het instrument zoals dat al anderhalve eeuw bestaat helemaal opnieuw moeten ontwerpen, onderdeel voor onderdeel.’ De Nederlandse klant bliefde daarnaast een speciaal dempingsmechaniek voor de snaren, een systeem dat nog moest worden uitgevonden.

‘Ik zag het niet meteen gebeuren’, zegt Peirano. Ga maar na, de trekkracht op de snaren van een klassieke concertharp is normaal zo’n 1.200 kilo. Met twee snaren erbij zou die met honderd kilo toenemen. Het klankbord, zo’n anderhalve millimeter dik, zou kunnen breken door de spanning. De klankkast moest groter. Het zou gevolgen hebben voor het houten draagraam, voor het binnen- en het buitenwerk, voor alles eigenlijk.

Wat hielp was dat die Nederlander Remy van Kesteren heette. ‘Als het zou lukken zo’n harp te ontwerpen zou hij de ideale ambassadeur zijn’, zegt Peirano. ‘Een klassiek geschoold harpist die zich net zo makkelijk in andere muziekgenres stort, een pionier.’ Van Bach tot Zappa: Van Kesteren (29) blies het stof van het instrument dat nog altijd wordt geassocieerd met elfjesmuziek. Naast het repertoirewerk voor harp en symfonieorkest speelt hij pop, jazz, flamenco, folk en, steeds vaker, eigen composities. Maar wat vooral hielp om Salvi over de streep te trekken was dat hij een sponsor meebracht. Het Nationaal Muziekinstrumentenfonds (NMF) was bereid geld te steken in het project. Aldus werd het ‘crazy’ idee in Italië toch in overweging genomen.

Duizend problemen verder

Januari 2018, Peirano beent rusteloos door zijn rommelige kantoor. Met de technici van Salvi wacht hij op de harpist die langskomt voor de zoveelste test. ‘Vier jaar en duizend problemen verder’, verzucht Peirano. Nog afgezien van 200- tot 300 duizend euro onderzoekskosten en vele slapeloze nachten. Anderhalf jaar geleden werd een prototype afgekeurd: klonk nergens naar. De langste snaren, waaronder de twee nieuwe, produceerden een zwabberig geluid. De kortste klonken te schel. ‘We zijn alles opnieuw gaan bekijken en we denken dat we er nu uit zijn.’ Alleen het nieuwe dempingssysteem functioneert nog niet goed en uitgerekend daarop wil Salvi patent aanvragen. De demper wordt niet zoals gebruikelijk met pedalen bediend, maar met de rechterknie.

Remy van Kesteren bij Salvi in Noord Italië met zijn nieuwe instrument. Beeld Marta Giaccone

Waarom wil een topharpist 49 snaren in plaats van 47? Wat voegt het toe aan de muzikale actieradius van de harp? En van de musicus? De bedenker van wat bij Salvi de Giant Harp is gaan heten, meldt zich in de ochtend bij de fabriek in Piasco. Leren jack, geruit overhemd, gympen. Hij wordt omarmd, koffie, schouderklopjes - ’l Olandese is inmiddels een huisvriend. Als hij op een computer de laatste aanpassingen in 3D bestudeert, kijken vier man mee over zijn schouder.

Dat size matters mag duidelijk zijn. Een giant harp vraagt een giant harpist en omgekeerd. ‘Ik zat met mijn 1.89 meter nooit helemaal lekker’, zegt Van Kesteren. Het hele idee begon met Ravel. Toen Van Kesteren het idee opvatte Ravels Pianoconcert voor de linkerhand te arrangeren voor de harp stuitte hij op de grenzen van zijn instrument. ‘In dat stuk zit een lage A en die heeft een gewone harp niet.’ 

Komt bij de concertpraktijk dat orkesten steeds harder zijn gaan spelen. ‘Ik wilde meer volume. Als je optreedt met een orkest moet je forte spelen om er bovenuit te komen.’ Inmiddels was hij zelf gaan componeren. Met twee snaren extra zou hij dieper in donkerste regionen van de muziek kunnen duiken. ‘Ik hou nu eenmaal het meest van de bassen.’ Zo belde hij op een dag aan in een donker zijstraatje van de Amsterdamse wallen, bij het NMF.

Grensverlegger

‘We zagen dat Remy tegen de grenzen van zijn instrument was aangelopen’, zegt Frits Schutte die, als verantwoordelijke voor collectiebeleid en -beheer, het project begeleidt namens het NMF. Het fonds bezit voor een kapitaal aan oude instrumenten die in bruikleen worden gegeven aan talentvolle musici. Ook financiert het de innovatie van instrumenten ‘als daar een artistieke noodzaak voor is’. ‘Remy is een grensverlegger. Hij wil nieuwe muziek creëren. Voor ons was duidelijk dat het ideale instrument voor hem nog niet bestond.’ Hij spreekt over een ‘creatieve krachtcentrale’ en ‘passend gereedschap’. Salvi werd benaderd. Een jaar lang snuffelden de partijen aan elkaar. Wat is technisch mogelijk? Hoe serieus zijn die Nederlanders? ‘Het was de aanloop naar een intensieve driehoeksverhouding.’

Hoe ingewikkeld de route is van idee naar werktekening naar concertpodium blijkt in de fabriek. Computergestuurde machines zagen de frames van de instrumenten weliswaar exact uit, er komen nog altijd veel beitels, schaven, gutsen, fineermesjes en schuurpapiertjes aan te pas en een legertje ambachtslieden. Er zijn vocht- en droogkamers, ateliers waar de onderdelen met de hand worden geassembleerd. Er zijn met houtkrullen bezaaide werkplaatsjes waaruit Gepetto, de ‘vader’ van Pinokkio, zojuist lijkt weggelopen.

‘Tot een paar jaar geleden was alles handwerk’, zegt Peirano in de zagerij tussen stapels ruwe balken van rode spar, esdoorn en beuk. ‘Door computergestuurd te zagen kunnen we de naden preciezer laten aansluiten wat het instrument een stuk steviger maakt en de klank verdiept. Zeker voor zo’n grote harp is dat essentieel. Remy kwam op het juiste moment. Had hij zijn verzoek een paar jaar eerder gedaan, voor onze modernisering, hadden we nee moeten verkopen.’

Paar centimeter hoger

Giorgio Peirano gaat voor naar een salon met kroonluchters waar een aantal harpen in een kring is opgesteld. De demper is aangepast sinds het laatste bezoek van Van Kesteren. Het prototype van de Giant Harp springt er niet uit door zijn afmetingen, maar door zijn eenvoud, een strak blank instrument tussen barokke, met goud versierde soortgenoten. De kolom van het instrument is feitelijk maar een paar centimeter hoger dan ‘normaal’  aan het formaat is de revolutie niet af te zien. Vlak boven de klankkast is de nieuwe demper aangebracht, de zoveelste versie, die de harpist met zijn rechterknie tegen de snaren kan drukken.

Van Kesteren trekt wat snelle baslijnen uit de snaren. ‘Spannend.’ ‘Hoor je dat, Giorgio? Net een steeldrum.’ Door allerlei soorten stof op de demper aan te brengen ontstaan verschillende klanken. Afwisselend worden repen schuimrubber en vilt uitgeprobeerd. Soms levert het pianoachtige geluiden op, soms lijkt de klank afkomstig van een kora, een Afrikaanse snaarinstrument. Hij trekt zijn flanellen ruitjeshemd uit en wikkelt het om de demper. Plob plob. ‘Okay, dat wordt hem niet.’ Technici lopen heen en weer met gereedschap. Peirano houdt een lijstje bij met zaken die nog moeten worden bijgesteld. Van Kesteren: ‘Het is nu al zo gaaf. Al spelend zit ik te bedenken wat ik er allemaal mee kan.’

Terwijl in Italië een nieuwe harp werd uitgedokterd, nam de klassiek geschoolde harpist een nieuwe afslag in de muziek. Zijn album Tomorrow Eyes uit 2016, waarop hij elektronische harp speelt, bevat deels eigen composities waarin pop, jazz en klassiek ineen vloeien. Hij zet muzikale thema’s naar zijn hand op zoek naar een eigen sound met even avontuurlijke muziekcollega’s als pianist Martin Fondse en saxofonist Ties Mellema. ‘Iemand van mijn platenmaatschappij (Deutsche Grammophon – red.) hoorde me improviseren. Ze wilden meteen méér.’ Twee maanden later was het album af, een ‘steen in het water’ van de conservatieve klassieke vijver. ‘Ik ontdekte dat de muzikale mogelijkheden eindeloos zijn nu ik dit pad ben ingeslagen. Op de nieuwe harp kan ik zowel akoestisch als elektronisch spelen. Ik ben nog aan het uitvinden waar ik muzikaal sta en die harp past perfect bij mijn muzikale ontwikkeling.’

Remy van Kesteren bij Salvi in Noord-Italië om een prototype van zijn harp uit te proberen. Beeld Marta Giaccone

Ik vertrouw alleen mijn oren

Wie bij Salvi op bezoek gaat, wordt door Giorgio Peirano vroeg of laat meegetroond naar het lokale restaurant La Meridiana. Aan tafel wordt het glas geheven bij een eenvoudige pranzo. Van Kesteren is opgetogen maar ‘het spannendste komt nog. De mensen van Salvi vertrouwen op getallen, ik vertrouw alleen m’n oren.’ Goed beschouwd is een harp een natuurproduct. ‘Al zaagt de computer twintig dezelfde exemplaren uit, ze klinken allemaal anders. Hout leeft, daardoor heeft elke harp een eigen geluid.’ Het prototype had een soort ‘rauwe grom’ die hem beviel, maar het exemplaar dat hij straks krijgt, kan een andere stem hebben.

Het is eind april als de nieuwe harp in een fluwelen jasje bij Van Kesteren wordt thuisbezorgd, matgrijs met platina strepen. Officieel heeft het instrument de naam Réus 49 gekregen met een knipoog naar de Nederlandse woord ‘reus’. ‘Hij heeft dezelfde power als het prototype, maar hij klinkt meer als één geheel’, klinkt het geestdriftig aan de telefoon. Zo blij als een kind? ‘Zo enthousiast als een wild paard!’ 

Er dwalen flarden voor nieuwe composities door zijn hoofd, hij heeft verse ideeën, maar eerst moet hij het instrument onder de knie krijgen, de wrijving en de weerstand leren kennen, meester worden over de klank. Vraag hem over een jaar nog eens naar het werkelijke karakter van zijn nieuwe metgezel. ‘Het is een beest. Dat moet eerst worden getemd.’

Het Nationaal Muziekinstrumentenfonds draagt de Réus 49 in bruikleen over aan Remy van Kesteren op 12 mei tijdens de eerste dag van het Dutch Harp Festival in TivoliVredenburg, Utrecht.

33 miljoen

Het Nationaal Muziekinstrumentenfonds (NMF) geeft kostbare muziekinstrumenten in bruikleen aan getalenteerde conservatoriumstudenten en andere musici. Met hulp van vooral particuliere begunstigers heeft het fonds in dertig jaar een collectie instrumenten opgebouwd ter waarde van 33 miljoen euro. Soms worden instrumenten geschonken door particulieren. Soms worden ze aangekocht door het fonds, waarmee geregeld wordt voorkomen dat zo’n instrument in een kluis of naar het buitenland verdwijnt. Daarnaast laat het NMF instrumenten restaureren en bouwen in samenwerking met musici. Voor de cellist Ernst Reiziger werd bijvoorbeeld een cello met vijf snaren ontwikkeld (normaal vier). Het NMF betaalde 70 duizend euro voor de Réus 49 aan bouwer Salvi Harps die het instrument voor dezelfde prijs op de markt zal brengen. De rest van de ontwikkelkosten, die tegen de drie ton lopen, zijn voor rekening van de bouwer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.