Column

Remco die zich Frieda herinnert

Nu de grote lijnen van de Tweede Wereldoorlog in ontelbare publicaties zijn uitgeplozen, verschuift de aandacht meer en meer naar de persoonlijke verhalen. We doorgroeven de recentste boekenberg vol indringende oorlogslevens en selecteerden de opmerkelijkste getuigenissen. Maar eerst, bij wijze van inleiding: wat Remco Campert, 10 jaar oud in mei 1940, nog van de oorlog weet.

Remco Campert
Herdenking 70 jaar bevrijding Kamp Westerbork Beeld anp
Herdenking 70 jaar bevrijding Kamp WesterborkBeeld anp

De laatste jaren komt de Tweede Wereldoorlog vaak terug in mijn herinneringen. Spookt erin rond, kan ik beter zeggen. Eigenlijk gaat er geen dag voorbij of hij doemt even op. Als ik me enige luchthartigheid mag veroorloven: het is al een paar keer voorgekomen dat ik bij het scrabbelen met degene die ik liefheb het woord oorlog aanlegde. Onvermijdelijk zag ik er beelden bij: D Day, een executie, een kamp. Nu ja, luchthartig...

De redactie stelt mij de vraag waarom het goed zou zijn dat er steeds nieuwe boeken blijven verschijnen over WOII. 'Moeten we de oorlog blijven herdenken of is het op een gegeven moment wel mooi geweest?' Mooi, neem ik aan, in de zin van genoeg. Ik vrees dat dat moment me nooit gegeven zal worden. 'Opdat wij niet vergeten...' is misschien een versleten cliché geworden, maar de onsterfelijke regels van Leo Vroman zijn dat niet:

'Kom vanavond met verhalen

hoe de oorlog is verdwenen

en herhaal ze honderd malen

alle malen zal ik wenen'

In de jaren na WOII verschenen er boeken die ons de geschiedenis van de oorlog vertelden, de grote bewegingen van die historie, niet zozeer aan de hand van individuele gevallen. We kregen inzicht in wat er nu precies gebeurd was in de tijd die we hadden meegemaakt. Boeken geschreven door politici, geleerden en generaals. De laatste tijd verschijnen er steeds meer boeken van mensen die de oorlog en zijn gevolgen direct beleefden, de hongertochten, de kampervaringen, de opgelopen trauma's. De geschiedenis van de oorlog is als het ware teruggeven aan de burger.

Verwacht van mij in dit stuk geen gedegen, afstandelijke beschouwing van die tijd. Ik was 10 jaar toen de Duitsers ons land binnenvielen en herinner me de uit Junkers neerdalende parachutisten boven Den Haag en het vliegveld Ockenburg. Ik was 13 jaar toen ik, vanwege het bouwen van de Atlantikwal geëvacueerd naar Epe, van mijn moeder vernam dat mijn vader was omgekomen in het kamp Neuengamme.

Flarden

Mijn moeder woonde toen nog in Den Haag. Om me dit te vertellen was ze op het Haagse Hollands Spoor doorgedrongen tot een Wehrmachtstrein, door een Duitse officier genadiglijk tot zijn coupé toegelaten toen ze zei waar het om ging: de dood van zijn vader aan haar zoontje over te brengen. Ik was 15 jaar toen de Canadezen Epe bevrijdden en de bevrijdingsfeesten, vol bittere ondertonen, losbarstten. Ik herinner me hoe de NSB-burgemeester door de Binnenlandse Strijdkrachten uit zijn huis werd gehaald, hoe de moffenmeiden werden kaalgeknipt en bespuwd door de bevolking, door Epe werden gevoerd.

Ik herinner me flarden. Zo herinner ik me bijvoorbeeld een avond schemering aan het einde van de oorlog, toen op paard en wagen de Georgiërs door Epe trokken op weg naar Texel. Sommigen hadden bloedige verbanden om hun hoofd. Ze speelden weemoedige liederen op een accordeon. Ik werd door onbestemd verdriet overvallen.

Ik herinner me hoe ik als jongetje met de tien jaar oudere, latere Amsterdams psychiater Louis Tas in 1939 pingpong speelde in het Zandvoortse zomerhuis van zijn ouders, voor mij oom Jacques en tante Frieda. Donkere wolken pakten zich samen en we gingen naar binnen. Wat die donkere wolken behelsden, wist hij ongetwijfeld toen al. Na de oorlog gaf hij mij een exemplaar van zijn Dagboek uit een kamp.

Voorin schreef hij: 'Voor Remco die zich Frieda herinnert'.

In dit dagboek noteerde hij: 'De honger uit zich bij mij voornamelijk psychisch - afgezien van sterke vermagering - en wel als gebrek aan werklust. Gisteren in barak 33, 2 luizendekens weggegooid, 3 hoofden kaal gemaakt - waarbij de jonge Bromsberg me hielp - en in het Altersheim van een te bed liggende vrouw de haren verwijderd; mijn lastigste geval tot dusverre, omdat de haren als met teer aaneengeplakt zijn (luizenpoep) en de schaar er niet doorheen ging. Ik leef met de ogen dicht, na de oorlog zal ik alles over de oorlog moeten lezen.'

WOII zal pas achter de rug zijn als hij nagespeeld wordt, zoals nu de slag bij Waterloo. 'De Slag bij Stalingrad' kan ik me nog voorstellen als massaspel. 'Auschwitz' niet, tenzij alle figuranten sterven.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden