Remco Campert: 'Ik heb de schrijfmachine niet opgeborgen'

'Elk woord dat wordt geschreven/ is een aanslag op de ouderdom' ('Poëzie is een daad', 1955)

Dat hij wordt gemist, nu al, doet hem goed. Remco Campert is opgelucht dat hij niet meer 'moet'. Hoe gaat het met hem? Durft hij nog aan schrijven te denken?

Remco Campert in zijn werkkamer. Foto Joost van den Broek / de Volkskrant

Opgelucht is het goede woord, zo laat Remco Campert (88) vrijdagmiddag weten, als antwoord op de vraag naar zijn huidige gemoedstoestand. Afgelopen dinsdag maakten zijn uitgeverij De Bezige Bij en zijn vrouw Deborah bekend dat hij het besluit heeft genomen met schrijven te stoppen: 'Hij is moe en oud en heeft genoeg geschreven.' Een directe medische reden om te stoppen is er niet.

Dat bericht was schrikken voor de vele lezers die de dichter, schrijver en Volkskrant-columnist al jaren trouw volgen. Natuurlijk had hij al dikwijls toespelingen gemaakt op ouderdom, dood en levenseinde - maar dan wel wekelijks, juist een bewijs van zijn volharding, in zijn Somberman-column voor V en de poëziecolumn in Sir Edmund. Plus dan nog zijn column in Elsevier. Er bleef, tot voor kort, altijd weer wat nieuws te schrijven. 'Zolang ik schrijf, leef ik', had hij eerder in diverse interviews opgemerkt.

Aan het begin van dit jaar was de winnaar van de P.C. Hooftprijs 1976, Gouden Ganzeveer 2011 en de Prijs der Nederlandse Letteren 2015 nog prominent aanwezig bij diverse gelegenheden: toen zijn geëngageerde dichtbundel Open ogen verscheen, op de première van de film Het leven is vurrukkulluk van Frans Weisz naar zijn roman uit 1961, en als enige overlevende van de Vijftigers bij de presentatie van de geruchtmakende Lucebert-biografie van Wim Hazeu in het Stedelijk Museum te Amsterdam.

Maar Remco Campert, de auteur van de regels 'Elk woord dat wordt geschreven/ is een aanslag op de ouderdom' ('Poëzie is een daad', 1955), heeft niet langer de energie om wekelijks van zich te laten horen. Het nieuws leidde de afgelopen dagen tot veel reacties in kranten en op sociale media: men is dankbaar, geraakt, en wil hem graag laten weten dat hij nu al wordt gemist.

En dat doet hem goed, bericht Campert via e-mail vanuit zijn huis in Amsterdam. Gevraagd naar zijn stemming: 'Ik voel me opgelucht - maar met het idee dat ik elk moment weer kan gaan schrijven.'

Remco Campert achter zijn schrijfmachine. Foto Joost van den Broek / de Volkskrant

U bent nu verlost van verplichtingen en deadlines. Maar schrijven en leven zijn bij u zo verknoopt, dat u zich wel kunt voorstellen weer wat te gaan noteren als u daar zin in krijgt?

'Ja.'

Eén van de mooie kanten van uw column in Sir Edmund is dat u laat zien dat het alledaagse leven en poëzie op natuurlijke wijze in elkaar overlopen. Zo kan poëzie gewoon in een krant mee doen. Heeft u dat ook als een functie gezien van uw krantenwerk?

'Daar heb ik in het begin niet zo over nagedacht, maar ik denk dat het klopt. Het ging mij er vooral om mensen kennis te laten maken met poëzie. Want poëzie is altijd een beetje het ondergeschoven kindje.'

Uw typemachine, die we zagen in de documentaire Verloop van jaren van John Albert Jansen uit 2016, heeft u die weggeborgen of staat hij nog gebruiksklaar op uw bureau?

'Hij staat gebruiksklaar op mijn bureau.'

Sinds afgelopen dinsdagavond voelen we ons allemaal enigszins verweesde lezers. Nu zouden we kunnen beginnen met uw gehele immense oeuvre te herlezen, vanaf de eerste bundel Ten lessons with Timothy uit 1950. Wat zou u zelf aanbevelen als startpunt?

'Mijn verzamelde gedichten.'


Campert de columnist

Decennialang kleurde Remco Campert met zijn columns de Volkskrant. Deze week werd bekend dat hij stopt met schrijven, 88 jaar oud. Een ode aan een groot columnist (+) door Bert Wagendorp.

Ook columnist Peter Middendorp werd geïnspireerd (+) door Camperts columns. Hij schrijft over de eerste keer dat hij een stuk van Campert op de Volkskrant-voorpagina aantrof: 'Ik las het en ik schrok omdat ik dacht dat er iets met mij was gebeurd of veranderd, inwendig verschoven misschien wel.'